1.344
23

Schrijver/columnist/kunstenaar

Karel Kanits, 55 jaar. Geboren en getogen Hagenees. Schrijver/columnist/voordrachtkunstenaar. Lid van de harde kern van de literaire roadshow Puur Gelul. Optredens, doorspekt met (Haagse) humor door heel Nederland in theaters, op poppodia en festivals (o.a. Crossing Border, Parkpop en Lowlands). Publicaties o.m.: 'In de Schaduw van het IJspaleis’, 'Haags Reklamewo^hdeboek' en 'De Teennagels van Keith Richards'.

Neem nou de bedrijfspoedel

(voorzichtig en van achteren)

Kleine assertiviteitstraining voor Job Cohen

1.)     Iemand zegt dat je een bedrijfspoedel bent.
Kijk de ander aan.
Knik met het hoofd en bevestig hiermee dat je de kritiek hebt gehoord.
Zeg dat je er geen reet van snapt en stel de vraag:
“Wat in vredesnaam is een bedrijfspoedel?”
De ander zal stamelend, stotterend en binnensmonds een onduidelijk antwoord mompelen en staat publiekelijk voor lul.
Eén nul voor Job.

2.)     Iemand zegt dat je een bedrijfspoedel bent.
Kijk de ander aan.
Knik met het hoofd en bevestig dat je de kritiek hebt gehoord.
Zeg dat de ander een gulpensnuiver is die het risico loopt een Afghaanse yoghurtstaaf  in zijn aars geschoven te krijgen als ie zo doorgaat en dat ie voor het gemak een semiterminale zaadophoping kan krijgen in die ene overgebleven testikel van hem.
Dat ie maar één bal heeft, weet je niet zeker, Job. Maar je hebt meteen een hardnekkig gerucht de wereld in geslingerd en je opponent zal zich zeker niet geroepen voelen om ter plekke het tegendeel aan te tonen. En ach, doet ie dat wel; dan staat ie letterlijk voor lul.
Dat je hem en passant vergelijkt met Adolf Hitler, die immers ook maar één bal had, is mooi meegenomen (hem rechtstreeks ‘geblondeerde Führer’ noemen gaat te ver).
Hoe dan ook: één nul voor Job

In de wondere wereld die bekvechten heet, is het gebruikelijk om elkaar in niet mis te verstane bewoordingen verbaal te slachten. In de Tweede Kamer moet je dan niet wezen. Want daar heeft men bijvoorbeeld nog jaren besmuikt moeten lachen om de term ‘aangeschoten wild’ voor de eertijdse minister Van Aardenne. Zeker zal dat te maken hebben gehad met ’s mans everzwijnachtige uiterlijk, maar de essentie is dat het erop neerkomt dat politici absoluut niet kunnen schelden of vloeken.

Men is al ‘waarachtig in zijn nopjes’ als men een volksvertegenwoordiger kan toebitsen dat ie ‘effe moet dimmen’ of als men zich retorisch afvraagt hoe ‘Jan Splinter door de winter moet komen’. Het ‘gunst’, ‘goeie grutjes’ en ‘wel heb je ooit’ zijn bijna ontsporende uitingen van ultieme politieke verontwaardiging.

Het onlangs geuite ‘doe eens normaal, man’ en ‘bedrijfspoedel’ is alles behalve straattaal en past perfect in de hierboven omschreven schijterige traditie van ons parlement. En zeg nou zelf; wie zou het ooit in z’n botte harses halen om bij een straatruzie allesvernietigend ‘bedrijfspoedel’ te gaan roepen?
Wat is in Jezus’ naam een bedrijfspoedel?

Bedrijfspoedel…

Waarschijnlijk is dit er één van het kaliber ‘waxinelichtjeshouder’?
Ik bedoel; als je al van plan bent een aanslag te plegen, waarom dan met het toppunt van lulligheid, verkrijgbaar bij het toppunt van zaaddodendheid: Blokker? Terwijl je nog geen drie straten achter het Noordeinde een vlammenwerper in de nieuwste modetinten kunt aanschaffen.

Zo ook, ten aanzien van de ‘bedrijfspoedel’.

Als je al plan bent te schelden, waarom maak je iemand dan uit voor een niet-bestaand beest? Terwijl je met de DVD met daarop het eerste seizoen van ‘O, O, Cherso’ moeiteloos je scheldwoordenschat kan aanvullen.

Uitingen zoals afgelopen week bij de Beschouwingen gedaan, scharen onder de noemer ‘schelden’ is dan ook ronduit beledigend voor deze bijzondere woordkunst.
Een woordkunst die, net als andere vormen van kunst, ernstig bedreigd wordt.
Om de dreigende tekorten in de kunst aan te vullen, stel ik dan ook voor om verbaal ontsporende politici voortaan taalvervuilingsbelasting te laten betalen via de zo snel mogelijk in te voeren kopkoldertax.

Geef een reactie

Laatste reacties (23)