4.006
45

Vz. Comité Nederlandse Ereschulden

Jeffry M. Pondaag is voorzitter van de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden, dat onder meer de belangen behartigt van nabestaanden van door Nederlandse militairen geëxecuteerden tijdens de Politionele Acties. De stichting behartigt ook de Indonesische weigeraars die weigerde om gestuurd te worden met de Politionele Acties. Hij won met advocate Liesbeth Zegveld drie rechtszaken daarover tegen de Nederlandse Staat (betreffende Rawagede en Zuid-Sulawesi). December 2012 heeft de stichting de zaak van de Indonesische weigeraars bij de Hoge Raad gebracht. In zijn gewone leven is hij cementarbeider.

Nederland moet voorbeeld nemen aan Duitsland

Voor Duitsland was een groot aantal nabestaanden en geld geen reden om niet door het stof te gaan en ruimhartig excuses te maken voor het koloniaal verleden

Het was maar een klein bericht in een enkele krant vorige maand, dat Duitsland excuses heeft aangeboden aan de bevolking van Namibië, de voormalige kolonie Duits Zuidwest Afrika, voor de massaslachting die het aanrichtte tussen 1904 en 1908. En in een ander bericht in diezelfde week, bood ook de paus zijn verontschuldigingen aan, tijdens zijn bezoek aan Bolivia, voor de slechte behandeling in het verleden door de rooms-katholieke kerk van de inheemse bevolking.

Nederland daarentegen zwijgt nog altijd in alle talen over haar koloniale verleden. Waar Duitsland nu gaat onderhandelen met de nabestaanden van de 85.000 mensen die het om het leven bracht tussen 1904 en 1908, wil Nederland nog steeds geen verantwoording afleggen voor de tussen de 150.000 en 200.000 slachtoffers die vielen in het recente verleden tijdens de zogeheten Politionele Acties. Laat staan van een koloniaal verleden van 350 jaar.

De Nederlandse regering motiveert dat op 15 juni in een brief aan de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden, die vragen daarover had gesteld. Eerst erkent zij dat er een breed maatschappelijk debat bestaat over het Nederlandse koloniaal verleden. Maar:

De Nederlandse overheid zelf neemt in beginsel geen deel aan het debat, want de regering ziet het niet als haar taak over de interpretatie van het verleden standpunten in te nemen. Dat acht de regering bij uitstek een taak van de wetenschap (historici), journalistiek en het maatschappelijk veld.

Opvallend dus, daar waar de Duitse regering wel de moed heeft gehad zichzelf in de spiegel te kijken, verantwoording te nemen voor haar daden in het verleden en over te gaan tot het opstellen van een brede schadevergoedingsregeling, beweert de regering dat de koloniale oorlog eigenlijk niet haar zaak is. Het gaat alleen maar om ‘interpretatie’.

De Stichting had ook gevraagd om aandacht voor de dienstweigeraars van de Politionele Acties. Deze jongemannen ontvingen gevangenisstraffen van 4 tot 7 jaar en verloren hun werk, terwijl ze aan de goede kant van de geschiedenis stonden. Eerherstel vindt de Nederlandse regering nog steeds niet aan de orde. Wat vreemd is, omdat Minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken op 15 augustus 2005 voor het eerst verklaarde dat Nederland inzake Indonesië ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond’.

Evenmin voelt de Nederlandse overheid zich verantwoordelijk voor de teksten in de geschiedenisboekjes, die de Indonesische leiders Sukarno en Hatta beschrijven als verraders die heulden met de Japanners tegen de Nederlanders. Ook dit is een taak van ‘het maatschappelijk veld’.

De regering komt een beetje in de knoei met haar standpunt, als ze in dezelfde brief stelt dat voor de ‘gebeurtenissen in Nederlands Indië tussen 1945-1949 de rechtbank heeft geoordeeld dat de Staat zich ook ten aanzien van de kinderen niet op verjaring kan beroepen’. Het gaat hierover de veroordeling door die rechtbank tot schadevergoeding, tot drie keer toe. Precies die in 1971 door de regering ingestelde ‘verjaring’ van oorlogsmisdaden (hier dus door de regering eufemistisch genoemd: ‘de gebeurtenissen’) heeft de rechtbank in de afgelopen paar jaar als niet geldig verklaard.

Daarmee vervalt ook voor de regering de mogelijkheid zich daarachter te blijven verschuilen in het maatschappelijk debat, want dat is precies wat zij doet. Het is na 70 jaar (17 augustus 1945) de hoogste tijd dat niet het maatschappelijk veld, de rechtbank, de journalistiek, en de historici, maar de regering de consequenties trekt uit haar verleden. Het waren geen journalisten, wetenschappers, rechters etc., die een koloniale oorlog op touw zetten.

Het is ons onduidelijk wat de regering ervan weerhoudt de moed te hebben en te verklaren dat het Nederlands koloniaal project, die 350 jaar inclusief de Politionele Acties, niet deugde. Bang voor nog meer schadevergoeding van het handjevol weduwen uit Rawagede en Zuid-Sulawesi? Angst voor claims van veteranen en dienstweigeraars? Voor Duitsland was een groot aantal nabestaanden en geld geen reden om niet door het stof te gaan. Het zou de Nederlandse overheid sieren als het voorbeeld van Duitsland volgde.

Bekijk hier hoe premier Rutte spreekt over de standrechtelijke executies door het Nederlandse leger tussen 1945 en 1949.

Jeffry Pondaag schreef dit stuk samen met Tineke Bennema (historicus, in april verscheen haar boek Een Nederlandse politie-inspecteur verindischt nooit over haar grootvader)

Geef een reactie

Laatste reacties (45)