3.698
67

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Nederland, verdwaald gidsland

Over hoe Nederlandse politici hun oren laten hangen naar het geschreeuw van een xenofobe minderheid

Nederlanders zijn erg gehecht aan de gedachte dat we als samenleving voorop lopen. Het gedogen van softdrugs, het homohuwelijk, de euthanasie, de Derde Weg, de klapschaats; het gebeurde eerst in onze overbevolkte delta en vervolgens keek de rest van de wereld het van ons af. Wij zijn als kleine landje vooral van betekenis omdat wij aan de rest van de wereld laten zien waar het naartoe gaat.

De laatste jaren is echter de klad gekomen in onze voorbeeldfunctie. Veel andere landen hebben hun omgang met softdrugs, homo’s, en ondraaglijk lijden intussen veranderd, en er is weinig meer dat voldoet aan ons zelfbeeld van sociaal-culturele voortrekker van de wereld, van gidsland voor andere naties. Sinds de Pim-Fortuinrevolutie is Nederland een tamelijk nukkige, in zichzelf gekeerde samenleving geworden, zonder zelfvertrouwen en daadkracht.

Je zou denken dat dit een goede reden is om eens te reflecteren op de zuurtegraad van het publieke debat, op onze plaats in de wereld, en op de manier waarop we als kleine natie nog een rol willen spelen. Maar in het publieke debat vind je dergelijke twijfel niet terug. Veel Nederlanders blijven volharden in het geloof dat Nederland nog steeds de voorhoede van de wereld is. Het verzuurde navelstaren en de omarming van de populistische agenda door de politieke mainstream is simpelweg de nieuwe toekomst geworden die door anderen zal worden nagevolgd. Overal wordt bevestiging gezocht dat het in andere landen dezelfde kant opgaat als bij ons. In de 21ste eeuw zal iedere samenleving zo zuur worden als de onze.

Opkomst van Pegida
Een tijdje terug stond de Nederlandse pers vol over Pegida in Duitsland. De opkomst van die beweging zou hetzelfde script volgen als in Nederland. De zelfvoldane multiculturele prietpraat van de gevestigde partijen zou weldra door de opkomst van Pegida worden doorgeprikt en de bestuurlijke elite van Duitsland zou het failliet van de multiculturele samenleving onder ogen moeten zien. (Voor de grote tegendemonstraties die er ook waren was aanzienlijk minder belangstelling.) Er gebeurde echter iets heel anders. Pegida werd niet salonfähig maar kwam in een kwade reuk te staan en Angela Merkel opende ruimhartig de Duitse grenzen voor vluchtelingen uit Syrië. 

Vorige week zag iedereen echter weer overal parallellen met de opkomst van het populisme in de Lage Landen. Merkel had haar hand overspeeld. Ze zou door de Duitse burgers worden afgestraft voor haar opvang van vluchtelingen en zou zelfs voor haar positie als bondskanselier moeten vrezen. In Frankrijk was Marine Le Pen in opmars. Ook daar werd de gevestigde orde onderworpen aan een reality check. Jarenlang “wegkijken” had geleid tot parallelle samenlevingen in Frankrijk en Le Pen was een spreekbuis geworden voor het onbehagen daarover bij de Franse burgers. De verwachting was dat het Front National met de verkiezingen weldra de meerderheid zou behalen in een aantal Franse regio’s. Tot slot liet Donald Trump iedere dag zien dat ook in Amerika, het thuisland van de politieke correctheid, de geesten rijp waren voor een Islam-kritisch geluid. Trump was zich aan het ontpoppen tot een Amerikaanse Pim Fortuyn. Het was slechts een kwestie van tijd tot ook daar alle zelfvoldane politieke correctheid zou worden doorgeprikt.

Frans en Amerikaans populisme
Al snel bleek echter dat Merkel de touwtjes nog stevig in handen had. De kritiek bleef uit tijdens het recente partijcongres van de CDU/CSU waar het applaus voor haar speech minutenlang voortduurde ― een speech waarin ze de zorgen van burgers enigszins probeerde weg te nemen zonder een bovengrens te noemen voor het aantal vluchtelingen dat Duitsland zal opnemen. Volgens de laatste peiling van de Frankfurter Algemeine (18-12-2015) neemt de onvrede over haar vluchtelingenpolitiek onder de Duitsers al weer af. Merkel werd door Time ook nog eens uitgeroepen tot persoon van het jaar 2015. In Frankrijk bleek dat de Franse burgers nog steeds in meerderheid helemaal niets zagen in de oplossingen van het Front National en de verkiezingen liepen voor Marine Le Pen uit op een enorme deceptie. Dit zal ook gebeuren met het kandidaatschap van Trump. Het Republikeinse establishment maakt zich niet voor niets zo’n zorgen. Als Trump de voorverkiezingen van de Republikeinse Partij wint dan zijn de kansen van die partij om de presidentsverkiezingen van 2016 te winnen verkeken. Een strategie uitsluitend gericht op de “angry white vote” heeft geen enkele kans van slagen. De tea party vleugel van de Republikeinse partij mag dan haar onvrede luidruchtig kenbaar maken en een heleboel media-aandacht genereren, maar dat moet niet verward worden met de meerderheidsopinie van de Amerikaanse burgers.

Een hard schreeuwende minderheid
De teneur van de Nederlandse berichtgeving over deze gebeurtenissen is vaak dat ze eindelijk in het buitenland inzien wat wij al sinds Pim Fortuyn en de opkomst van Geert Wilders weten, namelijk dat er nauwelijks meer draagvlak is voor de komst van vreemdelingen (lees moslims) en culturele verscheidenheid (lees de islam). Maar we hebben hier te maken met een minderheid van het electoraat, een luidruchtige en boze minderheid, maar niettemin een minderheid. Dat hun woede heftig is, maakt hun opinie daarom nog niet belangrijker dan de kalme overtuigingen van de zwijgende meerderheid. En dat hun woede een nieuw fenomeen is, betekent nog niet dat dit de onvermijdelijke richting is waarin het electoraat zich aan het bewegen is. Een leider als Merkel weerstaat het geluid van hyperventilerende minderheden van xenofoben, waar veel Nederlandse politici het zien als een soort onafwendbare ontwikkeling waaraan ze zich moeten aanpassen (of waaraan ze hun handen niet willen branden ― de grondhouding van Rutte). Het lijkt me als Democratisch principe geen gek idee om niet louter toe te geven aan het geluid van de hardste schreeuwers, louter omdat ze het hardst schreeuwen. Zeker als er geen enkel werkbaar perspectief mee wordt geboden. Daarmee wordt je geen gidsland dat de weg wijst, maar een land dat de weg kwijt raakt en op een zijspoor terechtkomt.

Geef een reactie

Laatste reacties (67)