1.026
5

Adviseur Human Rights Watch

Leslie Haskell is adviseur internationaal rechtspleging voor Human Rights Watch en auteur van “The Long Arm of Justice: Lessons from Specialized War Crimes Units in France, Germany, and the Netherlands”, een nieuw rapport over de toepassing van de internationale jurisdictie in het kader van de vervolging van verdachten van zwaarwichtige internationale misdaden.

Nergens meer veilig

Hoe vluchtelingen ver van huis oog in oog komen te staan met hun folteraars

In de jaren ‘80 en de vroege jaren ‘90 van de vorige eeuw namen heel wat gewone Afghanen de wijk naar Nederland om de verschrikkelijke toestand in eigen land te ontvluchten. Maar ze waren lang niet alleen. Ook hooggeplaatste ambtenaren, onder wie agenten van de geheime dienst – de gevreesde KhAD – die zich schuldig hadden gemaakt aan schendingen van de mensenrechten zetten voet op Nederlandse bodem.

Beeld je in dat je de folterpraktijken in je vaderland ontvlucht en in dat verre land waar je asiel wilt aanvragen ineens diegene die verantwoordelijk is voor je leed tegen het lijf loopt. Het weekblad Vrij Nederland heeft in 1997 bericht dat minstens 35 Afghaanse oorlogsmisdadigers asiel hadden aangevraagd in Nederland en er vrij rondliepen. En dus ook weleens oog in oog kwamen te staan met hun slachtoffers.

Mandaat
Onder druk van de publieke storm van protest die opstak na de publicatie van het artikel heeft de Nederlandse overheid binnen de Immigratie- en Nationalisatiedienst (IND) een bijzondere eenheid opgericht die de verantwoordelijken van ernstige internationale misdaden moest identificeren. Die zogenaamde ‘1F Unit’, een verwijzing naar artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties, had een duidelijk omschreven mandaat: vermijd dat Nederland een schuilplaats voor oorlogsmisdadigers wordt.

Dat betekende meestal dat mensen die werden verdacht van ernstige internationale misdaden hun asielaanvraag geweigerd zagen en naar huis werden teruggestuurd. Veel van die verdachten konden echter het land niet worden uitgezet als gevolg van het internationale beginsel van non-refoulement. Dat beginsel van het internationale vluchtelingenrecht verbiedt mensen terug te sturen als hun leven in gevaar is, of als de kans op foltering of andere ernstige vormen van mishandeling reëel is. Zo werden deze mensen ‘ongewenste vreemdelingen’: ze mochten wel blijven, maar genoten geen wettelijke status of rechten.

Oorlogsmisdaden
In 2000 begon de Nederlandse overheid immigratieambtenaren toestemming te geven om dossiers van deze mensen door te spelen aan het Openbaar Ministerie. Dat gebruikte de informatie om drie hooggeplaatste ambtenaren van de Afghaanse inlichtingendienst te vervolgen. In 2005 resulteerde dit tot twee veroordelingen voor foltering en oorlogsmisdaden. Justitie had ook nog een vierde Afghaanse verdachte in hun vizier, maar die is in 2013 overleden, kort voor hij kon worden gearresteerd.

Het aantal asielzoekers wereldwijd is in bijna zeventig jaar tijd nog nooit zo hoog geweest als nu. Veel vluchtelingen zijn afkomstig uit conflictgebieden zoals Syrië, waar op massale schaal gruweldaden zijn gepleegd. Het is dan ook helemaal niet ondenkbaar dat de situatie waarmee de Afghaanse vluchtelingen in Nederland worden geconfronteerd zich ook op andere plekken kan voordoen. Vorig jaar maakte het Verenigd Koninkrijk bekend dat er een kleine honderd vermoedelijke oorlogsmisdadigers waren geïdentificeerd in het land. Nog vorig jaar liep een gewezen politieke gevangene, die in Ethiopië had gezien hoe veel van zijn medegedetineerden gemarteld en omgebracht waren, de man die verantwoordelijk was voor de misdaden letterlijk tegen het lijf in een restaurant in Denver in de Verenigde Staten.

Schuilplaats
Het besef groeit dat landen er nauwlettender op moeten gaan toezien dat ze geen schuilplaats voor oorlogsmisdadigers worden en dat de daders van de vreselijkste misdaden terechtstaan. Intussen gaan steeds meer rechtbanken, ver weg van de landen waar de misdaden zijn gepleegd, verdachten vervolgen op basis van het principe van universele jurisdictie. Maar dat kan alleen als de verschillende strafrechterlijke instanties nauw samenwerken. Daarnaast hebben ze ook de hulp van de immigratiediensten nodig om mogelijke verdachten op hun grondgebied te identificeren.

Maar er is ook reden tot bezorgdheid als politie en Justitie toegang krijgen tot de immigratiedossiers. Een van de Afghanen die veroordeeld werden in Nederland, ging in beroep voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hij beweerde dat de praktijk een schending inhoudt van zijn recht om niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Bovendien heeft de dienst die asielaanvragen in Frankrijk verwerkt, geweigerd informatie te delen met het Openbaar Ministerie op basis van het feit dat de integriteit van de asielprocedure zo in gevaar kan worden gebracht.

Voorzorgsmaatregelen
Voorzorgsmaatregelen dringen zich dan ook op: Hoe wordt welke informatie gedeeld? Bovendien is het raadzaam de informatie pas te delen als de immigratiediensten hebben beslist of iemand al dan niet recht heeft op het vluchtelingenstatuut. De asielaanvragers moeten meteen op de hoogte worden gebracht van het feit dat de informatie die ze tijdens hun asielprocedure geven, in een later stadium kan worden gedeeld met de politiediensten en de openbare aanklagers. Daarnaast zouden ze ook juridische bijstand moeten krijgen tijdens hun verhoor over deze misdaden. De informatie die wordt doorgespeeld aan politie of Justitie moet beperkt blijven tot die informatie die betrekking heeft op de misdaden. Ze mag alleen worden gebruikt om het onderzoek te kunnen voeren en mag niet worden voorgelegd als bewijsmateriaal in strafprocessen.

Nederland heeft het voortouw genomen. Het probeert zowel zijn verantwoordelijkheid te nemen tegenover de vluchtelingen als het soort misdaden te vervolgen dat niet mag worden vergeten. Als ook andere landen dat voorbeeld volgen, zullen de verantwoordelijken voor de gruweldaden hun straf niet langer ontlopen.

Geef een reactie

Laatste reacties (5)