272
2

oud-hoofdredacteur NOS Journaal

Nico Haasbroek werkte voor VARA en VPRO onder andere als correspondent in Duitsland en New York, was hoofdredacteur van Radio en TV Rijnmond en van het NOS-Journaal.

Nico’s nieuws 13: De dood als een gele stip

Ter plekke bij het mijnwerkersdrama in Zuid-Afrika duikt plots president Zuma op

Nico onderzoekt het wereldnieuws en is nu op de plek van het mijnwerkersdrama in Zuid-Afrika. Hij gaat op zoek naar medicijnmannen en loopt president Zuma tegen het lijf.

Ik ga op zoek naar een traditionele natuurdokter om commentaar te vragen op het gebruik van de medicijnen door een aantal stakers bij de aanval op de politie, vorige week donderdag.

We rijden naar de rand van het centrum van Johannesburg. Na veel vragen bereiken we een totaal uitgestorven markt die half onder een autoweg verborgen ligt. Welcome to the Kwa Mai Mai Market. 

Een paar mannen gaan ons voor naar Bnekabanty Gema. Een rustige man met een opvallend staartje midden op zijn hoofd. Hij is de dokter maar ook de manager van de markt. Als we in zijn hokje binnenlopen staat hij met een stok in een witte pot met een zwarte substantie te roeren. Mijn chauffeur, Treasure Mthala, vertaalt het gesprek uit het Zulu.

Wat doet u hier?
“Ik probeer de mensen beter te maken. Mensen komen hier met allerlei klachten: hoofdpijn, maagpijn, buikpijn, noem maar op.”
Hoe helpt u de mensen?
“Door mensen middeltjes uit al die potjes, meestal kruidenextracten, toe te dienen.”
In Marikana waren ook natuurgenezers bezig, zeg ik, maar die kregen veel kritiek. Ik toon een tabloid waarop in grote letters staat ‘MUTI FAILED’. 
“Ik begrijp uw vraag, maar daar heb ik niks mee te maken. Ik behandel alleen mensen hier in mijn zaakje. Wat buiten gebeurt, daar weet ik niets van.”
Maar als u in Marikana was geweest wat had u de stakers dan geadviseerd?
“Geen idee. Ik weet niet wat zich daar afspeelde en waarom men ging staken, dus dan kan ik daar niks zinnigs over zeggen.”
De genezer bij de mijn zei dat hij de stakers dapper en onzichtbaar kon maken. Is dat mogelijk?
“God droeg mij op om mensen beter te maken. Dat doe ik. Ik doe niet aan hekserij.”
Zou u mij hier dapper en onzichtbaar kunnen maken?
“Nee.”

Dokter Gema vat het interview kennelijk als een consult op en vraagt daarvoor 400 Rand. Het is hem gegund.

Talk radio
Woensdag wil ik weer naar de mijn om met de stakers te praten. Chauffeur Happy en zijn ‘brother’ Pieter, een boer met grote sproeten, helpen mij een handje. In de oude KIA staat de radio op 702 Talk Radio die goed over de mijnstaking bericht.

Opnieuw worden we opgehouden door een zinloze politiecontrole. Op het slagveld is het stil. Er lopen een jongen en een meisje. De jongen noemt zich ‘drilling operator’ en is lid van de National Union of Mineworkers (NUM). Op het moment van de moorden op de stakers was hij thuis, omdat hij twee weken vrij had. Zijn schoonbroer is in zijn borst en zijn voet geschoten.

Ik vraag of wij zijn schoonbroer kunnen bezoeken. Hij weet het niet maar geeft de naam van zijn schoonbroer: Simpphiwe Maizana. Dan duikt er plotseling een escorte op van poltieauto’s met zwaailichten, afgewisseld door gewone personenauto’s. Ik vermoed dat het om politici gaat. Als we daar achter proberen te komen, doet men er het zwijgen toe. We volgen de auto’s en komen op een grote open plek waar honderden mensen in de brandende zon op de grond zitten en liggen. Ze leven in de nederzettingen hier rond de platinamijn.

Er wordt in niet mis te verstane woorden door de lokale stakingsleiders gesproken over de slachtpartij van vorige week. We zien veel huilende gezichten. Dan zegt Pieter dat hij de president Zuma ziet. Ik maak gelijk een foto. Even later blijkt dat Pieter het goed gezien heeft. De president voert kort het woord. Het is zijn eerste bezoek aan de mijnwerkers. Het is doodstil als hij spreekt. Hij betuigt zijn deelneming. Zegt dat hij eerst hun ervaringen wil horen.”Het was niet onze intentie om mensen te vermoorden.” Het klinkt allemaal nogal plichtmatig.

Pieter’s talenkennis komt goed van pas. Hij spreekt zeven talen. Een lokale leider houdt een lang en bitter verhaal. Een collega zegt mij dat de man Mr. Nzuza heet. “Hun dood was zinloos, ze knokten alleen voor meer loon. We waren hier niet om te vechten, maar om te praten. Maar de politie zei: “Wij zijn hier om op te treden. We tellen tot tien.” Daarna schoten ze een brother in zijn nek. Er werd ook vanuit de helikopter geschoten. We waren in paniek en probeerden weg te rennen.”

President
Tijdens zijn rede, die soms niet goed te volgen is omdat het geluid uitvalt, worden er stapels zwarte plastic stoeltjes aangerukt voor het gevolg van de president, bestaande uit ANC- functionarissen en vertegenwoordigers van de kerken. Nzuza beweert dat er ook een journalist is gedood.

Als de plechtigheid voorbij is klampen we Eilisa aan. Ze leeft in Wonderkop. Haar vriend werkt in de mijn. “Ik ben boos”, zegt ze. “Wat de president zei was zinloos. Hij repte met geen woord over de schadevergoedingen. Ik maak me zorgen over de behandeling van de jongens die nu in de gevangenis zitten. Alle doden zouden in de eigen familiekring begraven moeten worden.” Eilisa moet bij het brute politieoptreden ook denken aan de tijd van de Apartheid.

We lopen naar de ‘koppie’ waar de stakers vorige week demonstreerden. Daar hebben zich veel mensen verzameld. Eumasani brengt mij naar een plek waar gele stippen markeren waar makkers gedood zijn. Ik vraag of ik foto’s mag maken. “De man die hier vermoord werd, leeft nog. Zijn ziel is hier aanwezig. Hij was ongewapend.”

In de verte staan nog steeds op strategische posities ‘hippo’s’. Dat zijn gepantserde politieauto’s die vorige week kriskras over het veld reden om op stakers te schieten, Een andere mijnwerker op de heuvel zegt dat het verhaal over de ‘sangoma’ (de wonderdokter) klopt. Hij weet zeker dat er een relatie is tussen het schieten met kogels en de sangoma. “De politie gelooft daar zelf ook in en is doodsbang voor de krachten die daardoor bij de stakers zijn vrijgekomen.”

Cola
Ik snak na al die uren in de zon naar een grote, hele koude cola. In Wonderkop worden we in geel winkeltje op onze wenken bediend. De eigenaar zegt dat winkels hier dagenlang gesloten zijn geweest, uit angst voor de stakers. Verderop staat een man, die anoniem wil blijven. Hij vertelt over de dood van twee agenten, eerder vorige week, bij een protestbijeenkomst in het kleine stadion tussen Wonderkop en de mijn. Messen contra machinegeweren. “De slachtpartij op donderdag was ook een wraak van de politie op de dood van hun collega’s. Zeker weten.”

Uit alle interviews met betrokkenen en ooggetuigen blijkt hoezeer de angst regeert. Men wil vaak anoniem blijven uit angst voor wraak door iemand van de vijandige vakbond. Ook beklemtonen meerdere geïnterviewden dat de wraak zoet zal zijn. Het zal niemand verbazen als er de komende tijd politiemensen om zullen komen. Pieter zegt dat met name Zulu’s er niet voor terugdeinzen om de dood van hun brothers te wreken.

We proberen het ‘Andrew Saffy Memorial Hospital binnen te komen. Dat lukt wonderwel. Het ijzeren draaihek is niet geblokkeerd en kennelijk denken de beveiligers dat we familie van een van de gewonden zijn. Bij de receptie zeggen we dat we voor Simphiwe Maizana komen en we worden een gang in gestuurd naar zaal 2. De zuster roept de naam van Simphiwe, maar er reageert niemand.

Ik zeg dan dat ik voor een verhaal graag met een paar gewonden wil praten. Dat mag. We tellen negen slachtoffers in fel groene pyama’s. Veel gips en krukken. In bed 9 ligt een Basotho. Nog totaal versuft. Hij vertelt moeizaam over de schietpartij en op het moment dat hij op zijn borstwond wijst en zegt dat de kogels nog niet verwijderd zijn komt er een bewaker op ons af die ons gebiedt onmiddellijk het ziekenhuis te verlaten. Op de weg naar de uitgang weet ik nog een telefoonnummer te bemachtigen om verder naar aantal gewonden te informeren.

Lees ook Nico’s Nieuws 11: Marikana massacre

Nico verwerkt zijn ervaringen in een boek dat eind dit jaar uitkomt.

Geef een reactie

Laatste reacties (2)