Laatste update 12:18
2.736
41

Student Research Master Filosofie & Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Negatief beeld van scheefhuurders doet geen recht aan de realiteit

De verhuurdersheffing prikkelt woningcorporaties om sociale huurwoningen te verkopen aan beleggers, waardoor het aanbod nog verder slinkt

‘Goedkope’ scheefhuurders worden veelal weggezet als boosdoeners. De term wordt gebruikt om huishoudens aan te duiden die te veel verdienen voor sociale huur maar er om verscheidene redenen toch nog wonen. Ze zijn zogezegd een belangrijke oorzaak van de gebrekkige doorstroming waar de Nederlandse woningmarkt momenteel mee kampt. Mede door hun toedoen moeten mensen die wél aan de inkomenseisen voldoen vaak lang op de wachtlijst staan, inmiddels gemiddeld 9 jaar.

Scheefhuurders verstoren dus de woningmarkt en moeten worden verleid om te verhuizen. Maatregelen zijn al ingevoerd om het te beteugelen. Zo kunnen woningcorporaties sinds 2013 extra huurverhogingen opleggen aan huishoudens met een inkomen boven de toewijzingsgrens. De effectiviteit van dit beleid wordt echter betwijfeld. De financiële prikkel zou niet sterk genoeg zijn om verhuisgedrag te bewerkstelligen.

Vorig jaar werd kort een vervangende maatregel besproken waarbij scheefhuurders direct het maximale huurtarief van 720 euro zouden moeten betalen. Onduidelijk was echter of dit voor alle scheefhuurders zou gelden, of slechts een deel ervan. Tot op heden is het nog niet doorgevoerd, maar wordt nog wel overwogen.

Recht
Het bestempelen van scheefhuurders als een verstorende factor om weggewerkt te worden zorgt voor negatieve beeldvorming. Het zet scheefhuurders weg als zij die willens en wetens niet verhuizen, ondanks dat zij dit kunnen. Gezien het feit dat ze blijkbaar de onrechtvaardigheid en gevolgen van hun keuze niet voldoende inzien, zullen ze het moeten voelen. Als ze merken dat ze niet meer welkom zijn, dan zullen ze wel vertrekken. Zo gaat de redenering.

Dit beeld doet geen recht aan de daadwerkelijke samenstelling van de doelgroep. Slechts de helft van de scheefhuurders kan daadwerkelijk een huur- of koopwoning in de private sector betalen. Een groot deel van hen komt al in de problemen als ze het maximale tarief moeten gaan betalen.

Dit laat zien dat hoogstens een deel van de scheefhuurders een onwilligheid tot verhuizen verweten kan worden. Voor velen behoort dit niet tot de mogelijkheden. De gemiddelde scheefhuurder past niet binnen het geschetste beeld.

Door een overmatige focus op de karikaturale scheefhuurder worden de problemen van een grotere groep huishoudens onderbelicht, namelijk lage middeninkomens die nog op zoek zijn naar een woning. Dit zijn zij die niet in aanmerking komen voor sociale huur, geen hypotheek kunnen krijgen en dus aangewezen zijn op de private sector. Met name in de Randstad is een huurwoning onder de 1000 euro per maand een steeds zeldzamere verschijning. De scheefhuurder met een middeninkomen is de mazzelaar van de huidige huizenmarkt en weet dit dondersgoed. Zijn of haar goedkope woning zal niet snel opgegeven worden, maar of zij allemaal onterecht een ‘plaats bezethouden’ valt te betwisten.

Een beter besef van de diversiteit onder scheefhuurders blijkt uit een recente brief aan de kamer van Kasja Ollongren, onze minister van binnenlandse zaken. Hierin beschrijft zij nieuwe voorstellen om de losgeslagen woningmarkt te beteugelen.

Zij maakt wél een onderscheid tussen soorten scheefhuurders, waar de eerdergenoemde maximale huurverhoging alleen doorgevoerd zal worden aan zij waarvan met zekerheid gezegd wordt dat ze dit kunnen betalen. De kwetsbaardere groep krijgt slechts te maken met graduele huurverhogingen.

Ook wil ze de inkomensgrens voor toewijzing afhankelijk maken van de samenstelling van huishoudens. Dit houdt in dat meer grote huishoudens toegang zullen krijgen tot sociale huur, waardoor het aantal scheefhuurders zal dalen.

De voorstellen van Ollongren laten een realistischer onderscheid doorschijnen tussen ‘schuldige’ en ‘onschuldige’ scheefhuurders. Zo kan voorkomen worden dat de onschuldige scheefhuurder onterecht wordt gedemoniseerd. Maar de vraag blijft of het scheefhuur-probleem zodanig omvangrijk is dat het de aandacht verdient die het krijgt.

Prikkels
Zo is er al een groot tekort aan sociale huurwoningen, wat alleen maar verder zal oplopen wanneer de doelgroep groter wordt. De verhuurdersheffing prikkelt woningcorporaties om sociale huurwoningen te verkopen aan beleggers, waardoor het aanbod nog verder slinkt. Bouwen in het middensegment mogen zij nauwelijks meer, terwijl ze daar wel bereid toe zijn. Voor commerciële partijen is bouwen in dit segment een onvoldoende rendabele optie, waardoor ook zij dit gat onvoldoende zullen opvullen.

Kortom, er is voldoende werk aan de winkel. Het is hoog tijd dat er een einde komt aan het demoniseren van scheefhuurders en onze aandacht wordt verlegd naar andere problematiek die ze minstens net zo hard verdient.

Geef een reactie

Laatste reacties (41)