Laatste update 14:57
809
0

Schrijver

Ties Teurlings (1993) studeerde aan de kunstacademie in Breda. Op zijn twintigste deed hij mee aan het Leids Cabaret Festival en hierna werkte hij als acteur in de Efteling. Deze veelzijdige Brabander liep in 2015 de pelgrimsroute van het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostella in Spanje. Begin 2017 verscheen zijn debuutroman Krentenkoppen, Grappige en ontroerende verhalen over zijn opa en oma.

Net alsof

Het was een van de meest verdrietige en vermoeiendste periodes uit mijn leven, dus mijn moeder en ik konden wel even een verzetje gebruiken.

Geïrriteerder dan normaal druk ik ongeduldig met mijn knokkel op het knopje van de deuren. In mijn nek voel ik de hete adem van de andere passagiers. Als de deuren eíndelijk open vliegen sprint ik het perron op. De mensen die stonden te wachten glijden de metro weer in als een golf water die eindelijk door de sluisdeur wordt vrijgelaten.

Ik hink mezelf richting de roltrappen. Voor me loopt een vrouw op hoge hakken waardoor ze bijna net zo moeizaam vooruit komt als ik. Mijn kreupele been heb ik te danken aan een ongelukkige draai met mijn tot de rand toe gevulde backpack met sinterklaascadeautjes.

Zondag, in een overvolle trein, probeerde ik mezelf met de tas over mijn schouder een lege plaats in te manoeuvreren. De jongen aan het gangpad, geconcentreerd over zijn telefoon heen gebogen, schoof zonder op te kijken zijn knieën aan de kant om mij erdoor te laten. Eenmaal bij mijn plek probeerde ik mijn tas op het bagagerek te hijsen, mijn been bleef staan in tegenovergestelde richting, wat resulteerde in een verrekte spier.

Op de roltrap moet ik opeens aan mijn moeder denken. Vroeger, toen ze net zo oud was als ik nu, deed ze wel eens voor de grap alsof ze mank liep. Wanneer ze opstond in een restaurant om naar de wc te gaan sleepte ze haar been achter haar aan tot grote hilariteit van mijn aan tafel achtergebleven oma.

rolstoel
Cc-foto: Pixabay

Later, toen mijn moeder en ik in het ziekenhuis bij oma op bezoek gingen hebben we dit grapje eens herhaald. Dit keer met de volgende generatie in de hoofdrol. Terwijl oma ergens in een ziekenhuisbed lag, zochten mijn moeder en ik naar een rolstoel waar ik in ging zitten.

Vervolgens deed ik alsof ik niet kon lopen. Mijn moeder duwde mij en ik zat. Zo gingen wij het hele ziekenhuis door, luidkeels kletsend over de wonderlijke operatie die mij wellicht zou gaan genezen.

Ondertussen lag oma langzaam te sterven op de intensive care. Gedurende de vier weken dat ze daar heeft gelegen weken wij geen moment van haar zijde. Het was een van de meest verdrietige en vermoeiendste periodes uit mijn leven, dus mijn moeder en ik konden wel even een verzetje gebruiken.

Buiten deden we een rondje over de parkeerplaats. Heuveltje op, heuveltje af. Bij de ingang keken wij hoe de rokers rookten en de infusen naast zich probeerden te negeren.

In de welkomsthal keek iedereen die we tegenkwamen mij unaniem vriendelijk aan. Terwijl ik mijn voeten levenloos op de voetsteunen hield nam ik alle blikken in ontvangst. Het viel me eigenlijk wel mee dat invalide zijn.

Nadat we een broodje hadden gegeten in de kantine moest ik ineens plassen. Mijn moeder reed mij naar het dichtstbijzijnde toilet waar ze de deur voor me openhield en buiten bleef wachten. Binnen zag ik dat het invalidentoilet waarvoor ik kwam nog in gebruik was.

Net toen ik overeind wilde komen om naar de pisbakken te gaan, ging de deur open en zat ik oog in oog met een échte invalide. De oude man keek me emotieloos aan terwijl hij zichzelf uit het wc-hokje duwde. Hij zat er duidelijk al langer in dan ik. Zijn benen waren onnatuurlijk dun en schriel wat mij deed vermoeden dat hij er misschien wel nooit mee had mogen lopen.

Opeens sloeg de schrik mij om het hart. Wat deden rolstoelers als ze elkaar tegenkwamen? Was er een geheime groet zoals bij motorrijders? Ik besloot te gaan voor een beschaafd knikje. De man knikte terug en begaf zich richting de wasbak waar hij zijn handen begon te wassen.
Via de spiegel ontmoetten onze blikken elkaar opnieuw. Ik probeerde zo invalide mogelijk te kijken.
“Het valt niet mee, hè?” zei de man.
“Zeg dat wel,” zei ik terug.
Toen hij zijn handen had afgedroogd probeerde ik mijzelf zo te sturen zodat hij er langs kon. Met alle macht probeerde ik mijn neiging om op te staan te negeren.
“Fijne dag nog verder,” mompelde hij in het voorbijgaan.

Toen ik weer alleen was heb ik mezelf het hokje ingerold waar ik met het schaamrood op de kaken op miraculeuze wijze uit mijn stoel omhoog kwam. Sinds ik was gaan zitten had ik mijn benen niet meer bewogen en ik moest even wennen dat ik daadwerkelijk twee functionerende benen bezat.

Zodra ik had geplast, ging ik weer in mijn rolstoel zitten en vervolgde mijn weg naar buiten. Op de gang stond mijn moeder met haar handen op haar rug leunend tegen een muurtje. Ik vertelde haar over de man. Zij had hem ook gezien. Uit angst om hem tegen te komen heb ik de rest van de middag in mijn rolstoel doorgebracht.

Mijn verdiende loon.


Laatste publicatie van Ties Teurlings

  • Krentenkoppen

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (0)