2.248
42

Financieel Geograaf/Onderzoeker

Rodrigo Fernandez (1975) studeerde politicologie aan de UvA en promoveerde aan dezelfde universiteit als financieel geograaf (2011). Momenteel werkt hij als postdoc onderzoeker aan een studie over de Nederlandse verzorgingsstaat in 2025 in verschillende globaliseringsscenarios. Hiernaast werkt hij één dag per week als onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Ook maakt hij onderdeel uit van Real World Economics, een groep academici en activisten dat maandelijks kritische debatten organiseert.

Nederland leeft onnodig in angst

De staatsschuld is niet te hoog en radicaal bezuinigen is niet nodig

In korte tijd heeft een bijna apocalyptische angst zich meester gemaakt van brede lagen van de Nederlandse bevolking. De staatsschuld is te hoog, wel meer dan 400 miljard euro en de rentelasten zijn met 12 miljard Euro ondraaglijk. Er is geen uitweg. Als we snel keihard bezuinigen en ons houden aan de uitverkoren 3% regel dan is ons land gered. Als we het niet doen worden we afgestraft door de ‘markt’ en stijgt de rente nog verder. Het verhaal heeft veel weg van het brengen van levende offers aan de berggoden om te voorkomen dat de aarde trilt.

Het is beangstigend te zien hoe snel een bevolking een verhaal als dit weet te internaliseren en zelf als volleerd masochist bezuinigingen eist. Eenieder die in de weg staat wordt weggezet als ongelovige, als iemand die het niet begrepen heeft. Het verhaal zelf, ongestoord door feiten of door studies van gezaghebbende instellingen uit binnen en buitenland, wordt nu gedragen door de vox populi, aangezwengeld door de VVD, het CDA en nu ook D’66, de ChristenUnie en GroenLinks.

De rentelasten die Nederland momenteel betaalt zijn 2.1 % van het BNP. Sinds 1920 behoren de rentelasten hiermee tot de laagste 4 op jaarbasis. Alleen in 2007 waren de rentelasten met 1.9% lager. De staatsschuld is met 65% van het BNP een van de allerlaagste van het Euro gebied. Het schuldquotum in het Euro gebied is 87%, in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en België respectievelijk 83%, 86% en 98%. Als we kijken naar de ontwikkeling van de staatsschuld dan is te zien dat deze in Nederland piekte in 1996 met 76% om daarna te dalen tot 45% in 2007. Daarna kwam de kater van het bankiersfeest.

Wat dit duidelijk maakt is dat het afbouwen van de staatsschuld een zaak van de lange adem is. De economie is in de periode 1980 en 2007 door verschillende conjunctuurcycli gegaan, waarbij de economische groei omhoog en omlaag ging. De tijd om de schulden af te bouwen is altijd in de zonnige periode geweest. Het is ook onzinnig om het dak te repareren als het regent. Dit heet conjunctuurpolitiek. Het is ontstaan na WOII toen de jaren 1930 hadden aangetoond dat het omlaag brengen van de staatsschuld in een periode dat bedrijven en huishoudens minder te besteden hebben een beetje dom is. Het was Jan Tinbergen de eerste winnaar van de Nobelprijs voor de economie en de eerste directeur van het CPB die de grondlegger werd van deze politiek.

Het Catshuis akkoord betekend dat de economie in 2015 minstens 6 miljard kleiner is dan een ongewijzigd beleid door de bezuinigingen. Ook betekent het dat de werkeloosheid toeneemt tot ruim 6.5% waardoor vooral jongeren worden geraakt. Dit alles is de prijs om te voldoen aan de heilige 3% grens in 2013. Waar het omgaat is de vraag of we er twee jaar langer over doen om op hetzelfde begrotingstekort uit te komen, met een iets hogere staatsschuld, zonder daarbij de werkloosheid te laten stijgen en de economie op andere plekken onnodig schade toe te brengen. In plaats van bezuinigen voor de korte termijn is er dan ruimte voor structurele veranderingen op de lange termijn.

Maar de rente? Die schiet toch direct door het dak als we niet voldoen aan de dictaten van de markt? Het is een misvatting dat de ‘markt’ bezuinigingen eist.

Beleggers willen simpelweg een goed product tegen een zo laag mogelijke prijs. Een goed product is een staatsobligatie van een staat die op de lange termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. Hierbij tellen een groot aantal variabelen waar Nederland hoog op scoort. De hijgerige discussie over 3% in 2013 valt in het niet bij de overschotten op de lopende rekening, de waarde van de gasbaten plus andere activa en het concurrentie vermogen van de Nederlandse economie.

Hiernaast hebben we de prijs. Het belangrijkste deel van de rente die Nederland betaald komt tot stand door vraag en aanbod naar obligaties op de wereldmarkt. Hier tellen andere zaken dan discussies in het navel-staar-circuit van Den Haag. Er is wereldwijd een structureel tekort aan kwalitatief goede staatsobligaties. En dit tekort neemt alleen maar toe. Het komt doordat aan de ene kant de vraag is toegenomen. Institutionele beleggers uit het westen en uit opkomende economieën hebben spaarpotten van meer dan 60.000 miljard euro die ergens moeten beleggen. Maar vooral de vraag vanuit banken en centrale banken toegenomen als gevolg van de financiële crisis. Staatsschuld dient als cruciaal onderpand voor transacties in het postcrisis tijdperk. Tegenover deze grotere vraag naar staatsschuld is er sprake van een snelle daling van de totale staatsschuld. Het IMF berekende onlangs dat het aanbod van kwalitatief goede staatsschuld is gedaald van 68% van de publieke schuld van ontwikkelde landen naar 52%, als gevolg van de schuldencrisis. Hierdoor is kwalitatief goede staatsschuld een schaars goed aan het worden en blijft de rente laag.

Dit laat zien dat het speelveld waar de Nederlandse rente tot stand komt groter is dan de discussies in Den Haag. Het verhaal is complex en daarom moeilijk te communiceren in een hysterische mediacratie die bloed wil zien.  Politici projecteren angstbeelden voor electoraal gewin. De 3 procent grens is niet heilig maar onderdeel van een ondoordacht plan van Europese regeringsleiders. De gedachte dat het vertrouwen van de markt terugkeert als alle landen van de EU te midden van een recessie tegelijkertijd drastisch bezuinigen is niet veel anders dan een pleidooi om meisjes in een vulkaan te werpen om de berggoden gerust te stellen.

Rodrigo Fernandez is als financieel geograaf verbonden aan de UvA en is onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).

Geef een reactie

Laatste reacties (42)