1.204
15

Beleidsmedewerker Bothends

Pieter Jansen is lange tijd milieuactivist geweest. Nadat hij afstudeerde in Ontwikkelingsstudies aan het CIDIN op de Universiteit van Nijmegen, werkte hij voor de lokale afdeling van Milieudefensie in Nijmegen. Deze actiegroep wist het doortrekken van de A73 over de Waal tegen te houden. Zij zorgden er ook voor dat de bouw van MTC Valburg, een grootschalig bedrijventerrein voor transport en distributiebedrijven, niet doorging. Hiermee werd het open rivierenlandschap gespaard.

Toen hij in 2002 bij Both ENDS begon, was zijn voornaamste drijfveer dat hij op deze manier zijn ervaring met actievoeren met (actie)groepen in andere landen zou kunnen delen.

Nederland heeft meer dan genoeg geïnvesteerd in gas, stop ermee

Stop met het bouwen van nodeloze leidingen en opslagcapaciteit voor gas. Investeer in duurzame energie

Aardgas is nu nog een belangrijke energiebron voor heel Europa en Nederland is een belangrijke leverancier aan andere Europese landen. Aardgas is voor Europa zó belangrijk dat het in Nederland kort geleden extra investeringen heeft gedaan in pijpleidingen, gasopslag en een Liquified Natural Gas (LNG) terminal in Rotterdam. Ook in andere Europese landen vinden grote investeringen plaats, bijvoorbeeld in Italië, Griekenland en Spanje. Het geld daarvoor is deels afkomstig van Europese overheden en van Europese publieke banken, bijvoorbeeld van de Europese Investeringsbank (EIB). Dat is zeer opmerkelijk want er zijn al voldoende faciliteiten om aan de Europese gasvraag tot aan 2050 te voldoen.


Voor de eigen energiezekerheid zouden Nederland en Europa niet verder hoeven investeren in gas-infrastructuur. Het zou beter zijn zich volledig te richten op het ontwikkelen van duurzame, niet-fossiele energieproductie die de zelfredzaamheid van Nederland op de lange termijn waarborgt.

Hoe komt het dat Europa investeert in de overcapaciteit aan pijpleidingen? De investeringen in gas-infrastructuur lijken ondanks de overcapaciteit aan pijpleidingen nog wel een tijdje door te gaan. Dit teveel aan pijpleidingen wordt gebouwd vanuit marktdenken. Die gedachte is als volgt: een uitgebreid netwerk van pijpleidingen maakt het mogelijk om gas uit verschillende bronnen aan te bieden. De prijs van het gas uit deze verschillende bronnen kan verschillen. Gas dat tegen verschillende prijzen wordt aangeboden maakt een markt voor gas mogelijk.

In Europa wordt gedacht dat het aantal marktpartijen dat met elkaar concurreert groot genoeg is voor zo’n markt. De olie- en gassector wordt echter gedomineerd door een klein aantal grote bedrijven. Je kan je afvragen of hier geen sprake is van overheidssteun aan een machtig conglomeraat van een paar bedrijven in plaats van het creëren van een vrije markt. Het vervoer en de handel van het gas zijn in handen van een paar giganten als Shell en BP.

Europa hoopt met de diversiteit van gas van verschillende aanbieders energieveiligheid te bevorderen. Er wordt geprobeerd  een markt met dagprijzen voor gas te organiseren, om minder afhankelijk te zijn van een vreemde mogendheid als Rusland. De vraag is nu of een markt met dagprijzen werkt in een sector die zo gedomineerd wordt door een paar bedrijven en de geostrategische afwegingen van grote mogendheden.

Hoe machtig bedrijven zijn laat hun optreden in ontwikkelingslanden zien. Daar wordt voor een habbekrats gas gewonnen voor de Europese energiemarkt.  De opbrengsten van die winning wordt door de autoritaire regimes in die landen niet gedeeld met de burgers, en vaak worden er  mensenrechten geschonden. Die regimes blijven aan de macht dankzij de inkomsten uit olie en gas. Gasbedrijven gebruiken ook diplomatieke missies van Europa en Nederland om in die landen gunstige voorwaarden te bedingen. Ze maken gebruik van exportkredietverzekeringen om de bedrijfsrisico’s op die arme landen te verhalen.

Er zijn meer nadelen. Het creëren van nieuwe gas-infrastructuur en een concurrentie tussen grote bedrijven op een gasmarkt wakkert de productie van gas verder aan in een tijd dat het gas opraakt. Het is daarom niet gezegd dat dit de energiezekerheid voor Europa veiligstelt. De concurrentie tussen bedrijven en de spanning tussen mogendheden groeit. De urgentie is hoog om het Europese energiebeleid over een andere boeg te gooien. Overheidsgeld zou niet langer gestoken moeten worden in gasinfrastructuur en gashandel van een paar grote bedrijven. 

Vanuit een oogpunt van energiezekerheid is het effectiever om te investeren in decentrale energie systemen, die minder gedomineerd worden door grote spelers. Duitsland laat met de ‘Energiewende’ zien dat een omschakeling naar zon en wind, met een actieve participatie van kleine gemeenschappen burgers als energieproducent mogelijk is.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)