2.893
69

Filosoof

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

Nee, Israël wordt niet gediscrimineerd

De mensen die van 'boycot en 'Jodenhaat' spreken nu PGGM zaken met Israëlische bedrijven wil stoppen, maken een denkfout

Sinds PGGM het zakendoen met sommige Israëlische bedrijven wil stoppen, worden de kranten overspoeld met boze opiniestukken over discriminatie. Waarom wordt Israël ‘geboycot’ maar doet men wel zaken met alle andere tirannen? Dít is zeker Jodenhaat, roept men verontwaardigd. Maar deze schrijvers maken een denkfout en hun stelling is onjuist.

Tu quoqe
Laat ik de denkfout met twee analogieën illustreren. Stel je voor, een achtjarig jochie roept tegen zijn moeder: ‘Ma, Alex mag van zijn ouders heroïne spuiten! Waarom mag ik dat niet?’ Deze denkfout heet een tu quoque, een jij-bak: men verwijst naar gedrag van anderen om een onterecht privilege te eisen; of om het eigen slechte gedrag te verhullen.

De fout is dubbel zo fout als men rechten van derden wil schenden. Stel dat Jan terecht staat voor het misbruiken van Ina, zijn vierjarige dochter. Hij roept verongelijkt: ‘Ja maar ook Piet misbruikt zijn dochter en niemand spreekt hem aan. Dit is geen justitie, maar een bewijs van Jantjeshaat.’ Jan ontwijkt hier de echte vraag, namelijk of hij fout is. Immers, als Ina het recht heeft om niet misbruikt te worden, blijft haar recht bestaan ook als Piet zijn dochter misbruikt. Ook als niemand Piet veroordeelt.

Nederland is verplicht om steun aan de bezetting te verbieden

Hetzelfde geldt voor de Palestijnen. Als zij het recht hebben op een eigen staat en bedrijven beperken hun recht, is het voor hen irrelevant dat bedrijven ook elders rechten schenden. Ze zullen je verbaasd aankijken als je hen vertelt: ‘Jullie hebben geen recht op een staat omdat PGGM in Tibet investeert.’

Dus de echte vraag is of bedrijven zaken mogen doen in de bezette gebieden. Nee. De bevolking in bepaalde gebieden heeft het recht op zelfbeschikking: in een kolonie, onder een Volkerenbondmandaat, onder VN-trustschap, onder militaire bezetting, onder ‘vreemde onderwerping, overheersing en uitbuiting’, in alle gebieden die nog geen onderdeel van een staat zijn. Dit recht betekent het recht om de toekomst van het gebied te beslissen, inclusief het recht op een eigen staat, of zich met een andere staat te verenigen. Het volk bepaalt. En de Palestijnen zijn zo’n bevolking. Alle staten – inclusief Israël – hebben hun zelfbeschikkingsrecht erkend.

Het Internationaal Gerechtshof heeft in de adviesopinie van 2004 gezegd dat de Israëlische nederzettingen illegaal zijn en de muur het Palestijnse zelfbeschikkingsrecht schendt. En dat alle staten verplicht zijn om alle volkeren te helpen om hun zelfbeschikkingsrecht te realiseren. Dus ook de Palestijnen.

Dit betekent dat Nederland de juridische plicht heeft te voorkomen dat haar geld de bezetting in stand houdt. Nederland is bovendien verplicht te voorkomen dat Nederlandse investeringen het Palestijnse recht op zelfbeschikking beletten. Nederland doet haar plicht slechts met mondjesmaat, omdat ze de investeringen enkel ontmoedigt, maar niet verbiedt. Dus Nederland trekt eerder Israël voor dan de Palestijnen.

Geen discriminatie
Het is waar dat we zaken doen met beestachtige regimes. Maar is dat omdat we Israël willen discrimineren? Nee, er zijn veel betere verklaringen, zoals de volgende drie. Ten eerste rekenen wij onze regering af op de prijs bij de benzinepomp. En de staat krijgt de laagste prijzen makkelijker in onderhandelingen met dictators, want zij hoeven geen rekenschap te geven. Als ons kabinet dat niet doet, stijgen de prijzen en kiezen we een andere regering. We betalen ook niet graag voor groene energie, noch kunnen we onze bloeddiamanten missen. Dus wij maken misstanden mogelijk, met onze lusten. Ten tweede vertragen grote bedrijven wetten tegen onethische zaken door te lobbyen, politici te financieren of omdat rijken in regeringen zitten. Ten derde is het volkenrecht ontstaan in tijden van het recht van de sterkste en blijven de regels die machtige staten en machtige bedrijven voortrekken, zoals het Vetorecht, behouden.

We beginnen bedrijven aan te spreken
Maar volkenrecht vaart langzaam in de juiste richting: naar gerechtigheid en the rule of law. Staten beginnen hun plicht te doen om bedrijven via wetten te beperken. We staan dus aan het begin van een nieuwe tijdsgeest.

Doen we dat slechts met bedrijven die in de Palestijnse gebieden investeren? Nee. We klagen bedrijven aan voor steun aan de holocaust: zoals IBM, de Franse spoorwegen, Franse en Zwitserse banken. Als we banken mogen vervolgen voor hun geroofd joods goud, mogen we hen ook vervolgen voor hun steun aan de bezetting. Shell heeft net 15,5 miljoen dollar betaald als schikking voor de dood van Ken Saro-Wiwa. Het aantal aanklachten stijgt: voor de Bhopal-explosie; voor steun aan 11 september, voor steun aan apartheid in Zuid-Afrika; voor steun aan grove mensenrechtenschendingen in Birma en op Atjeh; voor productie in Chinese werkkampen; voor marteling in Abu Ghraib. Dus Israël is zo uniek nog niet.

Wat als men slechts bedrijven zou aanpakken die in de Palestijnse gebieden investeren? Dit zou geen reden zijn om de Palestijnen hun recht op zelfbeschikking te blijven ontzeggen, maar juist een reden om ook andere schendingen te stoppen. Beter consistent goed dan consistent fout.

Geef een reactie

Laatste reacties (69)