4.834
89

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Neokoloniaal taalgebruik: laten we het niet overdrijven

Vel over het betóóg je kritische oordeel. Muggenzifters hebben we al genoeg in ons voor het overige zo mooie land

Woorden kun je gebruiken om zaken te verhelderen maar ook om te verduisteren. Als vanwege een dreigende epidemie miljoenen kippen worden afgemaakt en vermoord, gebruiken de verantwoordelijken liever het woord “ruimen”. En in de koloniale tijd had je in Afrika en Azië allemaal protectoraten. Daar beschermde een westerse mogendheid dus de bevolking. Flauwekul. Ze was gewoon onderworpen en van haar onafhankelijkheid beroofd. Er bestaat een term voor woorden als protectoraat en ruimen. Dat zijn eufemismes. Zij versuikeren bittere feiten. Wie bezig is de werkelijkheid te beschrijven zoals zij is, maakt geen gebruik van eufemismes. Evenzeer mijd je dan termen die het omgekeerde beogen: de beschreven personen en toestanden in een kwaad daglicht zetten en stigmatiseren. “Scheefwoners” en “gelukzoekers” zijn daarvan voorbeelden. Wie zich inlaat met eufemismes en stigmatiserende omschrijvingen, valt voor de verleiding van propaganda. Die laat zich tot een werktuig maken van een ander. Die stinkt erin. Die laat zich belazeren.

Er zijn ook woorden die in de loop der tijden als vanzelf een ongunstige betekenis gekregen hebben. Dat gebeurt altijd en het is vaak heel moeilijk te verklaren waardoor zo’n term een kwade klank krijgt. Wijf was ooit een neutrale aanduiding voor vrouw. Tot diep in de jaren zestig gold neger als een gebruikelijke aanduiding voor iemand met een Afrikaanse achtergrond en daar zag niemand kwaad in. De betrokkenen zelf ook niet. Toen kwam er ineens een omslag en het werd het een term die bezitters van een donkere huidskleur als beledigend ervaren. Er is een kans dat het alternatief – zwart en zwarten – ook die kant op gaat. De toekomst zal het leren. Wel is duidelijk dat heel veel blanken niet als “witten” willen worden aangeduid omdat ze dat als onprettig en onbevredigend ervaren net zoals de Roma niet langer zigeuners genoemd willen worden. Een prima vuistregel is dat je dit soort gevoelens bij de direct betrokkenen respecteert. Dat is een kwestie van goede manieren. Daarom onthoudt een fatsoenlijk mens zich ook van bewust denigrerende bewoordingen zoals lichtgetintiërs, dobbernegers of smouzen. Dat behoeft geen betoog en dat zal hier dan ook niet volgen.

Recentelijk heeft het magazine OneWorld een lijst neokoloniale woorden gepubliceerd, die het niet meer zal gebruiken. Daarnaast kwam er een lijst uit van twijfelachtige termen, die nog maar al te vaak worden gebruikt in musea en de culturele sector. Daar staan goede voorbeelden in van woorden die hun tijd hebben gehad, zoals “stam” ter aanduiding van een volk dat blank is noch van huis uit Europees. Of inheems. Of inboorlingen. We hebben het immers nooit over de inheemse tradities van de Drentse inboorlingen tenzij we proberen grappig te doen.

Neokoloniaal
cc-foto: Commons Wikimedia

Maar je kunt het ook overdrijven: zo raadt de gids voor de musea het gebruik van stedennnamen als Bombay of Madras af, omdat die steden inmiddels herdoopt zijn tot Mumbay en Chnennai. Over Bangkok hebben ze het niet, waarschijnlijk omdat weinigen in Nederland echt beseffen dat die stad in het Thais Krung Thep heet. Nu is een kenmerk van de meeste talen dat zij voor sommige landen en streken aanduidingen hebben in de eigen taal. Wij spreken in het Nederlands over Frankrijk en niet over France. Wij duiden de hoofdstad van dat land aan als Parijs en niet Paris. We hebben het over Berlijn en niet over Berlin. We dromen van fadotenten in Lissabon en niet in Lisboa. Een avondwandeling langs de rivier in Saigon is altijd aan te bevelen en dat de communistische veroveraars het over Ho Tsjih Minhstad hebben laat ons koud.

Hoe wij inwoners van landen aanduiden, heeft ook zo zijn eigenaardigheden. Een inwoner van Duitsland is een Duitser en geen Duitsman, een burger van de Franse republiek daarentegen geen Franser maar een Fransman. Voor vrouwen hebben we geen oplossing gevonden en we noemen haar Française. Haar in Keulen woonachtige seksegenote is echter een Duitse. Consequent is het allemaal niet maar taal is nu eenmaal niet consequent zoals we allemaal op school hebben geleerd. Je had geen regels zonder ritsen uitzonderingen.

OneWorld maakt bezwaar tegen termen als Luo-vrouw of Masai-man omdat dit een neokoloniale term zou zijn. We zeggen immers ook geen Catalaan-vrouw? Nee. Want dat klinkt idioot. Waarom is dan niet zo met Luo of Masai of Yoruba? Probeer maar eens op basis daarvan een aannemelijk bijvoeglijk naamwoord te vonden. Luaans? Luees? Yorubaans? Yorubees? Masaais? Dat klinkt allemaal vreemd en onjuist. Net als hij grijpte in plaats van hij greep. We hebben tegelijk niet de neiging om meervoudsvormen te gebruiken. Kijk maar: de Yoruba wonen in Nigeria, de Luo hebben een eeuwenoude cultuur en de Masai doen hun best hun levenswijze zoveel mogelijk te behouden. Je zegt niet Luo’s of Masai’s. Je zegt wel Cambodja en de Cambodjanen, daarentegen niet Khmers. Het zijn Portugezen, Chinezen en Vietnamezen maar geen Mexicanezen. Misschien moeten wij hier de taal gewoon zijn gang laten gaan.

Sinds de jaren zeventig gebruiken wij de termen Derde Wereld en ontwikkelingslanden voor koloniën die hun vrijheid hebben herkregen. Ook dat smaakt neokoloniaal, aldus OneWorld. Je geeft met die benaming immers impliciet aan dat de onderhavige landen achtergebleven zijn. Men zoekt een alternatief: ik weet er twee: warme landen (geintje dat door sommigen als denigrerend en zelfs racistisch zal worden ervaren) en arme landen. Immers een beperkt gedeelte van de mensheid woont in rijke landen, de grote meerderheid in arme. Aan de andere kant: de aarde is een uitermate diverse planeet om eens een modewoord te gebruiken. De verschillen tussen de verschillende landen en volkeren zijn zo groot dat elke poging om ze in categorieën onder te brengen wel moet mislukken. Laten we termen als ontwikkelingslanden of geïndustrialiseerde staten gewoon vergeten omdat ze op éen hoop gooien wat niet bij elkaar past. Dan verduisteren zulke termen eerder dan dat ze de zaken verhelderen.

Bij OneWorld hebben ze problemen met een woord dat in de literatuur over maatschappelijke ontwikkeling veel wordt gebruikt: empowerment. Foute term, vindt OneWorld want het ontkent de innerlijke kracht van mensen. In plaats daarvan wordt versterking aanbevolen maar dat woord geeft net zo goed aan dat aan zwakken iets wordt toegevoegd. Er bestaat een perfecte vertaling voor empowerment: toerusting, een term die echter nogal een protestants-kerkelijke klank heeft: de gemeente moet toegerust worden om te functioneren in een omgeving vol ongelovigen. Of: om een evangelisch antwoord te geven op de nieuwe armoede, waar de regering de ogen voor sluit. In de jaren tachtig hadden wij het vaak over de bewustwording die het gevolg moest zijn van kritisch onderwijs of zo. En de oude president Soekarno gebruikte voor ontwikkeling als ik het goed heb het woord berkembangan, het ontluiken van een bloem. Het gebruikelijker woord pembangunan, opbouw, vond hij teveel top-down gedacht. Vers twee is wat er onder hem in concreto allemaal van terecht kwam.

Wellicht zijn wij op het verkeerde spoor als we woord voor woord gaan onderzoeken op neokoloniale of stigmatiserende achtergrond. Er zijn woorden die door de aangesprokenen als denigrerend, stigmatiserend of beledigend worden ervaren. Die mijd je dan als communicatie en niet strijd of discriminatie je doel is. Komen zulke woorden voor in oude beschrijvingen die om een of andere reden opnieuw openbaar wordt gemaakt, dan wijs je in een inleidinkje of door middel van voetnoten op dit feit en je geeft een verklaring.

Voor het overige gaat het niet om afzonderlijke woorden maar om het betoog. Je kunt met politieke correcte termen een uitermate discriminatoire mededeling doen. Zoals: migranten uit het Caribisch gebied met een Afrikaanse achtergrond zijn voor het merendeel niet toegerust om in Europa als volwaardige burgers te kunnen functioneren. Een los woord is zelden racistisch. Een zin of een betoog is dat vaak wel. Wij moeten teksten eerder beoordelen op inhoud dan op woordgebruik. Het ligt – nogmaals – voor de hand om als beledigend ervaren aanduidingen voor mensen, groepen en volkeren te vermijden, maar een betoog over slavernij wordt er niet beter (of slechter) van als in plaats van “slaven” “slaafgemaakten” wordt gebruikt.

Het gaat immers om de kwaliteit van het betoog. Staar je niet blind op woorden. Vergewis je van wat men je probeert wijs te maken. Besef: eufemismes vallen niet zo op als stigmatiserende termen. De gifpil wordt altijd in een bonbon verborgen.

Vel over het betóóg je kritische oordeel. Muggenzifters hebben we al genoeg in ons voor het overige zo mooie land.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (89)