Laatste update 16:19
809
14

Auteur Jachtargumenten.nl

Is zelf geen jager, maar van jongs af aan betrokken bij de natuur en wild. Het laatste ook culinair. Heeft de website Jachtargumenten.nl opgericht als reactie op de publieke ressentimenten tegen de jacht.

Natuur, natuurlijk, natuurlijkst

De ideale natuur bestaat niet

natuurIn elke discussie betreffende natuur of dieren komen de argumenten ‘dit is natuurlijk’, ‘dat is onnatuurlijk/ tegennatuurlijk’ of ‘de natuur regelt het wel’ of  ‘terug naar natuurlijk evenwicht’ voor. Maar wat betekent natuur of natuurlijk?

Voor velen betekent natuur: weg uit de stad, naar waar het groen is. Voor sommigen: alles waar geen mens bij betrokken is – de ideale situatie. Alles wat de mens doet is slecht. Dus weg met ons. Voor anderen betekent natuur alles waarbij de modérne mens niet betrokken is. De ‘natuurvolken’ zouden het allemaal beter gedaan hebben.

Meer realistisch is te zeggen dat de natuur alles omvat, ook de mens. Ze omvat de chimpansee die een noot kraakt met een steen EN de mens die aardolie kraakt met hoogtechnologische apparatuur. Het woord natuurlijk is geen argument in een discussie, maar slechts een vaag waardeoordeel of een persoonlijk ideaalbeeld.

DE natuur bestaat niet, tenzij je alles als natuur beschouwt. Natuurlijk evenwicht bestaat niet – de natuur is een constant veranderend dynamisch systeem. Ongerepte natuur bestaat niet, ze is altijd ‘gerept’, hetzij door de mens of een andere exploderende diersoort.

De ideale natuur bestaat niet, tenzij in de perceptie van het individu: meestal de natuur uit eigen jeugd of uit de verhalen van opa en waarvan gedacht wordt, dat dat de enige echte natuur was die altijd zo moest blijven. Maar een onveranderlijke natuur bestaat niet.

Dan is er nog de perceptie van natuur zoals instellingen als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten die sinds de jaren ’70 als ideaal zien: stikstof- en voedselarme gronden, waar ‘nieuwe natuur’ gemaakt wordt. Hiermee in overeenstemming heeft ons nationaal planbureau voor de leefomgeving als ideaal een hypothetische natuur, die hier in het jaar 1700 realiteit geweest zou zijn.

Deze natuur wordt door de wetenschapsjournalist Rypke Zeilmaker dan weer ‘sjoemelnatuur’ genoemd in zijn gelijknamige rapport, waaruit ik ook enige inzichten geput heb. Mijn persoonlijke ideale natuur ligt ook in mijn jeugd en omvat een verkaveld, rijk gevarieerd landschap  met kwetterende vogels in de hagen, met leeuweriken, die loodrecht uit het korenveld oprijzen, en met natuurlijk (!) veel en gevarieerd wild. En dat wild ga ik bij de jager kopen om het thuis te bereiden en op te eten met zelfgeplukte paddestoelen.

Helaas, die natuur zie ik niet zo snel terugkomen. Weliswaar zijn de dieren en planten, die we niet meer zien, niet uitgestorven. Ze zijn ergens anders waar ze betere overlevingskansen hebben. Zo gauw de condities hier hun weer bevallen, zijn ze weer terug. Maar condities veranderen altijd, dus ook in de natuur.

Gaan we terug naar een verkaveld landschap, met veel hagen van meidoorn, sleedoorn en gelderse roos, met buiten elke boerderij een dampende mesthoop – bron van insecten – en gaan we weer het land met schoffel en zeis bewerken, dan keert de goudvink en de ortolaan terug en zien we weer massaal boerenzwaluwen. Helaas  moeten we dan wel wat van onze huidige welvaart inleveren – terug dus naar de armoede van vroeger.

Anderzijds is er ook een échte nieuwe natuur aan het ontstaan, namelijk in onze steden en industrieterreinen. Dit is de stadsnatuur. Zeilmaker geeft hiervan ook wat voorbeelden. Rotsbewoners als de zwarte roodstaart en de slechtvalk voelen zich thuis op onze hoge gebouwen. Vossen en steenmarters leven in de steden. In de stad Berlijn leven zoveel wilde zwijnen, dat stadsjagers er jaarlijks rond de 3000 moeten afschieten. Dit soort dieren noemen we cultuurvolgers – dieren die van onze omstandigheden weten te profiteren en plotseling toch niet zo geïnteresseerd blijken te zijn in die bossen, waarvan wij romantici dachten, dat dat hun ‘natuurlijke’ omgeving was.  Nee hoor, hun thuis is waar hun vreten is.

Men kan natuurlijk ‘de natuur’ zijn gang laten gaan en niet ingrijpen. De cultuurvolgers – zwijnen, vossen, marters, wasberen, kraaiachtigen en doe er maar wat huiskatten bij – zullen er gebruik van maken. Wolven en lynxen kunnen dan de taak overnemen, die wij de laatste eeuwen zelf hebben uitgevoerd. Alles véél natuurlijker toch? Wijzelf moeten dan wel een flinke stap opzij doen: weg-met-ons is natuurlijk het  allernatuurlijkst.

We kunnen ook proberen onze welvaart en dus onze leefomstandigheden te handhaven en hier en daar wat forse correcties aan te brengen, bijvoorbeeld in de landbouw en bij de natuurbeschermingsorganisaties. Zo kan misschien toch weer een rijkere natuur bewerkstelligd worden, zij het niet exact die van 1700. En daarvoor hebben we geen bizons op Terschelling nodig.

Dus welke natuur wilt u?

cc foto: Dietmut Teijgeman-Hansen

Geef een reactie

Laatste reacties (14)