10.402
220

Schrijver, filosoof

Eva Meijer is beeldend kunstenaar, filosoof, schrijver en singer-songwriter.

Ze maakt performances, muziektheatervoorstellingen en installaties, zoals bijvoorbeeld Het leven leert vanzelf in het Scheltema Complex in Leiden en Verlangst in de Boterhal (met Miriam Reeders), maar ook tekeningen en foto's, video's en afleidingsmateriaal voor varkens.

Ze bracht vier albums en een aantal EP's uit en trad op in Nederland, België, Duitsland, Engeland en Amerika.

Korte verhalen en gedichten van haar hand zijn onder andere verschenen in De Revisor, Tirade en De Brakke Hond. Ze is mede-oprichter van literair collectief De Jagers. Eva's debuutroman Het schuwste dier verscheen in 2011 en werd genomineerd voor de Academica Literatuurprijs, de Gouden Boekenuil en de Vrouw&Proza DebuutPrijs. Eva's tweede roman Dagpauwoog verscheen in 2013 en werd goed ontvangen. In 2016 verscheen Dierentalen, een populair wetenschappelijk boek over talen van niet-menselijke dieren, en de vraag wat taal eigenlijk is. Haar derde roman Het vogelhuis verscheen in september 2016. Het werd aangeraden door het boekenpanel van De Wereld Draait Door, won de Lezersprijs van de BNG Bank Literatuurprijs en werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en de ECI Literatuurprijs. Dierentalen en Het vogelhuis zullen worden vertaald in het Arabisch, Duits, Engels, Frans, Pools en Turks. In 2017 verscheen De soldaat was een dolfijn, een essay over politieke dieren. Een Duitse vertaling is in de maak.

Eva houdt dagelijks een weblog bij en treedt regelmatig op met proza, lezingen en/of liedjes. In september 2017 promoveerde ze in de filosofie op een proefschrift getiteld 'Political Animal Voices' aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. Academische publicaties en presentaties zijn hier te vinden. Ze is tevens voorzitter van de landelijke OZSW werkgroep dierethiek, en oprichter van Minding Animals Nederland. Haar academische werk is vertaald in het Frans, Italiaans en Spaans. In maart 2017 was ze lijstduwer (nummer 39) voor de Partij voor de Dieren bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Neutrale taal bestaat niet

De witte mens wordt als neutraal gezien, terwijl dat een standaard is die door ongelijke machtsverhoudingen, die we nu niet meer onderschrijven, tot stand is gekomen

co-auteur: Alma Mathijsen

Roxane Gay speaks at TEDWomen2015. Photo: Marla Aufmuth/TED

Roxane Gay is een feministe en strijder tegen racisme. Haar nieuwste boek Honger werd in vertaling uitgegeven door De Bezige Bij. In die vertaling staat iets vreemds: wanneer het over witte mensen gaat, wordt het woord ‘blank’ gebruikt. Een woord dat Gay nooit zou gebruiken: ‘Aangezien ik een zwarte leerling uit een redelijk welgesteld gezin was en nota bene uit Nebraska kwam, wisten de blanke leerlingen niet goed wat ze met me moesten.’

Het woord blank is namelijk, zoals zwarte mensen ons keer op keer hebben laten zien, geen neutrale aanduiding. Bovendien is blank niet het equivalent van zwart, wit daarentegen wel. Het kent een lange historie. In het koloniale verleden werd het gebruikt om een opzichter van tot slaaf gemaakte mensen aan te duiden: ‘blank-officier’. Volgens de Van Dale betekent het in onze tijd onder andere helderwit, niet bevlekt en niet gekleurd. Daarbij roept het nog een aantal connotaties op die woordenboeken niet vermelden, zoals reinheid, onschuld en helderheid: zaken die over het algemeen als positief worden ervaren. Niet-blank is dus niet-rein en niet helder. Dat niet-blank als minder gezien wordt, is niet toevallig. De tegenstelling blank-zwart komt namelijk voort uit een ideologisch kader waarin de witte mens, of liever gezegd de witte man, als uitgangspunt genomen wordt. De witte mens wordt als neutraal gezien, terwijl dat een standaard is die door ongelijke machtsverhoudingen, die we nu niet meer onderschrijven, tot stand is gekomen. Wie afwijkt, is minder waard.

Het lijkt misschien vergezocht om dit in een woord te zien. Toch weerspiegelt taal vaak machtsverhoudingen. Denk bijvoorbeeld aan het woord ‘homo’, populair als scheldwoord omdat homo’s als minderwaardig gezien worden, zoals Nicolaas Veul laatst in een opiniestuk schreef. Als je dat woord als scheldwoord gebruikt, bevestig je het beeld dat homo’s slechter zijn dan hetero’s. Een ander voorbeeld is niet-menselijke dieren met ‘het’ aanduiden, in plaats van zij of hij. Dat versterkt hun positie als gebruiksvoorwerp in onze maatschappij, omdat het ontkent dat zij ook ‘iemand’ zijn, in plaats van ‘iets’.

White als blank vertalen is in het werk van Gay opvallend, omdat zij expliciet over machtsverhoudingen schrijft. Het komt in die context echter vaker voor. Seada Nourhussen uitte onlangs via Twitter kritiek op de vertaalde titel van het boek Negroland van Margo Jefferson (De Arbeiderspers). Waar het woord ‘negro’ volgens Nourhussen ondertussen in de Verenigde Staten een emancipatorische status heeft verworven, heeft de vertaling in het Nederlands dat niet. Nourhussen wees erop dat de voorgestelde letterlijke vertaling ideologisch niet in de haak was en geen recht deed aan de betekenis van de originele titel, en raadde aan die onvertaald te laten. Inmiddels is het boek verschenen, zoals Nourhussen suggereerde met de oorspronkelijke titel. Vreemd genoeg komt de vertaalde term wel voor in het boek.

Dit zijn niet de enige voorbeelden van boeken waarin ‘white’ wordt vertaald als ‘blank’. Recent gebeurde het ook in De ondergrondse spoorweg van Colson Whitehead (Atlas Contact) en Tuff van Paul Beautty (Uitgeverij Prometheus). Deze vertaalkwesties zijn deels een literair probleem, want de betekenis van een woord is in het geding. Ze maken echter ook deel uit van een politiek probleem. Door deze boeken uit te geven lijken deze uitgevers zich te willen profileren als divers, om daarmee een nieuwe markt aan te boren, terwijl ze geen recht doen aan de politieke inhoud van de boeken die ze uitgeven. Soms gaat het wel goed: in Tussen de wereld en mij van Ta-Nehisi Coates, uitgegeven door de Amsterdam University Press, wordt ‘white’ bijvoorbeeld wel als ‘wit’ vertaald.

De Bezige Bij heeft het woord ‘blank’ in Honger laten aanpassen, nadat de uitgeverij erop geattendeerd werd. In de digitale editie werd het direct veranderd, de lezers van de papieren editie zullen moeten wachten tot er een tweede druk verschijnt. Dit is een adequate reactie van de uitgeverij, maar de vraag waarom het misging blijft. Navraag leert dat vertalers, redacteuren en uitgevers zich in deze kwesties beroepen op traditie of stijlboeken. Dit probleem speelt niet alleen in de literatuur. In de kranten is de discussie over het gebruik van deze woorden bijvoorbeeld ook gaande. In NRC Handelsblad en de Volkskrant komt ‘wit’ komt tegenwoordig vaker voor dan ‘blank’ (bij zoekopdrachten op de website); toch prefereert het stijlboek van deze krant nog het woord ‘blank’. Bij het ondertitelen van televisieprogramma’s speelt het ook. Arzu Aslan gaf via Twitter kritiek op de ondertiteling van de Netflix serie Dear White People. De titel werd vertaald als ‘Beste blanken’; een extra pijnlijke fout vanwege de inhoud van het programma.

Stijlboeken zijn niet in beton gegoten en het is de taak van vertalers, correctoren en andere mensen die met woorden werken om recht te doen aan de betekenis van die woorden. Die betekenis ontstaat nooit in een vacuüm. Taal leeft en woorden hebben macht. Met woorden laten wij als schrijvers de wereld zien en soms vormen we die wereld, door mensen er anders naar te laten kijken. Wij leren van het werk van Gay, Jefferson en talloze andere zwarte schrijvers omdat ze ons hun wereld laten zien, en daarmee de onze opnieuw tonen. Een van de dingen die wij van hen hebben geleerd is dat kiezen voor het woord ‘blank’ geen neutrale keuze is. Bij boeken die expliciet over deze kwesties gaan moet er daarom correct vertaald worden, maar ook de rest van de literatuur kan hiervan leren.

Alma Mathijsen (schrijver) en Eva Meijer (schrijver en filosoof, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam)


Laatste publicatie van Eva Meijer

  • Het vogelhuis

    Roman

    2016


Geef een reactie

Laatste reacties (220)