405
5

oud-hoofdredacteur NOS Journaal

Nico Haasbroek werkte voor VARA en VPRO onder andere als correspondent in Duitsland en New York, was hoofdredacteur van Radio en TV Rijnmond en van het NOS-Journaal.

Nico’s nieuws 3: Een onzichtbare roman in Barcelona

Je wordt alleen geboren en je gaat alleen dood. Wat doe je in die tussentijd? Je tobt vooral.

Ik ga je een geheim verklappen Ik ben tien dagen in Barcelona ondergedoken, om aan een onzichtbare roman te werken. De roman gaat over een leeftijdsloze man die het leven in een fictieve metropool bestudeert. Zijn credo is dat je van het leven een feest moet maken.

Je wordt alleen geboren en je gaat alleen dood. Wat doe je in die tussentijd? Je tobt vooral. Je bent onzeker. Laat te veel ellende toe in je leven. Maar waarom in Godsnaam? Barcelona  is een uitstekende inspiratiebron voor mijn romanproject. Ik tik dit stukje op een terras in de koele avondschemer. Voel me kip lekker (ben  vermoedelijk een van de weinige kippen die zich lekker voelt).

Een redacteur van mijn uitgeverij in Amsterdam zei mij in staat te achten tot het schrijven van een roman. Ik weet dat nog zo net niet. Journalistiek zit meer in de buurt van non fictie. Als ik schrijvers lees, een Nabokov, een Roth of een Céline, dan weet ik dat ik niet kan schrijven. Maar je bent niet snel te oud om te leren. Een tijdje geleden heb ik daarom besloten om van het schrijven van een roman een grap te maken. Ik ga serieus proberen om een roman te schrijven voor een groot taalgebied. Onder een pseudoniem. Ik heb al een buitenlandse uitgever, die bereid is om aan de grap mee te doen. En niemand – alleen ik – weet welk taalgebied. Als het boek verschijnt, dan zal niemand dat dus weten. Behalve de lezer in dat onbekende land. Goed idee voor een boek, vind je niet?

Hier in Barcelona laat ik het leven van een metropool op me inwerken. Ik lees en doe onderzoek voor mijn boek. Ik lees ‘De geschiedenis van de liefde’ van Nicole Krauss, terwijl er een heel ordinair uitziende vrouw voorbij loopt. Ze kijkt me onzeker uitdagend aan. Ik moet denken aan een reeds geschreven passage in mijn roman in wording, waarin de hoofdpersoon een vrouw vraagt om drie uur later zo ordinair mogelijk aan hem te verschijnen. Wat zal ik nu doen? De voorbijgaande vrouw volgen of verder gaan met mijn boek? Op pagina 132 staat: “Litvinoff hoestte. Het gedrukte boek in zijn hand was een kopie van een kopie van een kopie van het origineel, dat niet meer bestond, behalve in zijn hoofd. Niet het ‘origineel’ in de zin van het ideale boek dat een schrijver zich voorstelt alvorens te gaan zitten schrijven.’ Wat een mooi stom toeval, denk ik. En iets verderop blijkt Litvinoff ook nog eens een journalist te zijn geweest.

Ik spreek af met Maria. Ooit sprak ik haar kort in een bar waar ik ontbeet, schuin tegenover station de Franca. Haar email adres reageerde niet meer, maar haar mobile gelukkig wel.  Het was een gok. Ik kende haar niet goed, wist niet meer hoe ze er uit zag. Wat was blijven hangen was dat ze goed communiceerde. Ik zei haar dat ik research aan het doen was voor een eventuele roman over het leven in de metropolen van de toekomst. Of ze mee wilde helpen? Wij ontmoeten elkaar bij ‘Kasparos’ in Raval en belanden snel in een lekker open gesprek.

Ze vertelt kris kras over haar liegende familieleden, haar Servische vriend, dat ze een aantal jaren matroos was op een luxe jacht en ze blikt terug op haar deelname aan een beroemd reality-programma. ‘Waar komt die research voor zo’n roman op neer?’ informeert ze. Ik vertel over mijn nachtelijke ritten met taxichauffeurs in spannende steden, van Sint Petersburg tot Marseille. We zouden Barcelona aan elkaar kunnen laten zien. ‘Jij morgen jouw Barcelona aan mij en ik overmorgen mijn Barcelona aan jou.’ Maria: “O.k. Dan begint mijn rondleiding op het strand waar we de zon uit de zee zien opkomen. Ik zal je mijn leven hier laten zien. Lekker relaxed, op de scooter. Voor de bezienswaardigheden heb je mij niet nodig. Zeg verder maar waar jij zin in hebt. Nico: “En als ik over een maand vanuit Istanbul zou bellen met de opdracht ‘Kom nu zo snel mogelijk hier naar toe en dan bezorg ik je de dag van je leven’, wat zou je dan doen? “Ik kom onmiddellijk”, zegt ze. Ik geloof haar.

Maria geeft me de tijd en plaats van de beste club in Barca, Eclipse genaamd. Ook raad ze me aan met haar Russische vriendin te praten. Tenslotte vraag ik of ze drie zelfstandige naamwoorden voor me op wil schrijven. Op zondagavond ga ik naar het W hotel. Een oase van hebzucht. In een paarse gloed ga ik in de W bar op een beige bank liggen. De koffie wordt geserveerd in een vreemd kopje met een schotel van golvend witte kunststof. In de muziek overheerst de dreun. Voordat ik de lift neem naar de 26e etage waar de Eclipse is, schrijf ik Maria:

bladeren, eenzaamheid, kleur

Ik lag op de grond
Op Spaanse tegels met abstracte patronen
En keek omhoog
Zag bladeren, en een beginnende maan
En ik dacht aan Maria

Ik vond dat ze, behalve slim en onafhankelijk, ook iets 
raadselachtigs had
Waarom mochten de bladeren niet op de grond liggen, moesten ze nog 
aan bomen hangen?

Op die stenen bodem ervoer ik mijn eenzaamheid als prettig
Er dwarrelden een paar blaadjes naar beneden
Geel waren ze, ze werkten op mijn lachspieren

Maria had verteld dat ze zich heel goed kleuren voor de geest kon halen Een kleurengeheugen Hoe ver zou die herinnering terug gaan? Wat was de eerste kleur?

Ik stond op en loste op in de Catalaanse nacht, die nog het nodige voor mij in petto bleek te hebben

Geef een reactie

Laatste reacties (5)