1.586
19

Schrijver/ journalist

Martijn de Rooi (1956) studeerde af als cultuursocioloog en is werkzaam als schrijver en journalist. Hij werkte voor uiteenlopende media in binnen- en buitenland en schreef boeken over Nederland, diverse andere landen en de multinational Unilever. Als woordvoerder was hij betrokken bij ‘Openheid over Irak’, een burgerbeweging die het dubieuze handelen van de Nederlandse regering in de aanloop naar de Irak-oorlog op de publieke agenda zette en een hoofdrol speelde in het afdwingen van het onderzoek van de commissie-Davids. Tegenwoordig is hij verbonden aan Dutch Image (www.dutchimage.nl).

Netanyahu’s ‘Not on my watch!’ is een zegen

Met zijn afwijzing van een Palestijnse staat dwingt Netanyahu de internationale gemeenschap de illusie van het 'vredesproces' te laten varen. 

Netanyahu’s verwerping van een Palestijnse staat stelt de wereld voor een elementaire keuze: honoreert zij eindelijk het Palestijnse recht op een menswaardig bestaan, of zijn de Palestijnen minderwaardige wezens voor wie een leven onder onderdrukking het hoogst haalbare is?

De Israëlische kiezer heeft gesproken, in niet mis te verstane bewoordingen. Eén op de vier stemgerechtigden omarmde enkele weken geleden scheidend én aankomend premier Benjamin Netanyahu. Die paaide het electoraat met al even uitgesproken beloften: kies mij en er komt géén Palestijnse staat, er worden géén ‘nederzettingen’ ontruimd en Oost-Jeruzalem blijft in Israëlische handen. Met andere woorden: wees gerust, er komt géén vrede. ‘Not on my watch!’

Prime Minister Benjamin Netanyahu of Israel concludes his third address before a joint meeting of Congress and reaffirms the strong bonds between Israel and the United States.Dat onheilspellende perspectief vond onheilspellend veel weerklank. Niet alleen behaalde Netanyahu’s Likud een afgetekende overwinning, ook onderschrijft een substantieel deel van de nieuwe Knesset zijn denkbeelden en zal het hem weinig moeite kosten om een kabinet te vormen dat het voornemen gaat uitvoeren.

Wat dat in de praktijk betekent kunnen we uittekenen: voortzetting van de militaire bezetting en illegale kolonisatie van Palestijns gebied, het weapon of choice van achtereenvolgende Israëlische regeringen om een levensvatbare Palestijnse staat letterlijk onmogelijk te maken. Voorzover dat punt niet al is bereikt, zal Netanyahu er de komende jaren voor zorgen. Op het Israëlische ministerie van Huisvesting liggen de plannen klaar voor de bouw van het astronomische aantal van 63.000 woningen in Palestijns gebied, goed voor een slordige 300.000 kolonisten.

Oorlogsverklaring
Het ‘Not on my watch!’ illustreert de peilloze minachting die Netanyahu en veel van zijn landgenoten hebben voor de bevolking van de bezette Palestijnse gebieden; rechteloze wezens zijn het, wier onderdrukking vanzelfsprekend is. ‘Krijg de kolere met jullie eigen staat, jullie recht op zelfbeschikking en jullie mensenrechten!’, luidt zijn boodschap. ‘Dachten jullie nou écht recht te hebben op een leven in vrijheid? Op een toekomstperspectief? Fuck you!

In Palestijnse oren zijn die woorden niets minder dan een oorlogsverklaring. Hoe de Palestijnen daarop zullen reageren laat zich niet voorspellen. Zeker is wel dat zij zich bevestigd zien in hun aansluiting bij het Internationaal Strafhof en andere internationale instanties en verdragen. In een eerste reactie vroeg zowel Palestijns hoofdonderhandelaar Saeb Erekat als Hamas-leider Khaled Meshaal de internationale gemeenschap om meer steun voor deze ‘diplomatieke en vreedzame koers’ naar een soevereine Palestijnse staat.

Zeker is ook dat Netanyahu de poort naar verheviging van het geweld wagenwijd heeft opengezet. Ontneem miljoenen mensen het laatste sprankje hoop op realisering van hun basale rechten, en je kunt enorme problemen verwachten. Van alle kanten is Netanyahu er de afgelopen jaren voor gewaarschuwd dat hij met zijn ramkoers op een nieuwe Palestijnse volksopstand (intifada) afstevent. John Kerry drukte de Israëliërs nog eens met hun neus op dat feit tijdens de door hem geïnitieerde vredesonderhandelingen, die op Israëlische tegenwerking stuitten en een faliekante mislukking werden. Minister Ya’alon van Defensie juichte na het debacle: ‘Het is ons gelukt de vredesonderhandelingen van de agenda te krijgen!’ Een van Kerry’s onderhandelaars verzuchtte: ‘Ik ben bang dat de Israëliërs eerst een derde intifada moeten meemaken, voor ze inzien dat het verstandiger is vrede te sluiten.’

Doodsteek ‘vredesproces’
Maar de betekenis van Netanyahu’s woorden reikt veel verder dan het aansturen op meer geweld: ze zijn de doodsteek voor de door de internationale gemeenschap vurig bepleite ‘enige haalbare oplossing voor het conflict’, de tweestatenoplossing. En, belangrijker, voor het ‘vredesproces’ dat in de visie van de wereld tot die oplossing zou moeten leiden. In de wetenschap dat dit proces in werkelijkheid niet meer is dan een façade waarachter de internationale gemeenschap Israël al meer dan twintig jaar toestaat om juist zijn greep op Palestijns gebied te verstevigen, is dat niets minder dan een zegen.

Natuurlijk weet de wereld allang dat Netanyahu en de zijnen geen soevereine Palestijnse staat dulden − vandaar ook dat diens onwaarachtige terugkrabbelen na zijn verkiezingswinst weinig serieus werd genomen. Met zijn ongeremde uitbreiding van de illegale Israëlische kolonies en zijn agressieve benadering van de Palestijnen − variërend van het extreme geweld in Gaza tot zijn herhaalde uitspraken dat zij naar Oost-Jeruzalem en naar soevereiniteit kunnen fluiten − zaaide hij de afgelopen jaren zelfs bij zijn grootste bondgenoten frustratie en wanhoop. Dat resulteerde in steeds scherpere kritiek uit alle hoeken van de internationale arena.

Steeds weer ook werd hem voorgehouden dat hij Israël in een internationaal isolement dreigt te storten. Maar tegelijkertijd hield de internationale gemeenschap Israël al die jaren opzichtig de hand boven het hoofd. De wereld had de mond vol van het Palestijnse recht op zelfbeschikking in een eigen staat Palestina die de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en Gaza omvat, maar stak geen poot uit als Israël de bouw van weer eens honderden nieuwe kolonistenwoningen in Palestijns gebied aankondigde. Dat in datzelfde gebied inmiddels een derde generatie Palestijnen opgroeit onder een bikkelharde militaire overheersing was al evenmin reden voor maatregelen.

Sancties zijn voorbehouden aan de raketliefhebbers van Hamas, de onvergelijkbaar veel grotere Israëlische terreur wordt door de vingers gezien. En, ach, dat Israël meer Veiligheidsraadresoluties aan de laars lapt dan enig ander land − schreef Orwell niet al dat sommige dieren nu eenmaal méér gelijk zijn dan andere?

Al even contraproductief was dat de internationale gemeenschap realisering van de Palestijnse staat al die jaren afhankelijk maakte van ‘onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen’, een elementaire weeffout waarmee uitgerekend Israël het laatste woord kreeg over de alom erkende Palestijnse rechten.

Zolang politici in Jeruzalem lippendienst bewezen aan dit ‘vredesproces’, en mompelden ooit bereid te zijn tot ‘pijnlijke concessies’, stond de wereld toe dat de Palestijnen in de wachtkamer werden gehouden en lijdzaam moesten toezien hoe de voortgaande bezetting en kolonisatie van hun land het perspectief op een eigen staat deed verdampen. En dreigde de Veiligheidsraad een resolutie aan te nemen die Israël niet zinde, dan was daar altijd nog de VS, die tientallen resoluties met een veto torpedeerde.

Kleur bekennen
Met zijn coming out heeft Netanyahu een eind gemaakt aan dit ritueel. Niet langer kan de internationale gemeenschap zich verschuilen achter de holle bezweringsformule van het ‘vredesproces’. Netanyahu en het Israëlische electoraat hebben kleur bekend, en dat dwingt de wereld hetzelfde te doen. In de woorden van Barack Obama: het is tijd voor een herwaardering van de relatie met Israël en de internationale opties in de kwestie-Palestina. 

Geef een reactie

Laatste reacties (19)