985
16

Schrijfster

Eva Rensman schrijft over alles waarover ze zich verbaast, verwondert en het hoofd breekt. Eva Rensman schrijft ook columns voor tijdschrift Genoeg [zie: www.genoeg.nl] en op haar eigen site.

Naderend verval

Ik adviseer mijn vriendinnen te gaan sporten zonder zelfs maar met mijn ogen te knipperen

Toen ik op de middelbare school zat, had ik twee keer per week buikpijn. Op de dagen dat ik gymles had. Het ging over in misselijkheid als ik de gymzaal binnenliep. Dat daar nooit een raam openging, hielp niet. Het rook naar goedkope plastic ballen, stinksokken en angstzweet.

Daar stond de gymleraar, in donkerblauw trainingspak, fluitje om de nek, klaar om ons twee uur af te matten. Eerst moesten we eindeloos rondjes rennen. Als je te langzaam ging of een te krappe binnenbocht nam, klonk dat snerpende fluitje. Daarna begon het. Meestal basketbal, soms nog erger: trefbal. Ik was zo goed in het ontwijken van ballen dat ik als laatste overbleef. En dan moest ik opeens tegenstanders ‘afgooien’. Turnen was het allerergst. Over veel te hoge kasten heen springen, bibberend in het wandrek klimmen en een volstrekt tegennatuurlijke beweging om de rekstok maken die ‘borstwaartsom’ heette.

Ik was niet de enige. Iedereen die ik kende, haatte gym. En we waren er maar wat trots op dat we er totaal niks van konden. Er waren wel een paar rare jongens in onze klas die in tussenuren uit zichzelf gingen basketballen. Maar die waren saai, sukkelig en veel onaantrekkelijker dan de onbereikbare, mysterieuze, gedichten schrijvende jongemannen op wie ik doorgaans verliefd werd.

Het was zo duidelijk als wat. Sport was voor idioten. En bovendien gevaarlijk. Sport liep van Brood en Spelen via Körperkultur en marcherende bruinhemden naar slopende voetbalsupporters. Verstandige mensen deden niet aan sport. Die zaten de hele dag met hun neus in de boeken, te bedenken hoe ze de wereld konden verbeteren.

Ergens is het misgegaan. Ik zeg het altijd een beetje beschroomd, maar het is toch echt waar. Ik sport tegenwoordig drie keer per week. Het begon met hardlopen. Dat had ik altijd wel leuk gevonden. Zelfs de gehate Coopertest op school, al kwam ik daar toen natuurlijk nooit openlijk voor uit. Toen ik ontdekte dat twee keer per week hardlopen betekent dat je belachelijk veel snoep en koek naar binnen kan werken zonder dik te worden, was ik om. Twee jaar geleden ging ik ook nog eens badmintonnen. Best een leuk spelletje, dacht ik. En de zaal waarin ik badminton, ruikt niet echt naar plastic ballen, stinkschoenen en angst.

‘Badminton is voor de gezelligheid,’ legde ik laatst een verbaasde vriendin uit. We zaten in een café, elk een glas droge witte wijn voor ons. ‘En hardlopen is goed voor de gezondheid, cholesterol, hart- en bloedvaten, dat soort dingen. Je moet toch een beetje de strijd aan met het naderende verval.’ Toen ze me glazig aankeek zonder een woord te zeggen, voegde ik eraan toe: ‘Je zou het ook eens moeten proberen.’

Pas toen ik weer thuis was, begon ik hevig aan mezelf te twijfelen. Ik adviseer mijn vriendinnen te gaan sporten zonder zelfs maar met mijn ogen te knipperen. Wat volgt? Voor ik het weet vind ik dat het koningshuis ‘best veel waarde toevoegt’, ga ik in witte kleding naar een concert van De Toppers en rijd ik op een roze scooter. 

Neem ook een kijkje op de website van Eva Rensman

Geef een reactie

Laatste reacties (16)