4.937
63

Mediawetenschapper, docent Media & Cultuur

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en als docent Media & Cultuur verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. In zijn onderzoek en onderwijs houdt hij zich m.n. bezig met thema's als media en culturele diversiteit, culturele globalisering, racisme en uitsluiting, migratie, etniciteit, culturele identiteit en cultureel burgerschap

In Nederland mag een niet-westerse naam geen probleem zijn

Witte, westerse immigranten peinzen er niet over om hun kinderen Wing-Yan of Phuong te noemen wanneer ze in China of Vietnam worden geboren

Er zijn mensen die hun voornaam niet mooi vinden en het op latere leeftijd inwisselen voor een andere. Ook zijn er mensen voor wie hun voornaam iets triviaals is: niets meer dan een handige lettercombinatie die ze dragen, zoals een paar sokken. Maar de meeste mensen bouwen vanaf hun geboorte een speciale, innige band op met hun naam. Niet verwonderlijk dus dat veel ouders lang nadenken over de namen voor hun kinderen. Die namen zeggen iets over de ouders en hun identiteiten en worden onderdeel van die van hun kinderen.

Nederland niet-westerse namen
cc-foto: Jane Starz

Het is dus niet meer dan logisch dat er Nederlanders van niet-westerse afkomst zijn die hun kinderen een niet-westerse naam willen geven. Het zijn namen waarvan zij vinden dat die bij hun (toekomstige) kinderen passen. Gelijk hebben ze, niets mis mee. Maar onlangs betoogde de in Hongkong woonachtige sociaal geograaf Josephine Bersee in de brievenrubriek van De Volkskrant dat niet-westerse immigranten in westerse landen hun kinderen westerse namen moeten geven. Daarmee zouden zij namelijk aantonen in de westerse samenleving te willen ‘integreren’ (Bersee bedoelt eigenlijk assimileren). De argumenten van Bersee verraden echter wit privilege en een beperkte kennis van en visie op internationale migratie en (cultureel) burgerschap.

Het gaat meteen al fout wanneer Bersee beweert dat het aanpassen van namen ‘een gewoonte van immigranten uit alle windstreken in alle migratielanden door de geschiedenis heen’ is. Áls dat al een gewoonte is, dan geldt dat niet voor de meeste witte, westerse immigranten in Aziatische of Afrikaanse landen door de eeuwen heen. De witte bril die Bersee op heeft, beperkt haar zicht danig.

Witte immigranten
Witte, westerse immigranten peinzen er niet over om hun kinderen Wing-Yan of Phuong te noemen wanneer ze in China of Vietnam worden geboren, uitzonderingen daargelaten. Het wordt ook niet van hun verlangd en er is geen noodzaak toe want een westerse naam heeft over het algemeen geen nadelige gevolgen voor de drager daarvan – integendeel. Dat is hun privilege als witte westerling. Als sociaal geograaf en inwoner van de voormalige Britse kroonkolonie Hongkong zou juist Bersee moeten weten dat westerse immigranten over het algemeen vasthouden aan westerse namen. En dat dat in hun geval vaak inderdaad gepaard gaat met de onwil om op te gaan in de lokale bevolking.

Wellicht is Bersee zelf een uitzondering, maar in Hongkong houden witte, westerse inwoners zich vooral op in het rijke en ‘veilige’ Hong Kong Island en in mindere mate Kowloon. Maar in New Territories, in de dorpen waar de meeste gewone Hongkongers wonen en waar ik regelmatig bij mijn schoonfamilie verblijf, heb ik zelden een witte westerling gezien. Of het nu om Hongkong, Jakarta of Kuala Lumpur gaat: de meeste witte, westerse immigranten zonderen zich af van de lokale bevolking en spreken vaak niet eens de taal van het land. Ze hebben niet de intentie om te integreren en op te gaan in de lokale bevolking – ongeacht de lengte van hun verblijf. Witte westerlingen (meestal mannen) die een relatie met een local hebben vormen daarop soms de uitzondering.

Victim blaming
Zoals gezegd, stelt Bersee dat niet-westerse immigranten in het Westen hun kinderen westerse namen zouden moeten geven omdat dat de intentie om te integreren zou aantonen en uitsluiting en discriminatie zou voorkomen. Haar ‘advies’ is een slinkse en belachelijke beschuldiging aan het adres van immigranten die vasthouden aan ‘hun eigen’ namen: die zouden niet willen integreren.

Tegelijkertijd is hier ook sprake van victim blaming en wegkijkgedrag. Bersee negeert het echte probleem: institutioneel racisme en wit/witte cultuur als norm die ertoe leiden dat mensen met ‘afwijkende’ namen geconfronteerd kunnen worden met uitsluiting en discriminatie. In plaats daarvan legt zij de verantwoordelijkheid bij de slachtoffers. Die moeten maar westerse namen aannemen, dan verdwijnen hun problemen. Dit argument sluit perfect aan bij Rutte’s van wit privilege en minachting voor gelijkheid en rechtvaardigheid doordrenkte visie op discriminatie op de arbeidsmarkt: geen structurele aanpak van racistische werkgevers en racisme op de arbeidsmarkt/werkvloer, maar het advies aan de slachtoffers dat ze zich moeten ‘invechten’. Dat is hetzelfde als opperen dat homo’s niet meer hand in hand over straat moeten lopen, dan worden ze ook niet meer lastiggevallen. Daarbij: wat moet een niet-witte Nederlander dan doen met zijn of haar huidskleur en andere uiterlijke kenmerken die ook discriminatie en uitsluiting kunnen triggeren?

Niet-westerse namen
Over een ding heeft Bersee wel gelijk – deels dan. Zij stelt dat Chinezen westerse en Chinese namen combineren. Dat klopt, maar dit geldt zeker niet voor Chinezen in het algemeen. Zeker, er zijn veel Nederlanders van Chinese afkomst die een westerse voornaam hebben gekregen van hun ouders en/of geven aan hun kinderen, bijvoorbeeld vanwege een christelijke achtergrond of ‘gewoon’ omdat de ouders de naam mooi vinden en bij hun kind vinden passen. Maar dat is geen algemene regel. Van de Chinese Nederlanders die aan een deelstudie van mijn promotieonderzoek meededen, had bijvoorbeeld slechts de helft een westerse naam. Steeds meer Aziatische Nederlanders lijken alleen een Aziatische naam te hebben en/of hun ‘extra’ westerse naam niet meer te gebruiken. Dat zegt op geen enkele manier iets over hun integratie en burgerschap in Nederland.

Toen mijn vrouw Chee-Han en ik nadachten over namen voor onze zoon waren wij er al snel over uit dat hij twee namen zou krijgen: een Chinese en een Arabisch-Indonesische. Onze zoon heet Sam-Ming Malique en wie hem ziet, zou zich niet kunnen voorstellen dat hij Daan of Jesse zou hebben geheten. Dat past niet bij hem. We noemen hem vaak Sam, naar een van mijn opa’s. Inderdaad, een westerse naam. Mijn Indiase opa had vlak na de oorlog van zijn commandant bij de Britse luchtmacht het advies gekregen om westerse namen aan te nemen zodat hij niet herkenbaar was als moslim. Syed Shamim Ul Hasan werd Sam Hudson. Een verstandige beslissing, gezien de bloedige strijd tussen hindoes en moslims die in die periode oplaaide. Onder dergelijke levensbedreigende omstandigheden zou ik mijn zoon ook zeker westerse namen hebben gegeven. Maar in een vreedzame en open samenleving zoals Nederland moet iedereen de vrijheid hebben om hun kind Nghia, Omar of Mei-Yin te noemen zónder dat dat nadelige gevolgen heeft voor het kind en de ouders.

Geef een reactie

Laatste reacties (63)