Laatste update 12 augustus 2017, 18:04
4.477
101

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Nederland en Venezuela grenzen aan elkaar

We zien daar eerder de gevolgen van populisme dan van socialisme

cc-foto: Wilfredorrh

Met grote tevredenheid nemen de rechtse bloggers en twitteraars waar hoe in Venezuela het links geachte bewind van Nicolas Maduro langzaam maar zeker kapseist nu een storm van volkswoede en economische tegenslag aanloeit als was het de huracán Katrina in opbouw. Handenwrijvend wist men in die kringen bovendien te melden dat de kustwacht van het Koninkrijk der Nederlanden een vaartuig vol bootvluchtelingen terugsleepte naar de socialistische hel waaraan het probeerde te ontkomen. Van de rechtse solidariteit moet je het maar hebben.

Het incident op zee maakte iets zonneklaar wat Europese Nederlanders niet zeer duidelijk op het netvlies hebben: de Bolivariaanse Republiek Venezuela en het Koninkrijk der Nederlanden hebben een grens gemeen. Caracas is de hoofdstad van een buurland. De eilanden Aruba, Curaçao en Bonaire liggen niet zo ver buiten de kust, ongeveer ter hoogte van het oliegebied Macaraibo. Er zijn veel onderlinge contacten. De opbloei van de eilanden in de eerste helft van de twintigste eeuw had alles te maken met het feit dat Shell en Esso hun kostbare raffinaderijen liever bouwden op het grondgebied van een Nederlandse kolonie dan in het rommelige Venezuela waar het zwarte goud uit de bodem kwam. De productie van deze raffinaderijen was in de Tweede Wereldoorlog essentieel voor de energievoorziening van de geallieerde strijdkrachten. Zonder de benzine en andere producten van Aruba en Curaçao was de overwinning niet geboekt, in ieder geval niet zo snel.

Als de chaos in Venezuela compleet wordt, als de oppositie niet wint maar er een burgeroorlog ontstaat, gaat dat dan ook noodzakelijkerwijs voor ons land grote gevolgen hebben.

Militaire dictators
Wat is er vanuit de Nederlandse Antillen gezien op de vaste wal aan de hand? Venezuela heeft een lange traditie van militaire dictators. De feitelijke grondvester en organisator van het land was er al een: Antonio Paéz. Een stabiel, op verkiezingen gebaseerd grondwettelijk bestuurssysteem met enige duurzaamheid is pas in 1958 ontstaan. In 1999 maakte Hugo Chávez er met zijn verkiezingsoverwinning weer een eind aan. Chavez manifesteerde zich als een socialist en een kampioen van de armen maar hij had meer van zijn dictatoriale voorgangers geleerd dan hij zelf wilde toegeven: met olie-inkomsten kon je steun kopen.

Eenmaal heeft Nederland zich actief met de interne aangelegenheden van Venezuela bemoeid. Dat was in de tijd van president José Cipriano Castro, zo ongeveer de grootste schoft die het presidentieel paleis te Caracas ooit bewoond heeft. Castro was een dief en een beul die een schrikbewind voerde. Nederland sleepte in die dagen nog geen vluchtelingenschepen terug zodat zich een aantal Venezolaanse ballingen in Willemstad mochten vestigen.

HMS Gelderland

Castro had de trotse nazaten van Michiel de Ruyter al geïrriteerd door met zijn kustwacht schepen onder Nederlandse vlag te hinderen. In 1908 wees hij bovendien de Nederlandse ambassadeur uit omdat ballingen op Curaçao welkom bleven. En verdomd, de Nederlandse leeuw brulde. Voor de kust verschenen HMS Jacob van Heemskerk, Friesland en Gelderland. Ze kaapten twee Venezolaanse oorlogsschepen, die in Willemstad aan de ketting werden gelegd. Daarna blokkeerden ze de Venezolaanse havensteden om verdere wederspannigheid van Castro te breken. Deze vertrok echter naar Parijs om zich daar voor een nierziekte te laten behandelen. Zo kreeg zijn tweede man Juan Vicente Gomez de kans om de macht te grijpen, die hij tot zijn dood zou behouden.

Vleeshaken
Gomez was net als Castro een schoft, een dief en een onderdrukker maar hij had zijn hersens beter bij elkaar dan zijn voorganger. Hij kwam snel tot een vergelijk met Den Haag. Ook zorgde hij er voor beste maatjes te worden met de Verenigde Staten en de grote oliemaatschappijen. Dat legde hem persoonlijk geen windeieren maar tegelijkertijd kwam er een groot investeringsprogramma tot stand. Onder Gomez werd de infrastructuur van het land sterk verbeterd. En nog was er genoeg oliegeld over om de hele staatsschuld af te lossen.

Juan Vicente Gomez

Met tegenspraak maakte de dicattor korte metten: oppositionelen werden bij duizenden in de ijzers gezet – letterlijk. Gomez liet een aantal tegenstanders aan vleeshaken ophangen. In 1929 overviel een commando van anti-Gomez gezinde guerillastrijders Willemstad. Zij maakten zich meester van de wapenvoorraden en namen de gouverneur als gijzelaar mee naar Caracas, waar hij werd vrijgelaten. Gomez sloeg deze opstand gemakkelijk neer.

Generaal Pérez Jimenez, die het land tussen 1952 en 1958 in zijn greep hield, was van hetzelfde laken een pak. Voor tegenstanders was er de beul, voor vrienden de oliedollar. Ondertussen werd een gigantisch moderniseringsprogramma uitgevoerd waar ook de armen in het land profijt van hadden. Een volksopstand, die steun kreeg vanuit bepaalde militaire kringen, maakte een eind aan zijn bewind. Er werd een burgerregering ingesteld met een democratische gekozen volksvertegenwoordiging en een president.

De zogenaamde sociaaldemocraten en de zogenaamde christendemocraten
Twee grote partijen domineerden dit systeem, de zogenaamd sociaaldemocratische Acción Democratica en de zogenaamd christendemocratische Copei. Hun leiders, Rómulo Betancourt en Rafael Caldera hadden samengewerkt tegen de dictatuur, maar nu manifesteerden zij zich als elkaars concurrenten. Tot 1999 zouden de beide partijen elkaar afwisselen in de regering. In het parlement en tijdens de verkiezingsstrijd waren ze water en vuur maar als het op regeren aankwam, maakte het allemaal geen verschil. Vooral na het verscheiden van de beide grondleggers werd politiek een manier om er zelf beter van te worden.

De corruptie die onder de dictatoren zo’n spectaculaire omvang had kunnen aannemen, bleef kenmerkend voor het bestuur en wie Venezuela een kleptocratie noemde, overdreef misschien maar had wel degelijk een punt. Aan de snelle groei van de krottenwijken rond de grote steden kon je zien hoe spectaculair oneerlijk de oliemiljarden werden verdeeld. Aan de toename van de misdaad ook want de politie was niet effectief en voor wie in de verkeerde buurt geboren werd, waren drugs en overvallen maar al te vaak de enige manier om uit de armoe te komen. De democratie leverde niet wat ze beloofd had.

Nationalistisch
In die periode werd Hugo Chavez groot. Hij kwam uit een eenvoudig milieu. Hij had veel indiaans bloed in tegenstelling tot de nogal blanke elites binnen de Copei en de Acción Democratica. Chavez zag kans carrière te maken binnen de strijdkrachten. Daarbij vergat hij zijn afkomst en zijn milieu niet zoals veel van zijn collega’s. Hij zag om zich heen hoe het Venezuela verkwanseld werd en uitverkocht aan de meestbiedende. Hij ontwikkelde een redderssyndroom. Hij, Hugo Chavez, moest het land teruggeven aan de Venezolanen. Hij moest afmaken wat de grote bevrijder van het koloniale juk, Simón Bolivar, had laten liggen.

Dat was geen uitzonderlijke gedachtengang. In Latijns-Amerika stelden de militairen zich meestal op als de verdedigers van de gevestigde orde, de grootgrondbezitters en het grote geld. Kijk naar de Argentijnse junta. De Verenigde Staten stichtten in het kader van de Koude Oorlog zelfs een speciale militaire academie in Panama om daar de elites van deze strijdkrachten op te leiden.

Maar er waren uitzonderingen op die regel. De Zuid-Amerikaanse legers hebben altijd een nationalistische onderstroom gekend die zich verzette tegen de dominantie van het Britse Empire en de Verenigde Staten. Vaak kwam die ook op voor erkenning van het indiaanse element in het volkseigen en men voelde zich beschermer van de kleine man. Zulke militairen dachten echter wel in termen van een revolutie van bovenaf. Ze stonden kritisch ten opzichte van buitenlandse investeringen en ze waren er een voorstander van om banken en sleutelbedrijven in staatshanden te brengen. Alles voor het vaderland. Uit dit denken haalde Hugo Chávez zijn inspiratie. Er waren voorbeelden waar hij zijn hart aan op kon halen zoals de Braziliaanse generaal Floriano Peixoto die in de jaren negentig van de negentiende eeuw het een tijdje opnam tegen Engeland en de Verenigde Staten of in de jaren zeventig generaal Velasco, die probeerde in Peru een links-nationalistische dictatuur tot stand te brengen met zoveel bureaucratie dat de economie krakend tot stilstand kwam.

In 1991 deed Chávez een onhandige couppoging om het corrupte Venezolaanse systeem ten val te brengen. Dat mislukte maar velen hadden schik in de televisiegenieke bestrijder van onrecht en corruptie met zijn rode baret op. Mede door druk vanuit de politieke opinie kreeg hij al gauw amnestie. Chávez vormde een volksbeweging die hem in 1999 naar het presidentschap droeg. Onwillekeurig komt dan de herinnering naar boven aan Pim Fortuyn, die gezeten in zijn limousine met de vinger zwaaiend uitroept: “Denk erom, ik ben de volgende premier van Nederland”. Het was hetzelfde soort ontevredenheid dat in Venezuela Chávez aan de macht bracht en net als Fortuyn was hij uitstekend in staat om elk publiek te vertellen wat het wilde horen.

Net als Goméz en Jimenez gebruikte Chávez de oliemiljarden om het land van bovenaf op te bouwen. Voor het eerst ging het geld echter niet uitsluitend naar grote werken en verbeteringen waar vooral de middenklasse en de rijken wat aan hadden maar daadwerkelijk naar de armen. Een gestage regen van milddadigheid daalde op hen neer. Er ontstond een netwerk van politieke medestanders die op het grass roots level richting gaf aan deze uitdelingen. Tegelijk kwamen enkele nationalisaties tot stand opdat Venezuela niet afhankelijk zou blijven van multinationals. Voor het overige was er de nodige retoriek. De Bolivariaanse revolutie had meer met het populisme te maken dan met klassiek links.

Wie stelt dat Venezuela voor het eerst een heerser had, die zich daadwerkelijk het lot van de armen aantrok, heeft het grootste gelijk van de wereld. Nimmer waren de oliemiljarden zo eerlijk verdeeld maar tot een beleid van structurele economische versterking kwam het niet. Chávez’ revolutie droeg sterk het karakter van brood en spelen. Op die paar nationalisaties na – bijvoorbeeld van het oliebedrijf – bleven de economische structuren en de inkomensverschillen onaangetast. Het heette allemaal wel socialisme maar het ging als puntje bij paaltje kwam eerder om een populistisch nationalisme: het trotse en onafhankelijke Venezuela spreekt een woordje mee.

Chávez tergde de Verenigde Staten door vrienden te worden met Fidel Castro. Hij hielp het instortende systeem daar door vrijwel gratis olie te leveren. Daardoor en door het vooral door Europa gevoede toerisme bleef Cuba overeind. Hij financierde ook het internationale satellietstation Telesur, dat de boodschap van Latijns-Amerikaanse eigenheid en (economisch) nationalisme vierentwintig uur per dag brengt. Niet voor niets is het Simón Bolivar de bevrijder en niet Karl Marx die het officiële voorbeeld is. Ondertussen kregen de volksmassa’s cadeautjes om hun trouw aan de leider te belonen maar van een echt opbouwbeleid om banen te scheppen en nieuwe bedrijfstakken in het leven te roepen was geen sprake.

Chavéz heerste autoritair maar hij gaf zijn tegenstanders wel speelruimte. Een Fidel Castro is hij nooit geworden. Tegen zijn bewind ontwikkelde zich vanuit de rijken en de middenklasse een stevige oppositie die hij in redelijke mate liet begaan. Hij had tenslotte de steun van de grote volksmassa’s gekocht. Die waren tijdens verkiezingen en als er gedemonstreerd moest worden, gemakkelijk op de been te brengen.

Het probleem was: als de stroom aan oliedollars haperde, dan donderde alles in elkaar. Chávez gaf al meer uit dan er binnenkwam, de ineenstorting van de energieprijzen onder zijn opvolgers Maduro, zorgde voor onoverkomelijke moeilijkheden. Prijsstops om de eerste levensbehoefte betaalbaar te houden, zorgen er alleen maar voor dat die onder de toonbank verdwijnen en er een zwarte markt ontstaat. Een galopperende inflatie ga je niet tegen door officiële wisselkoersen vast te stellen. Ook dat roept een oncontroleerbare zwarte markt in het leven.

De Bolivariaanse revolutie maakt haar beloftes niet meer waar, er is geen Chávez meer om dat met grote woorden te verhullen. Daarom woedt nu het oproer in de straten van Caracas. Maduro reageert daarop door steeds meer repressieve maatregelen. De nepverkiezingen om het parlement te vervangen door een zogenaamde constituerende vergadering zijn daar maar één voorbeeld van. Dit kan alleen maar uitstel van executie zijn, eenvoudigweg omdat hij niet méér kan leveren. Hoe triest, hoe pathetisch, hoe vermolmd de Bolivariaanse revolutie is, blijkt als de onhandige opvolger van Chávez hakkelend op Radio Miraflores DJ probeert te zijn in La Hora de la Salsa. Dit gebeurt als een ontmaskerde populist zich vastklampt aan de macht en tenslotte traangras, knuppels en kogels gebruikt als het volk hem afwijst.

De oppositie trekt nu één lijn maar bestaat uit verschillende groeperingen die na de val van het regime in een machtsstrijd verwikkeld zullen raken. Zij vertolken de volkswoede maar het is zeer de vraag of zij een probaat middel hebben om aan de crisis in Venezuela het hoofd te bieden. Ook als Nicolas Maduro het veld ruimt, staat het land zware tijden te wachten. Zou de zegevierende oppositie dan de grootsheid van geest hebben om van een bijltjesdag af te zien en geen witte terreur te richten op de armen in de krottenwijken zodat ze weer leren om hun plaats te kennen? De Venezolaanse politieke traditie wijst daar niet op.

Hier gaat het koninkrijk nog mee te maken krijgen. Nederland zal zich tegen de fall out van de Venezolaanse explosie niet kunnen beschermen.

Voor wie Spaans verstaat: eindeloos gelul op de regeringszender Radio Miraflores
Beluister hier La Hora de la Salsa, presentatie Nicolás Maduro

Naschrift:
En daar hebben we Donald Trump. Vanuit zijn vakantieoord liet hij weten de militaire optie niet uit te sluiten als Maduro zo doorgaat. Dat is groot nieuws op de mediasites van Latijns-Amerika. De wereld hoorde het met de mond half open, schrijft El Tiempo, een oude liberale krant in Bogota. Die verbijstering zie je in alle landen. Men besteedt ook veel aandacht aan het feit dat Trump een telefoontje van Maduro weigerde. De Clarin, zeg maar de Telegraaf van Buenos Aires, merkt op dat het Venezolaanse regime garen spint bij deze agressieve toon en deze dreigementen.

Dat klopt. De meeste Latijns-Amerikanen hebben een broertje dood aan militair geweld in hun regio door de Amerikanen. Bijna tweehonderd jaar geleden al formuleerde president James Monroe de naar hem genoemde doctrine. “Amerika voor de Amerikanen”, leerden wij daarover in de geschiedenisboekjes op de middelbare school. In de praktijk betekende het vooral dat de Verenigde Staten zich het recht voor behielden om militair in te grijpen als iets ze niet beviel. Daarvan is ruimschoots gebruik gemaakt. Mexico verloor de helft van zijn grondgebied. Amerikaanse troepen bezetten jarenlang de Dominicaanse Republiek, Haiti en Nicaragua, in het laatste geval om de nationale vrijheidsheld Sandino te bestrijden. Meestal hadden zulke interventies uiteindelijk ten doel om Amerikaanse economische belangen te beschermen.

Daarnaast hebben de Verenigde Staten en hun geheime diensten een grote staat van dienst bij het mede scheppen van onrust in afzonderlijke landen zodat daar rechtse militairen de macht konden grijpen. De CIA was zeer actief rond de Braziliaanse militaire coup van 1964, maar het beruchtste voorbeeld is natuurlijk de manier waarop de Chileense tiran en moordenaar Augusto Pinochet in het zadel is geholpen. Dit zijn maar twee voorbeelden.

In Latijns-Amerika zijn de norteamericanos dan ook zo’n beetje de moffen uit onze clichés van de jaren vijftig: Den Krieg haben sie verloren aber den Grossmaul haben sie behalten. In Latijns-Amerika wordt elke actie van de Verenigde Staten met wantrouwen begroet. Zoals wij dat weten van “Amerika voor de Amerikanen” kennen zij allemaal een citaat van president Teddy Roosevelt over de relatie met hun landen: “Speak softly and carry a big stick.”

Als de Verenigde Staten militair ingrijpen, dan zullen de Latijns-Amerikanen zich massaal achter Venezuela scharen, zo massaal dat geen enkele regering op het continent Trump dan zal durven steunen. Merk daarbij op dat ook Latijns-Amerikanen van wie je het nooit zou verwachten, toch een warm plekje blijken te hebben voor Fidel Castro’s Cuba omdat het de Verenigde Staten zo dapper tegen de schenen schopt. Men stond destijds ook massaal achter het Argentijnse militaire regime, toen Margaret Thatcher hun soldaten van de Falkland Eilanden trapte.

Zal het zover komen? In het officiële communiqué van het Witte Huis is geen sprake van geweld. Daarin valt te lezen dat de Verenigde Staten achter het lijdende volk van Venezuela staat en dat de president graag met Maduro in gesprek zal zijn als deze de democratie heeft hersteld.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (101)