2.342
26

onpartijdig criticus van het huidige zorgstelsel

Gijs van Loef is een onpartijdig criticus van het huidige zorgstelsel. Hij is woordvoerder van het Platform Betrouwbare Zorgcijfers, was de financieel expert achter het Nationaal Zorgfonds en is een veel gelezen auteur op het zorgplatform skipr.

Hij publiceert sinds 1997 onafhankelijke, kritische beschouwingen over het openbaar bestuur. Boeken: 'De kloof voorbij, een visie op de toekomst van Nederland' (2008) en ‘Kiezen tussen overheid en markt’ (2013). Publicaties staan op zijn website: www.gijsvanloef.nl

Zijn expertise is gestoeld op vijftien jaar werkervaring in het bedrijfsleven (Philips, Deloitte, Capgemini) en twintig jaar werkervaring in de publieke sector als organisatie adviseur, programma-manager, interim-manager en wethouder.

Neoliberalisme is al de keiharde werkelijkheid

Het neoliberalisme heeft het publieke domein veroverd. Zonder principieel politiek debat over wat publieke taken zijn en wat niet

In 2012 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport met de veelzeggende titel ‘Publieke zaken in de marktsamenleving’. Is het begrip ‘marktsamenleving’ niet een andere duiding van het begrip ‘neoliberalisme’, maar dan in zijn concrete verschijningsvorm? Welke publieke zaken zijn er zoal en waar komen we het neoliberalisme tegen?

Laten we beginnen met de uitvoering van (publieke) taken: we kennen de publieke sector van de nutsvoorzieningen, waar overheidsmonopolies gedeeltelijk zijn geprivatiseerd (de spoorwegen, de energievoorziening, telecom). We kennen ook de van oudsher levensbeschouwelijk gefundeerde maatschappelijke sectoren van het onderwijs, de langdurige zorg (care) en de sociale huisvesting. Het zijn twee heel verschillende typen markten in het publieke domein. (De genezingsgerichte gezondheidszorg (cure) heeft altijd een gedeeltelijk marktkarakter gehad en laat ik daarom in deze beschouwing over het neoliberalisme buiten beschouwing)

Blind geloof
De kritiek van de Eerste Kamer in 2012 op de verkoop van de PTT, de opsplitsing van de spoorwegen en de uitverkoop van de elektriciteitsbedrijven loog er niet om. Over de gevolgen van de privatiseringen voor de samenleving werd nauwelijks nagedacht en er werden geen lessen getrokken. De burger werd beschouwd als consument, vond de parlementaire onderzoekscommissie. De privatiseringen pasten binnen een tijdsgewricht waarin een blind geloof bestond dat de markt uitvoerende taken beter èn goedkoper zou kunnen doen dan de overheid (Reagonomics). Beide claims, de markt doet het beter en de markt doet het goedkoper, zijn echter nooit onderbouwd. In 2013 concludeerde een werkgroep van de TU Delft echter wel dat het nederlandse spoor na de opsplitsing minder efficiënt is geworden en dat de productiviteit van het spoor is gedaald.

In het onderwijs, de langdurige zorg en de sociale volkshuisvesting ligt de zaak anders. Ook in deze voorheen not-for-profit sectoren is het marktdenken diep doorgedrongen. Hier worden geen staatsmonopolies afgebroken, maar erodeert de levensbeschouwelijke grondslag. Door de ontzuiling en de bezuinigingen op budgetten worden deze dienstverlenende sectoren gedwongen te denken in termen van omzet, productie en klanten. De maatschappelijke commotie over zichzelf verrijkende publieke bestuurders zit vooral hier.

Betalen
We zien een trend waarbij de burger als gebruiker (consument) van (voormalige publieke) diensten steeds meer gaat betalen. Het patroon is dat de exploitant – die in veel gevallen nog steeds monopolist is, of oligopolist – toestemming krijgt van de overheid of de toezichthouder om het basistarief te verhogen: het prijskaartje van de NS, de maximaal toegestane huurverhoging, de prijs van de postzegel, de eigen bijdrage in de zorg.

Beleid
Beleidsmakers geloven sterk in het marktmechanisme als instrument om ongewenste maatschappelijke effecten van economische processen te bestrijden. Het marktmechanisme wordt als beleidstool ingezet bij de bestrijding van milieuvraagstukken, zoals de CO2-uitstoot (emissiehandel), de filebestrijding (spitsvrij) en de recycling van verpakkingsmaterialen (statiegeld). Beleidsmakers ontbreekt de wil om innovatieve veranderingen af te dwingen. In hun economisch denken bestaat een afkeer tegen staatsinterventies en gedwongen (dynamische) regulering. De markt moet het ‘regelen’, het geloof in de invisible hand is kennelijk groot. Het Planbureau van de Leefomgeving wijst al jaren op het probleem dat Nederland in Europa qua verduurzaming achterloopt.

Het beheersen van marktwerking is ook een belangrijk thema van wetgeving. Recent zijn wetten aangenomen als de Wet markt en overheid (2012) en de Wet normering topinkomens (2013). Over de Wet normering topinkomens wordt heftig debat gevoerd. Begrijpelijk, topbestuurders zijn tastbaar en meningen over personen zijn snel gevormd. Minder bekend is de Wet overheid en markt die het ondernemerschap van overheden als gemeenten en provincies reguleert.

De wet bevat “gedragsregels voor overheden en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen als zij goederen of diensten op de markt willen aanbieden”. Let wel: de wetgever legt dus sinds kort het ondernemerschap in het huis van Thorbecke aan banden. Het ondernemerschap is kennelijk diep in de ambtelijke cultuur doorgedrongen!

Achteraf
Dit brengt ons tot het politieke debat over marktwerking. Het is een ex post debat, de politiek probeert vooral achteraf ongewenste neoliberale effecten te beheersen. Er worden door beide kamers enquêtes gehouden over de privatiseringen (EK  2012) en het Fyra-debacle (TK 2014). Er wordt in de landelijke politiek door de sectorspecialisten dus wel nagedacht over enkele ; ontsporingen’. En af en toe halen privatiseringen in negatieve zin het nieuws, zoals recent het verbrassen van de eenmalige opbrengsten uit verkoop van nutsdeelnemingen door de gemeente ’s Hertogenbosch.

Het marktdenken is klaarblijkelijk diep in het publieke domein doorgedrongen. Publieke zaken zijn ermee doordrenkt. De markt is de oplossing voor zo’n beetje elk maatschappelijk vraagstuk waar een financiële component aan zit. De idee van een overheid als hoeder van het algemeen belang is uitgehold. Het brede maatschappelijke onbehagen waar de landelijke politiek geen vat op krijgt heeft er natuurlijk alles mee te maken. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau in 2012 bleek dat 38% negatief en slechts 23% van de Nederlanders positief over de privatisering van staatsbedrijven denkt. Krijgen we de neoliberale geest ooit nog terug in de fles?

Dit artikel is een inleiding bij het boek “Kiezen tussen overheid en markt”. Het verscheen ook in het Parool.

Volg Gijs van Loef ook op Twitter

De cartoon is van Tom Janssen

Geef een reactie

Laatste reacties (26)