543
23

Programmamedewerker Both ENDS

Anouk Franck studeerde bedrijfseconomie aan de VU en filosofie aan de UvA. Nadat zij beide studies had afgerond, deed zij een master 'Development Studies' aan de Londen School of Economics, gevolgd door een postdoctoraal 'Ontwikkelingsstudies' bij het CIDIN in Nijmegen. Anouk werkte achtereenvolgens bij Cordaid, bij het economische programma van NIZA en voor VSO. Voor deze laatste organisatie was zij programmamedewerker op het Natural Resource Management Programme, waarvoor zij anderhalf jaar in Cambodja verbleef. Vanaf begin 2008 werkt Anouk in het team beleidsbeïnvloeding bij Both ENDS. Ze werkt met name op het thema 'geldstromen'. Haar specialiteit is het beleid van Internationale Financiële Instituties (IFI's) zoals de Wereldbank, de African Development Bank en de European Investment Bank.

Nederland houdt zich niet aan klimaatbeloftes

Nederland moet weer een betrouwbare partner worden in het internationale klimaatdebat. Eentje die zich houdt aan zijn afspraken en die daarmee ook recht van spreken heeft

Deze week is de nieuwe ronde van klimaatonderhandelingen begonnen in Doha, de hoofdstad van Qatar. Er is weinig aandacht voor en de verwachtingen zijn laag. Tegelijkertijd wordt wel het internationale Green Climate Fund opgetuigd, het fonds dat de benodigde en in 2010 afgesproken honderd miljard dollar per jaar aan klimaatgelden moet bieden aan ontwikkelingslanden. Ze kunnen zich daarmee aanpassen aan klimaatveranderingen, en hun ontwikkeling op een klimaatvriendelijke manier laten verlopen. Het is de grootste multilaterale berg geld in de wereldgeschiedenis.

Nederland heeft een (met Denemarken gedeelde) zetel in het bestuur van dit Green Climate Fund. Dat is een teken dat Nederland zich actief voor het klimaatdossier wil inzetten. In schril contrast daarmee is het Regeerakkoord: Nederland zelf komt zijn beloften in klimaatverband niet na. Het geld dat wij beschikbaar stellen om klimaatverandering internationaal tegen te gaan is niet, zoals beloofd, nieuw en additioneel. Rutte en Samsom hebben bedacht dat dit uit het ontwikkelingsbudget gehaald kan worden. De erkenning dat wij historisch gezien het klimaat veel meer dan ontwikkelingslanden hebben belast, waardoor de “klimaatruimte” van ontwikkelingslanden beperkt is, telt blijkbaar niet meer.

Bovendien zet Nederland, samen met een aantal Europese landen, hoog in op het aantrekken van private sector investeringen voor klimaat. De redenering is als volgt: er is minder budget en minder bereidheid om geld te “geven” aan ontwikkelingslanden. Het beperkte budget kunnen we daarom het beste inzetten om zoveel mogelijk investeringen uit de private sector aan te trekken. Deze sector brengt ook de nodige innovatie en efficiëntie met zich mee.

Slechts 5% van al het private klimaatgeld gaat nu naar adaptatieprojecten, het aanpassen aan klimaatproblemen. Volgens de Wereldbank zijn de allerarmsten het meest de dupe van klimaatverandering; op veel plaatsen worden ze daar nu al mee geconfronteerd. De behoeften aan financiering voor lokale initiatieven op de grond zijn enorm – zo rond de 100 tot 400 miljard dollar. Helaas voor hen is de private sector voornamelijk geïnteresseerd is in mitigatie, de strategieën om uitstoot te verminderen bijvoorbeeld via schonere technologieën. Zij die het het hardste nodig hebben, vallen zo als eerste buiten de boot.

Ook ontbreekt het bewijs dat private sector investeringen leiden tot innovatieve, ‘pro-poor’ en klimaatvriendelijke projecten. De private sector wordt immers geleid door winstmogelijkheden en die vindt ze in midden-inkomenslanden en investeringen in technologieën die zich al bewezen hebben. In de praktijk zijn dus grootschalige dammen, “schonere” kolencentrales en investeringen in biobrandstoffen favoriet. Projecten die kwetsbaarheid van mens en natuur vaak vergroten.

Het gevaar is dat het Green Climate Fund dit model overneemt en Nederland hard de verkeerde kant oproeit. Intussen heeft het bestuur van het Green Climate Fund twee keer vergaderd met weinig transparantie naar buiten toe en zonder goede procedures voor betrokkenheid van externe belanghebbenden. In 2013 wordt een aantal belangrijke beslissingen genomen over hoe dit fonds eruit gaat zien. Voor het grootste multilaterale fonds uit de geschiedenis, is het belangrijk dat degenen die hier uiteindelijk beter van moeten worden, informatie krijgen en mee beslissen.

Nederland moet weer een betrouwbare partner worden in het internationale klimaatdebat. Eentje die zich houdt aan zijn afspraken en die daarmee ook recht van spreken heeft in het Green Climate Fund. Nederland kan dan een duidelijke agenda naar voren brengen, en hard inzetten op transparantie en op een eerlijk en duurzaam fonds dat mensen die de minste middelen hebben om zich voor te bereiden op klimaatverandering het meest ondersteunt.

Dat zou de Nederlandse boodschap moeten zijn in Doha.

Geef een reactie

Laatste reacties (23)