8.346
54

Europarlementariër PvdA

Thijs Berman is afgestudeerd ontwikkelingspsycholoog. Hij studeerde een jaar in Frankrijk en daar ging hij na zijn studie ook werken als correspondent voor ondermeer De Groene Amsterdammer, het NOS Radio1journaal, TweeVandaag en het Agrarisch Dagblad. De politiek riep en in 2004 werd Berman voor de PvdA Europarlementarier. Voor de Europese Verkiezingen van 2009 was hij lijsttrekker namens de PvdA.

Nederland moet juist doorgaan met ontwikkelings-samenwerking

Frits Bolkestein ziet een paar zaken over het hoofd bij zijn kritiek op de hulp

Nederland zal, samen met de andere welvarende landen in de wereld, nog lange jaren moeten doorgaan met ontwikkelingssamenwerking. Frits Bolkestein pleit in de Volkskrant van 6 oktober voor afschaffing ervan, maar wijst de verkeerde schuldige aan.

Lees het artikel van Frits Bolkestein hier
De liberale utopie – krachten in de markt zorgen zelf voor de beste wereld – heeft zijn failliet sinds de bankencrisis afdoende bewezen. Het lijkt erop dat dit ideologische afval nu door Frits Bolkestein onbekommerd in de ontwikkelingslanden wordt gedumpt. Wat hem betreft horen vooral het bedrijfsleven en de handel te zorgen voor ontwikkeling, de donorlanden moeten stoppen met hun beleid.
 
Frits Bolkestein ziet daarbij een paar zaken over het hoofd. Als ontwikkelingsbeleid in sommige landen heeft gefaald, komt dat allereerst door cynische buitenlandse politiek van welvarende landen: dictators konden decennia lang aan de macht blijven en ongestraft miljarden naar Zwitserland wegsluizen. Wij accepteerden hun hebzucht, zolang zij ons geen strobreed in de weg legden in de Koude Oorlog en bij onze honger naar grondstoffen. De vis begint te rotten aan de kop: de corruptie aan de top vergiftigde hele samenlevingen.
 
Als ontwikkelingsbeleid te traag werkt en soms ook echt heeft gefaald, komt dat ten tweede door multinationals die, zoals Shell, in hele regio’s het bestaan van de lokale bevolking onmogelijk hebben gemaakt en nu op schandalige wijze de verantwoordelijkheid voor het opruimen van de vervuiling van zich afschuiven. Zij ontwijken, zoals de mijnbouwgigant Glencore in Zambia, het betalen van belasting aan ontwikkelingslanden.
 
Waar ontwikkelingsbeleid faalde, komt dat ten derde doordat er lange tijd te weinig gebeurde voor de groei van economie en handel. Europa hield uit eigenbelang de poorten dicht – en dat is nog steeds niet voltooid verleden tijd. Handel vraagt bovendien om zware investeringen in infrastructuur, met een mix van subsidies en leningen van (ontwikkelings-)banken. Wat ook ontbrak was beleid gericht op ‘financial inclusion’, waar prinses Maxima zich vakkundig voor inzet. Mensen toegang bieden tot leningen, spaarvormen en verzekeringen is een concrete, effectieve steun aan kleine ondernemers. Deze nieuwe financieringsvormen groeien snel maar nog lang niet snel genoeg.
 
De snelle urbanisatie in Sub-Sahariaans Afrika is een kans. In en rond de grote steden groeit de economie razendsnel. Ook het platteland profiteert hiervan, want het produceert het voedsel voor de stedelingen. Dit vraagt wel om investeringen in voorzieningen. Goede wegen, water, riolering en energie komen niet vanzelf.
 
In Senegal vraagt de liberale president Macky Sall, deze lente gekozen terwijl ik er hoofd van de EU-waarnemingsmissie was, om voortgaande steun vanuit Europa, juist om de economie van het land te versterken. Sall bestuurt zijn land op basis van een heldere analyse : het land is 50 jaar na de onafhankelijkheid nog steeds arm omdat een echte participatieve democratie ontbreekt. Zolang de armsten geen stem hebben, zolang zij buiten de macht blijven, worden ze niet gehoord in de hoofdstad Dakar en blijft de ongelijkheid. Daaraan werken betekent investeren in onderwijs, in goed bestuur, in het maatschappelijk middenveld, in communicatiemiddelen. Dat kan Senegal niet alleen, het land heeft onze medewerking nodig. Zonder paternalisme, wel veeleisend en constructief.
 
Onderwijs en gezondheidszorg stonden jarenlang voorop bij de hulp. Inmiddels gaat de grote meerderheid van de kinderen in Sub-Sahara Afrika dankzij de hulp naar school. Dat is een groot succes, de hogere opleidingsgraad is een van de verklaringen voor het feit dat vijf van de tien snelst groeiende economieën van de wereld in Afrika liggen, met Ghana voorop. Hetzelfde geldt voor gezondheidszorg: het wereldwijde vaccinatieprogramma GAVI boekt enorme vooruitgang, grotendeels dankzij subsidies uit de hele wereld.  Als die zouden stoppen wordt Afrika onmiddellijk minder aantrekkelijk voor investeerders. En het succes van de strijd tegen dodelijke ziektes, tegen moedersterfte en kindersterfte kun je niet laten afhangen van liefdadigheid. Particuliere giften zijn welkom, maar hun omvang is altijd onzeker. Er is zekerheid nodig over langjarige financiering, en dat kan enkel met overheden die hun beloften nakomen over ontwikkelingshulp.
 
Critici als Bolkestein beweren dat enkel noodhulp moet overblijven. Dat is onlogisch: wel een hongersnood aanpakken in de Sahel, maar de bevolking niet bijstaan zelf de voedselproductie ter hand te nemen; wel een vredesoperatie steunen, maar niets meer doen voor wederopbouw. Er moet juist een betere verbinding komen tussen noodhulp en ontwikkelingsbeleid, waardoor mensen vanuit noodsituaties kunnen groeien naar weerbaarheid, stabiliteit en vrede.
 
Een goed voorbeeld is Mali. Nu enkel noodhulp bieden is desastreus voor de Malinezen en niet in ons belang. Niet verder kijken dan de honger onder de vluchtelingen in Noord-Mali betekent pure winst voor de Moslimfanatici, die er de Sharia vestigen ondanks fel protest van de lokale bevolking. Handen afhakken, vrouwen onderdrukken, Al Qaeda een veilige haven bieden: daarmee wordt Noord-Mali een brandhaard, een Afghanistan vlakbij onze grenzen. Van Noord-Mali wegkijken is ook in het voordeel van Latijns-Amerikaanse misdadigers die dankzij corruptie en groeiende instabiliteit in West-Afrika steeds meer vrijheid hebben om cocaïne via de havens van Ivoorkust en Guinee-Bissau dwars door de Sahara naar Europa te  transporteren.
 
De toekomst van ontwikkelingslanden is bovendien onze markt. Nederland-exportland profiteert er als eerste van als het beter gaat met deze landen. Nederland hoort ook daarom voorop te blijven lopen met ontwikkelingsbeleid. Als dat niet kan vanuit moreel besef, doe het dan maar uit eigenbelang.
 
Thijs Berman, PvdA-europarlementariër, is in het Europees parlement rapporteur over inhoud en financiering van het EU-ontwikkelingsbeleid voor de komende 7 jaar.

Volg Thijs op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (54)