1.126
7

Fractievoorzitter Leefbaar Rotterdam

Ronald Buijt is sinds 2006 lid van de gemeenteraadsfractie van Leefbaar Rotterdam. Ronald (1970) is getrouwd en trotse vader van een dochter. Hij werkt als planner bij een transportbedrijf en is in het verleden (jeugd)voetbaltrainer geweest bij Excelsior '20 (Schiedam) en Alexandria '66 (Oosterflank).
Ronald heeft veel affiniteit met sport- en jeugdzaken. Op sportgebied vecht hij voor de vele clubs in deze stad die het moeilijk hebben. Hij pleit voor een forse lastenverlichting voor de clubs. Hij ziet veel mogelijkheden om sport te integreren op de basisscholen, mits er genoeg sportlocaties zijn. Op dit terrein is nog veel te winnen.
Ronald zet zich graag in voor de jeugd die niet voor problemen zorgt. Hij vindt het van de gekke dat er door dit stadsbestuur nauwelijks geïnvesteerd wordt in deze groep. Bijna al het geld gaat momenteel naar de probleemgevallen, maar tot overmaat van ramp zorgt dit niet eens voor een daling van de problemen.
Verder is Ronald voorstander van strafcampussen voor notoire jeugdcriminelen. Dit is goed voor de andere jeugd, die niet meer beïnvloed of geïntimideerd worden, beter voor de leraren en, de buurten en dus goed voor Rotterdam.
Portefeuilles: Brede Scholen en Elektronisch Kinddossier (EKD). Tevens is Ronald voorzitter van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen

Nederlanders zijn verkiezingsmoe

Ik voorspel: De opkomst op 12 september wordt historisch laag

Sinds het beruchte verkiezingsjaar 2002 gaan we over twee weken in 10 jaar tijd voor alweer de dertiende keer naar de stembus. Alleen in 2008 waren er in Nederland geen verkiezingen. De immense aandacht van veel media ten spijt, zijn veel Nederlanders verkiezingsmoe. Ik voorspel dat we de laagste opkomst ooit bij Tweede Kamer verkiezingen gaan verbeteren. De laagste opkomst was tot nu toe in 1998 met maar 73,25%.

Het grote aantal verkiezingen van de laatste jaren is zeker niet de enige reden waarom ik verwacht dat de opkomst historisch laag zal worden. Het past binnen een langdurige trend, maar er zijn ook specifieke omstandigheden die er volgens mij voor gaan zorgen dat we dit keer een zeer lage opkomst kunnen verwachten.

Een overzicht van alle verkiezingen:
2002      :              Gemeenteraad + Tweede Kamer
2003      :              Provinciale Staten + Tweede Kamer
2004      :              Europees Parlement
2005      :              Referendum over Europese Grondwet
2006      :              Gemeenteraad + Tweede Kamer
2007      :              Provinciale Staten
2009      :              Europees Parlement
2010      :              Gemeenteraad + Tweede Kamer
2011      :              Provinciale Staten

Zo is het feit dat volgens TNS/NIPO  twee weken voor de verkiezingen meer dan 50% van de kiezers aangeeft nog niet zeker te weten waar men op gaat stemmen een slecht voorteken. Zwevende kiezers zijn doorgaans minder gemotiveerd om te gaan stemmen en blijven op de verkiezingsdag sneller thuis dan vaste trouwe kiezers.

Geschiedenis opkomst Tweede Kamerverkiezingen

In 1970 werd de opkomstplicht in Nederland afgeschaft. In 1967 (de laatste verkiezingen met opkomstplicht) was de opkomst  nog  95%. Bij de eerste verkiezingen na het afschaffen van de opkomstplicht in 1971 was de opkomst  nog maar 79%. Deze  ging daarna fors omhoog met in 1977 de hoogste opkomst ooit: 88%  Vanaf 1989 (80,27%) is er sprake van een gestage daling, met 1998 als voorlopig dieptepunt: 73,25% .Tijdens de paarse kabinetten was de opkomst bij alle verkiezingen dramatisch laag. In  1999 was het opkomstpercentage  bij zowel  de Europese Verkiezingen (30%) als bij de Provinciale Staten (45%) het laagste tot nu toe.

Met het toetreden van Pim Fortuyn tot de politieke arena zagen we vanaf  2002 (79%)  weer  een opleving van de opkomst, die zich voortzette  in 2003 en 2006 (beiden 80%), maar in 2010 kelderde de opkomst weer naar 75,4%.

  • Geloofwaardigheid politici

Tenenkrommend waren de reacties deze week  nadat het CPB de uitkomsten van de diverse doorberekeningen bekendmaakte. Alle partijen droegen ‘bewijs’ aan dat hun programma toch echt het beste was voor Nederland. Alsof er ook één kiezer  geïnteresseerd is in het aantal banen wat het verkiezingsprogramma van partij X in 2040 zou kunnen opleveren.

Op de avond van 12 september weten we nu al dat iedere politicus de uitslag zo zal duiden dat de eigen partij een fantastisch resultaat heeft geboekt. Ook de partijen die dik verloren hebben (‘Ja, maar de peilingen waren nóg slechter’of  ‘Als je ziet hoe weinig aandacht media voor ons haden is deze score nog een wonder’  of  ‘tegenover de Statenverkiezingen van 2011 hebben we wél gewonnen’).

Ik herinner me hoe ex-PvdA-voorzitter Ploumen na een halvering bij de gemeenteraadsverkiezingen van Venlo ooit opmerkte : “Ja maar we zijn toch maar mooi de grootste linkse partij gebleven.”  Alsof kiezers een stelletje onbenullen zijn.

Mensen hebben steeds minder vertrouwen in politici. Dat heeft helemaal niets te maken met die zogenaamde kloof tussen volk en politici. Politici waren nimmer zo direct bereikbaar als in het tijdperk van (sociale) media.  Een politicus die niet op een email van een kiezer reageert is een uitzondering. Het dalende vertrouwen heeft veel meer te maken met het gedrag van politici. Veel mensen vragen zich terecht af waarom er überhaupt alweer verkiezingen zijn.  Veel mensen begrijpen niet waarom partijen eerst zeven weken in het Catshuis zitten en er niet uitkomen, terwijl we als land in een crisis verkeren. Daarna maken de vijf Kunduz-partijen binnen 48 uur afspraken over 13 miljard bezuinigen waarvan de meesten de laatste weken alweer als ongewenst zijn afgeschilderd door diezelfde Kunduz-partijen . Alsof de burgers niet een beetje recht hebben om te weten waar men aan toe is in deze in alle opzichten onzekere tijden.

Ons systeem zorgt ervoor dat partijen slechts een klein gedeelte van hun verkiezingsprogramma kunnen realiseren. Met een naderende coalitie die uit minimaal 4 partijen zal moeten bestaan zal het aantal te realiseren verkiezingsbeloftes minimaal worden. Partijen lijken zich dit nauwelijks te realiseren. Iedere dag worden er weer nieuwe luchtballonnen opgelaten, niet zelden gretig overgenomen door media. Kiezers zullen er achter komen dat van al deze mooi weer beloftes nauwelijks iets gerealiseerd zal worden.

Het vertrouwen in de politiek, dat nu al bijzonder laag is,  zal hierdoor alleen maar nog verder afnemen. Door het dalende vertrouwen in de politiek zal de opkomst ook lager worden. (“Het heeft toch geen zin om te gaan stemmen, het is allemaal één pot nat”  hoor ik de laatste weken veel vaker dan me lief is op straat). En ik voorspel u: De kans dat een coalitie van  minimaal 4 partijen met een krappe meerderheid, in een tijd dat er geen euro ruimte is voor leuke dingen, langer dan twee jaar overeind blijft is minder dan 20%.

Overige factoren

De opkomst onder jongeren is traditioneel ongeveer 10% lager dan onder andere leeftijdsgroepen. Met iedere verkiezingen komt er een steeds grotere groep kiezers bij waarvoor stemmen minder vanzelfsprekend is. Naarmate de opkomst lager is blijven er bovendien vooral meer laagopgeleiden thuis.

Volgens onderzoeken stemmen lager opgeleiden relatief vaker op SP en PVV. Een lage opkomst zou dus vooral voor deze partijen slecht kunnen uitpakken. In  2002 kwam er een groep kiezers die jarenlang was thuisgebleven weer naar de stembus. Zij stemden toen massaal LPF. In 2006 en 2010 stemde deze groep volgens onderzoeken vooral SP en PVV. Het is opvallend om te zien hoe sterk in sommige Rotterdamse wijken de scores  van de LPF(2002) de SP (2006) en de PVV (2010) overeenstemming vertonen. 

Ik heb grote twijfels of deze groep in 2012 wederom komt stemmen. Nu Wilders zelf gekozen heeft om uit het centrum van de macht te vertrekken is er voor deze groep (door mij geschat op ongeveer 300.000 kiezers) minder aanleiding dan bij de vorige verkiezingen om op te komen dagen. Bij de verkiezingen van 2002, 2006 en 2010 gold als belangrijk argument de ‘regentenpartijen’ weg te stemmen, ook wel de proteststem genoemd. Maar nu de PVV zelf deel heeft uitgemaakt van de coalitie, gaat dit argument niet meer op. Natuurlijk bombardeert Wilders slim de verkiezingen tot een referendum over Europa – “ZIJ in Brussel geven ONS  geld uit” – maar ik heb het sterke vermoeden dat veel kiezers uit deze  doelgroep voor een groot gedeelte thuis zal blijven.

Opkomst doorslaggevend

De opkomst kan een doorslaggevende  rol gaan spelen in de uiteindelijke uitslag. De 150 zetels zullen waarschijnlijk verdeeld worden in drie blokken :
·        Blok 1 : totaal 45 a 55 zetels voor VVD en PVV
·        Blok 2 : totaal 45 a 55 zetels voor PvdA en SP
·        Blok 3 : totaal 45 a 55 zetels voor CDA, D66, GL, CU, PvdD, SGP

De opkomst onder de potentiële kiezers van blok 3 zal waarschijnlijk  het hoogst zijn. Mijn gevoel zegt dat na het rechtse kabinet de opkomstbereidheid onder de potentiële kiezers van Blok 2 hoger zal zijn dan onder de potentiële kiezers van Blok 1. Naarmate de potentiële kiezers uit een bepaald blok significant een lager opkomstbereidheid hebben dan de kiezers uit de andere blokken kan dit bij deze verkiezingen, waarbij de onderlinge verschillen kleiner zullen zijn dan ooit tevoren, grote gevolgen hebben.

Het is dus zaak voor alle partijen om er alles aan te doen de opkomstbereidheid onder hun doelgroep maximaal te laten zijn.

Maar eigenlijk zijn alle partijen verliezers als de opkomst inderdaad onder de historisch lage  73% uit 1998 zal zakken. Voor mij is het niet de vraag of dit gaat gebeuren ,maar hoeveel de opkomst onder die 73% zal liggen.

Volg Ronald Buijt ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (7)