1.790
23

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Nederland, EU en euro; Niet gezekerd klimmen op een steile wand

De politiek heeft ondanks alle veranderingen weinig inspanningen verricht om bij heel belangrijke beslissingen te zorgen dat de kiezer daarin meegenomen werd en het gevoel had dat er een vorm van invloed was

Als je veilig wilt klimmen op een steile wand dan is het belangrijk dat je elke keer als je wat hoger komt jezelf zekert. Dat houdt in dat mocht je dan vallen je maar een klein stukje valt omdat je dan blijft hangen aan datgene wat je in die wand hebt geslagen. Dus het is een verstandig (en levensreddend) beleid.

Samenvatting Resultaten Onderzoek De Hond
Hoewel als je het van afstand bekijkt de politiek invloed heeft op het leven van de burger, is dat in het dagelijks leven van die burger doorgaans niet echt merkbaar. Grote debatten in de politiek krijgen daardoor steeds meer een amusementswaarde, maar enkele dagen later weten de meeste mensen nog amper waar het over ging. En dat is met name het geval als het economisch goed gaat. Iets wat –gelukkig en mede dankzij de politiek- doorgaans het geval is geweest in die afgelopen 35 jaar.

De bevolking heeft na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Het gemiddelde opleidingsniveau is beduidend hoger geworden. Het medialandschap is sterk veranderd. Dankzij de digitale ontwikkelingen hebben de burgers allerlei mogelijkheden gekregen om te zenden in plaats van alleen te ontvangen, met elkaar te communiceren en organiseren. De politiek heeft daar maar weinig mee gedaan. Nog steeds is ons politieke stelsel zoals dat in 1848 bedacht is. De burger heeft weinig directe invloed. En de politiek heeft ondanks alle veranderingen weinig inspanningen verricht om bij heel belangrijke beslissingen te zorgen dat de kiezer daarin meegenomen werd en het gevoel had dat er een vorm van invloed was. Dat was ook zeker het geval met alle beslissingen rondom de Europese samenwerking en de euro. De ene keer dat we wel een referendum kregen (en dat was dan “maar” over de Europese Grondwet) stemden we tegen, en vervolgens kwam die Grondwet er in licht gewijzigd en met een andere naam toch.

Terwijl de politiek dus steeds hoger klom op de steile wand van de Europese Samenwerking heeft men vrijwel niets gedaan om te zekeren. Ervoor zorgen dat de kiezers de voordelen ervan begrepen en ook konden laten zien of ze de volgende stappen nog al dan niet steunden.
Maar net zoals met andere onderwerpen kan je stellen dat als de economie goed gaat en de burger in het dagelijks leven weinig tot niets merkt van het politiek handelen (of althans zich amper ervan bewust is) dan ondervinden de politici weinig weerstand van de kiezers. En die politici interpreteren dat weer als een vorm van steun.

Zodra er echter sprake is van een ingrijpende verandering met forse negatieve gevolgen op de economische zekerheid van burgers dan verandert de situatie. Dan reageren burgers heftiger op datgene waarmee de politiek bezig is. En in die situatie lijken we nu geraakt te zijn. Met als extra versterker van dit probleem: de schuld van de situatie waarin we nu geraakt zijn lijkt vrijwel geheel toegerekend te kunnen worden aan de politici, terwijl dat bij eerdere economische crises toch minder het geval is geweest. Immers:

–    De euro is er gekomen omdat de politici dat wilden, zonder dat zij zich daarbij bekommerd hebben om de steun van de kiezer of de kiezer bij de besluitvorming te betrekken. (In die landen waar wel een referendum hierover is gehouden is men niet toegetreden tot de euro-zone).

–    Men heeft weinig energie besteed aan het uitleggen van de positieve elementen van de Europese samenwerking en de euro. Brussel werd vaak als de oorzaak van problemen aangemerkt. Vooral mensen met een lage opleiding ervoeren vooral de negatieve aspecten van die Europese samenwerking, zonder dat dit gevoel ook positief werd geladen. (Nog veel sterker, men werd als “dom” weggezet als men met tegenwerpingen of bezwaren kwam).

–    Inmiddels is het duidelijk dat bij de vorming van de eurozone politici geen rekening hebben gehouden met een worstcase scenario. En met elkaar geen vuist kunnen vormen op het moment dat het echt nodig is. Steeds hoger klimmen op een steile wand en er niet over denken wat er gebeurt als je valt.

–    Men is positivisme blijven uitstralen terwijl zich grote problemen aandienden (zoals de Griekse schuldencrisis). Een groot deel van de kiezers geloofden als niet meer dat de leningen aan Griekenland terug zouden komen, terwijl de politici nog vertelden dat dit zeker zou gebeuren. Men wordt keer op keer door de feiten achterhaald.

De bankencrisis in 2008 werd door de kiezers vooral aan de banken toegerekend. De politiek leek daarbij vooral een belangrijke rol te spelen om het op te lossen. (Eind 2008 stond Wouter Bos er als Minister van Financieren er beter voor dan ervoor en erna). Maar de schuldencrisis, die zich nu voltrekt, wordt volledig op het conto van de politiek zelf geplaatst. En dat maakt de situatie ronduit explosief.
Want niet alleen is de kans dat we een economische crisis gaan doormaken die heftiger is dan die aan het eind van 2008, de mogelijkheden van overheden om die af te wenden zijn beduidend kleiner dan toen.  Want nu zijn de overheden ook nog fors aan het bezuinigen. Ook dat heeft gevolgen voor zowel de persoonlijke economische situatie van de burger en het toeschrijven van de oorzaak van het probleem aan de politiek.

Daarnaast is er nog een complicerende factor. De politieke en economische verbintenis tussen de verschillende Europese landen is veel groter dan vroeger.  Niet alleen moeten de andere landen een rol spelen bij het oplossen van de problemen in het ene land, maar ook kunnen problemen in het ene land makkelijk overslaan op andere landen. En daarmee is ook de beheersbaarheid van problemen groter geworden. Zeker omdat de politici die bezig waren met de vorming van de Europese Unie en de eurozone niet gezorgd hebben voor een slagvaardig besluitorgaan.

En ook de onderzoeksgegevens laten zien dat we op die cruciale tweesprong zijn beland. Als men er toch in slaagt de gevolgen van de schuldencrisis min of meer onder controle te houden dan zullen de gevolgen voor de politiek en de politieke systemen in Europa beperkt blijven. Het is dan wel te hopen dat men alsnog wel voor het zekeren zorgt voordat men verder omhoog klimt.

Maar als men er niet in slaagt de gevolgen van de schuldencrisis onder controle te houden, en het is mijn persoonlijke mening dat dit het geval is, dan valt men inderdaad met een grote klap van die steile wand. In welk Europees land het gaat gebeuren weet ik niet. Maar er zal een vorm van “revolutie” ontstaan met grote gevolgen voor het politieke systeem in dat land en vervolgens ook voor de eurozone en de Europese Unie. En met “revolutie” wordt niet bedoeld een gewelddadige opstand waarbij de burgers met hooivorken optrekken naar het centrum van de macht om de mensen daar te verdrijven. Maar een “revolutie” kan ook ontstaan, zoals we in andere landen gezien hebben, dat veel mensen een lange tijd op een centrale plek blijven, totdat zich veranderingen hebben voltrokken. Of dat bij een verkiezing een  nieuwe factor heel veel stemmen krijgt. (Zo vind ik de uitslag van 34% van Leefbaar Rotterdam in 2002, 4 maanden na de oprichting, een vorm van “revolutie”).  Gemiddeld worden jaarlijks binnen de Europese Unie 8 tot 10 cruciale verkiezingen gehouden in de deelnemende landen. En er hoeft maar in één of twee van die landen een meerderheid te komen die zich afkeert van de Europese Unie en/of de euro en de mat onder de Europese Unie of de Eurozone wordt weggetrokken.

Hoe zich dat precies zal voltrekken en wat erop volgt kan ik niet voorspellen, maar ik denk dat als we over 15 jaar terugkijken op deze periode we de grootste veranderingen zullen hebben ondergaan op politiek, sociaal en economisch terrein van de afgelopen 100 jaar. Veranderingen die in essentie terug te voeren zijn op de digitale revolutie die zich de afgelopen 50 jaar heeft voltrekken. En waar vele beleidsmakers en verantwoordelijken (en dus niet alleen de politici) de omvang, snelheid en impact ervan niet onderkenden. En daardoor zijn wij in situaties geraakt (of eigenlijk gebracht) waar we niet echt meer uit kunnen komen.
We gaan zeer onzekere tijden tegemoet waarbij wat de mensen vinden heel geprononceerd duidelijk zal worden, ook zonder opinieonderzoek. 

Geef een reactie

Laatste reacties (23)