1.119
5

Hoogleraar Integrale Stikstofstudies VU

Jan Willem Erisman is hoogleraar Integrale Stikstofstudies aan de VU Amsterdam en betrokken bij internationaal onderzoek en beleidsadvisering op het gebied van de stikstofproblematiek. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op het verduurzamen van de voedselproductie en energieverbruik om de groeiende wereldbevolking van voldoende voedsel te voorzien met een minimale milieubelasting. Hierbij onderzoekt hij de relatie tussen stikstof en klimaat, het gebruik van satellietdata om de bepaling van de stikstofblootstelling aan mens en natuur te verbeteren en naar de relatie tussen stikstof en voedselkwaliteit. Hij is tevens directeur van het Louis Bolk Instituut, een onafhankelijk internationaal kennisinstituut ter bevordering van écht duurzame landbouw, voeding en gezondheid, met de natuur als bron voor kennis. Door toepassing van het systeemdenken en een integrale aanpak benadert hij onderzoeksvragen niet geïsoleerd, maar altijd vanuit de hele context om zo tot succesvolle oplossingen te komen ter bevordering van de gezondheid van mens, dier en plant.

Neem geen lening op de natuur

Waarom het stikstofprobleem niet curatief maar preventief aangepakt moet worden

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is nu vier maanden van kracht en nu al onderzoekt de overheid welke extra maatregelen genomen moeten worden om de voortgang in beleid te garanderen. Dit is van belang omdat het Living Planet Report Natuur in Nederland laat zien dat stikstof nog steeds een van de belangrijkste bedreigingen is voor de biodiversiteit in Nederland

Stikstof komt vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen, zoals in het verkeer, in de industrie en bij de productie van energie. Een tweede belangrijke emissiebron is het gebruik van mest en kunstmest in de landbouw. Die stikstof komt in verschillende vormen terecht in onze leefomgeving. En dat heeft ernstige gevolgen. Zo verspreidt ammoniak zich door de lucht, en die slaat neer in natuurgebieden, waardoor de biodiversiteit aangetast wordt. Stikstof draagt ook bij aan lucht- en waterverontreiniging zowel in het grond- als oppervlaktewater, met als grote uitschieter de zogenaamde ‘dead zones’ in kustgebieden. 

Verder is stikstof medeveroorzaker van klimaatverandering en aantasting van de ozonlaag. De totale jaarlijkse maatschappelijke schade als gevolg van stikstofdepositie in de EU wordt door het Planbureau voor de Leefomgeving geschat op 70 tot 320 miljard euro. Als we dit doorvertalen naar de kostprijs van ons voedsel met het stikstof-footprintmodel (www.N-print.org), dan betekent dit bijvoorbeeld dat een pak melk dat nu ongeveer 1 euro kost eigenlijk 1,40 euro zou moeten kosten om de stikstofschade te compenseren. Broccoli moet dan 1,70 euro in plaats van 1,50 euro per kilo kosten. Dergelijke extra kosten zijn nu onzichtbaar en worden nu indirect door burgers via belastingen gedragen. 

De Nederlandse situatie is ongunstiger dan elders. Dit heeft te maken met onze hoge bevolkingsdichtheid, intensieve landbouw, forse industrie en het drukke verkeer. Het Nederlandse beleid heeft de hoeveelheid stikstof in de afgelopen decennia succesvol teruggedrongen, maar dit proces lijkt de laatste jaren te stagneren. Onderzoek laat zien dat de stikstofemissie de afgelopen tien jaar niet meer afgenomen is en er zijn grote twijfels over de effectiviteit van de maatregelen in de landbouw. Bijna iedere economische uitbreiding in de landbouw, het verkeer of de industrie wordt momenteel belemmerd door de stikstofbelasting op de natuur: dergelijke veranderingen zorgen voor méér stikstofemissie en dus méér verontreiniging. 

Om tóch extra economische bedrijvigheid mogelijk te maken, is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in het leven geroepen: een zeer complex rekensysteem, waarbij ‘stikstofruimte’ gecreëerd wordt door te anticiperen op een toekomstige daling van stikstofemissies als gevolg van het ingezette beleid. Daarnaast moeten er grootschalige maatregelen genomen worden om de natuur te herstellen. 
Bij de PAS gaat de overheid er dus op voorhand vanuit dat haar beleid succesvol is en dat de ecologische herstelmaatregelen sowieso effect hebben op de stikstofemissies. Een deel van de theoretisch behaalde ‘stikstofruimte’, wordt weggegeven om extra economische activiteit te kunnen toestaan. 
Eigenlijk ‘lenen’ we dus van de natuur, door op deze wijze te rekenen op de effectiviteit van beleid. Dit is gevaarlijk, want wie garandeert dat er werkelijk natuurwinst optreedt? Het in oktober gepresenteerde Living Planet Report Natuur in Nederland geeft aan dat stikstof een belangrijke oorzaak is voor de achteruitgang van biodiversiteit in Nederland. Het is daarom terecht dat de overheid nú al met alternatieven komt omdat de stikstofemissie niet of minder afneemt. Het stikstofprobleem moet je niet curatief, maar preventief aanpakken. We hebben al lang genoeg geleend van de natuur.
cc foto: 

Geef een reactie

Laatste reacties (5)