1.027
16

Schrijfster, werkt met kindsoldaten

Ginny Mooy is schrijfster, antropologe, en grafisch ontwerper. Inmiddels woont en werkt Ginny ruim negen jaar in Sierra Leone, waar ze onderzoek doet naar de gevolgen van extreme geweldpleging, reïntegratie van (en de daarmee samenhangende positie van vrouwen) in de naoorlogse samenleving. Ginny volgt in Sierra Leone de lange termijn reïntegratie van voormalig kindsoldaten voor verder onderzoek.

Over haar eerste onderzoek schreef Ginny de roman 'De wil om te doden'. In April 2009 verscheen Ginny’s tweede boek 'Moordjongens'. Een boek voor jongeren vanaf 12 jaar, gebaseerd op waargebeurde verhalen en situaties.

Bekijk ook haar website www.ginnymooy.nl

Nederland Paracetamol Land

Van mij hoeft dat abonnement op de zorg niet. Ik maak wel een eigen spaarpotje, kies mijn eigen dokter en ga wanneer ik wil. Doe ik in de jungle van Sierra Leone immers ook

Wie mijn boek De Wil Om Te Doden heeft gelezen, weet hoeveel medische problemen ik in Sierra Leone heb moeten doorstaan de afgelopen jaren. Vooral de eerste paar maanden van mijn verblijf daar leek het alsof ik in de jungle beland was. Met een zware malaria aanval kwam ik in een Chinees ziekenhuisje terecht, met een Chinees sprekende arts die later helemaal geen arts bleek te zijn. Maar malaria is op zich niet moeilijk te behandelen en dus kwam het toch helemaal goed met mij.

Vooral toen ik in het binnenland van Sierra Leone zat, heb ik nogal wat spannende momenten doorgemaakt wat mijn gezondheid betreft. Als ‘Hollands’ meisje werd ik – zonder overdrijven – van iedere zucht ziek. De meest gangbare dingen hoor. Salmonella vergiftiging, salmonella vergiftiging, salmonella vergiftiging, tyfus, malaria en koolmonoxidevergiftiging. En het was altijd maar afwachten of er een dokter zou zijn die me zou kunnen redden. Toch kwam het altijd wel goed. Alleen was het altijd een behoorlijke zoektocht om een èchte dokter te vinden en als ik die eenmaal te pakken had, was het nog de kunst om aan èchte medicijnen te komen.

Na een tijdje ben je ingeburgerd en ken je ongeveer de weg wel. Dáár kan je terecht voor een goede diagnose, dáár voor onafhankelijke labresultaten (want valse uitslagen zijn gewoon handel voor ‘artsen’ die eigenlijk gewoon apotheker zijn. Of gewone stervelingen die een apotheek hebben en bijknutselen als ‘dokter’), dáár kan je goed terecht voor verdere behandeling, dáár voor spoedgevallen, dáár voor het schoonmaken van wonden en dáár voor de meer intieme zaken. Soms moet je met je zieke lijf een hele dag de stad af rijden om een dokter te vinden omdat net die ene goede diagnosticus in het buitenland zit, maar als je eenmaal de goeie te pakken hebt, ben je ook zo weer op de been. Je krijgt een hele apotheek aan medicijnen mee, soms zelfs drie van dezelfde van verschillende merken, je slikt je dus te pletter maar al met al; als je geld hebt, komt het uiteindelijk allemaal goed. Als je aan gangbare dingen lijdt, althans. En op tijd bent.

En hoe belangrijk dat op tijd zijn is, bleek afgelopen augustus, toen mijn dochter (in Sierra Leone) zomaar uit het niets koorts kreeg. Niet zo heel hoog – 38.2 – en ze was heel levendig. “Vast tandjes”, zei ik. Of niets. Wij ‘weten’ immers dat baby’s en peuters om he-le-maal niets gewoon ‘zomaar’ hele hoge koorts kunnen krijgen. “Even aankijken”, zei ik zelfverzekerd. De volgende dag had ze nog steeds koorts. Een hele 38.3. Mwah. “Hoeft nog steeds niets te zijn”, zei ik weer. In de ‘wanneer moet je peuter naar de dokter handleiding’ die ik in Nederland bij mijn dochter gekregen had, stond immers dat ik pas na drie dagen koorts de dokter mocht bellen. Als ze verder gewoon levendig was. En dat was ze. En in Nederland weten ze uiteraard meer van baby’s en peuters dan in Sierra Leone. Dus volgde ik de handleiding. Op dag 4 nam ik haar netjes mee naar de dokter. Koorts: 38.8. Levendig? Jazeker. Dikke malaria? Jazeker. En een hele boze arts. Hoe onverantwoordelijk was ik, dat ik drie hele dagen gewacht had? Hoe kom ik erop dat een kind ‘zomaar’ koorts kan krijgen? En als ik dan geen teken van tandjes zie, waarom ga ik dan niet gewoon even langs om het te laten checken? Ik heb er toch zeker het geld voor? Waarom zou ik in “góds-náám” zulke risico’s met een klein kindje nemen? Ben ik wel goed bij mijn hoofd? Tja. Daar zit je dan. Mijn ‘ja maar, de Nederlandse baby-peuter handleiding zegt dat…’ argument schoot al helemaal in het verkeerde keelgat. “Nederland, jaja”, zei de dokter hoofdschuddend. “Nederland paracetamol land.”

Misschien denkt u, net als ik toen ik daar in die stoel, en feitelijk óp het matje, zat: “Pfoe, een Sierra Leonese kwakzalver die het beter weet!” Maar toen bedacht ik me: Steevast als ik in een buitenland naar de dokter ga, blijkt steevast dat ik veel eerder had moeten komen. Best vreemd, want in Nederland moet ik steevast niet zo vroeg komen. En waar ik in buitenlanden steevast medicatie krijg waar je een paard mee plat krijgt, krijg ik in Nederland, inderdaad, steevast een paracetamolletje voorgeschreven. Totdat het probleem zó uit de klauwen is gelopen dat ik ergens een ernstige infectie, blessure of iets ergers blijk te hebben. Ook steevast. Zo herstelde ik bijvoorbeeld van een keizersnee met een paracetamolletje, van operaties, van zware bloedingen en van malaria die ik ooit, pas na terugkeer in Nederland, kreeg en dus meer dan twee maanden met die rotziekte rondliep.

Vorige week woensdag kreeg mijn dochter weer koorts. Nu gód-zíj-dánk in het goed ontwikkelde Nederland zou u denken. Hier is ze tenminste veilig. We hebben immers goede zorg waar ik iedere maand bij wijze van abonnement € 150 voor moet neertellen, voor het geval dat, of zoiets. Maar ja. Ze had maar één nacht koorts. Volgende dag niets. Wat te doen? Toch nog maar even de handleiding voor peuters erbij. Tja. Na drie dagen koorts bellen. Toch maar even afwachten dan. Of niet? Het moment op die stoel bij die Sierra Leonese arts kwam weer in een flits voorbij. Was ik nu onverantwoordelijk? Of juist niet? Waarom zat ik eigenlijk zo te dralen? De tweede nacht koorts kwam voorbij. En overdag weer helemaal niets. Tandjes? Ehm. Geen reden om mee naar de huisarts te gaan in Nederland. Want die € 150 per maand is niet voor dat soort onbenulligheden natuurlijk. Dat is voor ècht zieke mensen. Wachten dus maar. Maar schijt, denk ik. Ik betaal toch eigen risico? En als dat dan allemaal niet mag van die € 150 per maand plus dat eigen risico, waarom zou ik het dan gewoon niet maar zelf betalen? Voor mijn gemoedsrust? En toen was het alweer zaterdag. Bam. Koorts. Nu ook overdag. En ‘s nachts. Maar dat kind van mij is zo sterk als een paard, dus spelen doet ze wel. Eten niet meer. Maar drinken wel. Wat zegt de handleiding? Eten is niet zo belangrijk, drinken wel. Dat ze al 4 ons was afgevallen op 11 kilo, tja. Ach. Ze is sterk.

En toen kwam zondagnacht. Een hele 40.6 graden koorts. Paniek in de tent. Bellen dus maar. “Ach”, zei de dame aan de andere kant van de lijn. “Het is wel wat hoog, maar dat kan volkomen normaal zijn voor peuters hoor. Paracetamolletje geven.” Pfoe. Nederland Paracetamol land. Geen woord aan gelogen. Want voordat ik de symptomen op een rijtje kon zetten, had ik het wondermiddel al voorgeschreven gekregen. “Waarom bel je dan ook?”, vroeg mijn moeder. Ja. Stom. Want ergens wist ik ook wel dat ze me zou adviseren paracetamol te geven, tegen weekendtarief, voor een telefoontje van nog geen 5 minuten. Ik had flashbacks naar vroeger toen zowel mijn zus als mijn broertje met blindedarm ontstekingen bijna een week op paracetamolletjes moesten leven. Allebei op het randje hoor. En zo ken ik nog veel meer verhalen. Ik wilde dus GVD serieus genomen worden! Teveel gevraagd. Want ook op een normale maandagochtend was het voor de telefoniste van de huisarts teveel moeite om me normaal te woord te staan. Een hoop gezucht, weer dat gedoe om dat paracetamolletje, en een hele, hele, hele grote onwil om ons dezelfde dag nog een afspraak te geven.

In één klap was mijn schuldgevoel van afgelopen augustus verdwenen. Dit is precies de reden waarom ik altijd wacht. Omdat ik daartoe word gedwongen. Omdat ik vaak gewoon helemaal geen afspraak krijg. Omdat ik me door die toon alleen al een kind van drie voel die gewoon buikpijn heeft omdat ze teveel snoepjes heeft gegeten. Maar het ging nu niet om mij en dus zette ik door. En door. En door. En toen kreeg ik uiteindelijk een afspraak. Met, naar bleek, een arts in opleiding. Geen dokter dus. Een STUDENT. Wel een hele lieve. Maar toch. Een STUDENT. Weer flashbacks. Naar mijn bevalling, waar ook zo’n hele, hele, hele lieve arts in opleiding me uren onnodig in barensnood heeft laten liggen omdat ik al 7 cm ontsluiting had die ik toch niet bleek te hebben, met een stuitkindje in de baarmoeder die er toch wel dringend uit moest. En naar nog zo’n hele, hele, hele lieve arts in opleiding die me in die barensnood wel 6 keer verkeerd prikte en daarna bij de keizersnee gewoon vergat een stuk placenta weg te halen waardoor ik een jaar met complicaties heb gelopen. En zes operaties moest ondergaan. En dat ik halfdood bloedde omdat zo’n andere hele, hele, hele lieve arts in opleiding vond dat ik normaal bloedverlies had na ‘zo’n operatie’ en een paracetamolletje wel goed vond.

Gód-zíj-dánk voelde deze hele lieve arts in opleiding er niet zoveel voor om zelf voor doktertje te spelen en riep ze er een echte bij. Middenoorontsteking. En gód-zíj-dánk gewoon een receptje voor antibiotica. Eind goed al goed. Of althans, over een paar dagen dan. Maar ik heb er weer een lesje bijgeleerd. Zomaar koorts bestaat niet. En daar hoef je alleen maar logisch voor te kunnen nadenken. Altijd ernstig hoeft het zeker niet te zijn. Maar daar wil ik dan toch echt het oordeel van een èchte dokter over. Van mij hoeft dat abonnement op de zorg dus gewoon niet. Ik maak wel een eigen spaarpotje, kies mijn eigen dokter en ga wanneer ik wil. Doe ik in de jungle van Sierra Leone immers ook. Oh nee. Wacht. We zijn hier in het goed ontwikkelde Nederland. Waar dat soort dingen dus gewoon niet kunnen. Hm. Dus. Waar is nu de echte jungle?

‘Nederland Paracetamol land’ is overigens legendarisch in de rest van de wereld. Ook héél populair bij expats. Tik maar eens in op Google.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Ginny Mooy

Geef een reactie

Laatste reacties (16)