859
17

publicist

Shantie Jagmohansingh (1982) is freelance publicist en schrijft in o.a. Trouw, Volkskrant, Contrast, Wereldjournalisten en OHM Vani. In december 2010 verscheen haar eerste korte verhaal ‘Sneeuw’ in literair tijdschrift Armada. In het dagelijkse leven werkt zij als sociaal wetenschappelijk onderzoeker bij de gemeente Rotterdam en heeft diverse onderzoeksrapporten en artikelen geschreven op het terrein van armoede, bijstandsgerechtigden, arbeidsmarkt en zorg & welzijn. Zij studeerde bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Shantie is Hindoestaans, haar voorouders komen uit India, haar ouders uit Suriname en zelf is zij geboren en getogen in Nederland. Deze migratiegeschiedenis, die zich in ruim een eeuw heeft uitgespreid over drie geheel verschillende werelddelen, vormt een belangrijke inspiratiebron voor haar (toekomstige) schrijfwerk. Andere belangrijke onderwerpen zijn migratie, integratie, identiteitsontwikkeling, (post)koloniale geschiedenis en vrouwenrechten.

Nederland heeft te weinig zelfvertrouwen

De mate van zelfvertrouwen en zekerheid van een land bepaalt in hoge mate hoe het land omgaat met migranten

Niet de multiculturele samenleving is mislukt, maar wel de beleidsmatige manier waarop dit door bestuurders is vormgegeven en geregeerd. Het wordt tijd om over de landsgrenzen heen te kijken, bijvoorbeeld naar Amerika waar migranten wordt gezegd vooral niet te assimileren, of Suriname waar men put uit de filosofische uitspraak ‘eenheid in verscheidenheid’. Dat de Nederlandse identiteit is ‘verwaterd’ is deels geworteld in de historische vrees voor nationalistische gevoelens, wat weer gevolgen heeft gehad voor de identiteitsontwikkeling van het land. Op globaal niveau lijkt te volgende uitspraak te gelden: hoe zelfzekerder een land, hoe beter de behandeling van migranten. Hoe scoort Nederland op deze schaal?

De multiculturele samenleving is mislukt. Na de vierde keer word je je pas goed bewust van de lading van deze uitlating: het is alsof hiermee wordt gezegd dat de samenleving is mislukt louter door de multiculturele aard ervan. Dat ‘multicultureel’ bij voorbaat bestemd is tot mislukken, en dat de staatshoofden daarom geen blaam treft bij het falen ervan. Maar de woorden dekken de lading juist niet: niet de multiculturele samenleving is mislukt, zij is een gegeven zoals Sladjana Labovic terecht schreef (17-2-2011). De beleidsmatige manier waarop bestuurders de multiculturele samenleving hebben vormgegeven en geregeerd is daarentegen wel goed mislukt.

Maxime Verhagen noemde de Verenigde Staten een voorbeeld van een wél geslaagde multiculturele samenleving. “Als je mensen daar vraagt wie of wat ze zijn, geven ze als eerste antwoord dat ze Amerikaan zijn en dan pas waar ze oorspronkelijk vandaan komen'”. De vraag is waarom het de VS dan wel is gelukt om de burgers te vereenzelvigen met het land.

De inburgering van nieuwkomers zou volgens Verhagen meer met Nederlandse normen en waarden doorspekt moeten worden. In Amerika pakken ze het echter anders aan; mensen krijgen daar een inburgeringscertificaat van de rechter, met de woorden: “Wees trots op jullie eigen identiteit, assimileer niet. Leer de Amerikaanse taal en voeg je eigen cultuur toe aan de Amerikaanse. Vanaf nu zijn jullie Amerikaan.”

De Amerikaanse integratieboodschap verschilt dus hemelsbreed met die van het huidige Nederland, waarbij integreren volgens sommigen bijna zoiets is als jezelf door twee smalle spijlen persen. Je komt er wel doorheen, maar er wordt ‘voor je eigen bestwil’ aangeraden om een groot deel van je bagage met culturele rijkdom en identiteit achter te laten. In Nederland wordt er almaar op gewezen dat iedereen zich Nederlander moet voelen. Dubbele loyaliteiten en paspoorten worden betwijfeld en vol achterdocht bekeken. Hoe anders is het in Amerika, waar mensen worden aangeduid met Afro-American, Latin-American, Indian-American en ga zo maar door.

Maar er is nog een plek waar Verhagen inspiratie uit kan halen, een land dat vervlochten is met de vaderlandse geschiedenis: Suriname. Door het Nederlandse koloniale bewind zijn mensen over de hele wereld als gedwongen werkkrachten naar Suriname gebracht, van Creoolse slaven uit Afrika tot Chinese en Hindoestaanse contractarbeiders uit Azië. Hierdoor is de Surinaamse bevolking thans samengesteld uit meer dan 10 etnische bevolkingsgroepen. Er worden 20 talen gesproken en als je door het land rijdt, zie je een constante afwisseling van kerken, mandirs en zelfs een moskee en synagoge die vreedzaam naast elkaar staan. Suriname is een multicultureel land bij uitstek. Iedere bevolkingsgroep heeft een eigen geschiedenis en cultuur. Toch is er naast de eigenheden een gemeenschappelijke Surinaamse cultuur en identiteit ontstaan. Als je een gemiddelde burger van dat land vraagt wat hij zich voelt, luidt het antwoord: ‘Ik ben een Surinamer.’

Dit is niet altijd zo geweest, er zijn meermaals ernstige etnische spanningen geweest in het land. In een van deze periodes schreef een Surinaamse burger de volgende woorden om het land wakker te schudden:

Laat geen enkele groep zich minderwaardig of meerderwaardig gevoelen, doch gelijkwaardig, hoewel anderswaardig. Laat elke groep op de haar karakteristieke wijze, in actieve coöperatie en harmonie met andere groepen, het hare bijdragen tot de culturele en sociale opbouw van het land. Laat er geen eenvormigheid en eentonigheid zijn, doch eenheid in verscheidenheid!

Deze woorden zijn afkomstig uit het essay ‘Eenheid in verscheidenheid’ van de Hindoestaans-Surinaamse Dr. Jnan Adhin uit 1957. Het woord ‘groepen’ uit het citaat hoeft uiteraard niet alleen etnisch te worden opgevat, aangezien er allerlei splitsingen en dwarsverbanden bestaan in de samenleving; denk aan jongeren en ouderen, werkenden en niet-werkenden, ouders en alleenstaanden, hetero’s en homo’s.

Nederlanders moeten volgens Verhagen weer trots zijn op hun land. Nederlanders zouden zich niet meer thuis voelen in hun land en niet-Nederlanders eigenlijk ook niet. “Nederland is te veel verwaterd”. De Franse president Sarkozy is dezelfde mening toegedaan. “We hebben ons te veel bezig gehouden met de identiteit van de immigrant en niet genoeg met de identiteit van het land dat hem opving”.

Deze historische gegroeide ontwikkeling geldt voor meer Europese landen; men is lang bevreesd geweest voor alles wat neigde naar nationalistische gevoelens, en dit heeft gevolgen gehad voor het (beperkt) ontwikkelen en vormgeven van de eigen landsidentiteit.

Toen de PVV de volgende zin opnam in haar partijprogramma: ‘De canon van Nederland wordt verplicht op de basisschool, het volkslied wordt geleerd en op elke school hangt onze vlag’, waren de negatieve reacties niet van de lucht. Toch waren er ook voorzichtige positieve geluiden te beluisteren. De bekendheid van Wilders is dan ook paradoxaal. Zijn populariteit is mede te danken aan het inspelen op lang onderdrukte trotsgevoelens van veel Nederlanders, maar tegelijkertijd zijn Nederlanders bang voor deze behoefte aan nationalistisch vertoon.

Als we een blik werpen op de geschiedenis waarvan Wilders zo graag wil dat die uitvoeriger wordt behandeld in de schoolbanken, dan is de negatieve houding van veel Nederlanders tegenover nationalistische symbolen verre van vreemd. Vanaf de jaren zestig nam de bevolking massaal kennis van de slavenhandel, de koloniale expansie van het Westen en de vernietiging van de Joden op basis van etnische selectie en de verheerlijking van de eigen cultuur, volk en natie. Vanaf toen ging men (onbewust) gebukt onder schuldgevoel over dat verleden, waardoor de algemene lijn werd om iedere duiding naar de eigen cultuur, etniciteit en autoriteit als verwerpelijk te veroordelen. Distantie van nationalistische uitingen was de norm geworden.

Hierdoor heeft Nederland zich ontwikkeld tot een prettig nuchter land, maar een ander gevolg van dit gebrek aan nationalisme en trots is dat het besef van Nederland over haar identiteit is verwaterd. Dat terwijl migranten zich daarentegen erg bewust zijn van hun identiteit en dit ook zorgvuldig ontwikkelen en koesteren, juist doordat zij in een volledig nieuwe omgeving zijn terecht gekomen. Dit laatste wordt nog versterkt omdat ook de autochtonen behoorlijk veel aandacht schenken aan de cultuur van de migranten (zoals Sarkozy terecht opmerkte). Dit gebeurd echter wel vaak selectief, religieuze boeken worden uitgeplozen om aan te tonen hoe verderfelijk het zou zijn, de geschiedenis van migranten wordt bestudeerd met als voornaamste doel te wijzen op bepaalde misstanden in het verleden, en er worden onderzoeken naar etnische groepen verricht om zo indirect te kunnen zeggen dat er iets mis is met de cultuur.

Door deze tegengestelde ontwikkelingen zijn autochtone Nederlanders het als het ware verleerd om trots te zijn op hun land en is de identiteitsontwikkeling wat achter gebleven, waardoor er te weinig inhoud aan Nederlanderschap voor migranten is overgebleven om trots op te kunnen zijn. Het lijkt erop dat hoe onzekerder men is over de Nederlandse identiteit en wat deze zou moeten inhouden, hoe groter de behoefte is dat nieuwkomers zich hieraan aanpassen of nog liever assimileren in het nieuwe land. Een land als Amerika bevat blijkbaar wel genoeg zelfvertrouwen om nieuwkomers hun eigen identiteit en culturele bagage toe te laten voegen aan de landsidentiteit. De mate van zelfvertrouwen en zekerheid van een land, lijkt dus in hoge mate te bepalen hoe het omgaat met migranten.

Deze kwestie lost men niet op met een inburgeringscursus met de nadruk op normen en waarden (wanneer verzint het CDA wat nieuws?). Deze cursussen zijn immers bedoeld voor de (in aantal steeds meer dalende) nieuwkomers, terwijl we juist moeten werken aan de sociale cohesie van de inwoners die er al zijn. De oplossing zit ‘m veel meer in het accepteren dat er door de veelheid aan groepen in dit land, een veelheid bestaat aan het invullen van Nederlanderschap, en dat je daar als volwaardig Nederlander ook recht op hebt, of je nu al generaties in Groningen woont, of geboren bent uit Marokkaanse migrantenouders. Probeer niet alle groepen geforceerd te persen in een mal, maar laat een veelheid aan groepen bestaan die zich, juist omdat zij daar vrij in zijn, allemaal Nederlander voelen.

Geef een reactie

Laatste reacties (17)