8.521
116

Communicatieadviseur, filosoof

Harrie van Rooij (1970) studeerde filosofie en bedrijfscommunicatie. Hij is communicatieadviseur, beleidsmedewerker en publicist. Geliefde thema's zijn overheidscommunicatie, publieke discoursen, irrationeel gedrag en mensbeelden. Onlangs verscheen zijn boek Stop met communiceren! Waarom communicatie meestal niet werkt en hoe je daar verandering in brengt.

Niet de kinderen, de volwassenen zijn gehecht aan Zwarte Piet

De zes retorische strategieën achter 'het is een kinderfeest'

Het is juli en de zwartenpietendiscussie is geopend. Er is heel wat druk op de zwarte knecht gekomen. Tegelijk lijkt er een emotionele meerderheid te bestaan die niets van veranderingen aan de pietentraditie wil weten. Als je het gezellig wilt houden, kun je beter niet te veel sympathie tonen voor pleidooien voor de afschaffing of transformatie van Piet.

Kabinetsleden zoals vice-premier Asscher nemen een neutraal standpunt in. Of toch niet? Asscher benadrukte verschillende keren dat het hier om een ‘kinderfeest’ gaat. Toen ik discussies in kranten en blogs nog eens doorbladerde viel me op dat kinderfeest een sleutelbegrip is in retorische strategieën om Zwarte Piet te verdedigen.

Kinderfeest is een frame geworden: wie het woord gebruikt, neemt de bijbehorende argumenten ongemerkt mee. Wat zijn dat voor argumenten, die in de voering van dit onschuldig ogende begrip worden meegenomen? Ik bespreek er hieronder zes. De belangrijkste conclusie verklap ik alvast: niet de kinderen, maar de volwassenen zijn gehecht aan Zwarte Piet.

1.    Het is een feest voor kinderen (dus waar doen we zo serieus over?)
Dit is maar ten dele waar. Sinterklaas is een feest dat volwassen organiseren om er voor hun kinderen iets moois van te maken. Maar waar ze vooral zelf volop aan meedoen. Ik ken heel wat volwassenen zonder jonge kinderen die lange avonden besteden aan het maken van surprises, en die zich een slag in de rondte kopen aan chocoladeletters en marsepeinen Pieten. Lang na kinderbedtijd verschijnt de Sint met zijn pieten nog in de show van Paul de Leeuw. En op je werk krijg je van je baas ieder jaar een sinterklaasgedicht. Het feest is alom aanwezig. Loop in de maand november maar eens door een winkelstraat. Als dat een kinderfeestje is, wil ik wel eens een volwassen feest meemaken.

2.    Het is kinderachtig om hier een punt van te maken
Dit is een veelgehoord argument. Waar hebben we het nu eigenlijk over? Zijn er geen echte problemen in dit land? Dit argument is buitengewoon krachtig omdat het de tegenstander neerzet als een kleinzielig zeurpiet met veel te lange tenen. Get a life. Bovendien kun je jezelf laten zien als iemand die voornamere onderwerpen heeft om over te praten. (Het WK-voetbal bijvoorbeeld).

Is het inderdaad een triviaal onderwerp? Dat is maar de vraag. Het afgelopen sinterklaasseizoen bracht een stroom van verhalen op gang van bruine Nederlanders die Zwarte Piet van jongs af aan als ongemakkelijk of kwetsend hebben ervaren. De internationale verwondering en kritiek was al veel langer bekend, maar kwam via een VN-commissie voor het eerst snoeihard door.

Het populairste verweer tegen zulke kritiek dat ik in de discussies terugvond, kwam neer op een omkering van het argument. Wij Nederlanders zijn natuurlijk niet racistisch. (Is een vis bang voor water? Duh.) En dus kan Zwarte Piet niet racistisch zijn. Wie iets tegenover het argument van ‘lekker belangrijk’ wil stellen, kan de redering weer terugdraaien. Als je je tolerantie graag ziet als een van de onderscheidende kenmerken van de Nederlandse geschiedenis, dan zouden aantijgingen van racisme en uitsluiting dus hard moeten aankomen…

Eenvoudiger is het om aan te geven dat wegwuiven een ongepaste reactie is als je op iemands tenen gaat staan. Sorry zeggen en voortaan beter opletten, is in ieder geval sympathieker dan emoties onterecht en overdreven noemen.

3.    Het is héél erg voor kinderen als Zwarte Piet verdwijnt
Hier is allereerst een klassieke drogreden in het spel, namelijk de redering ad consequentiam. Je zegt eenvoudigweg dat de consequenties van een argument zó ingrijpend zijn, dat we het argument hierdoor moeten afwijzen. Maar ho eens. Als de gevolgen van een bewering, bijvoorbeeld dat een traditie niet langer houdbaar is, vervelend zijn, betekent dat nog niet dat de bewering niet klopt.

Belangrijkere vraag is of het inderdaad zo vreselijk is voor kinderen als Piet teruggaat naar de tekentafel? Laten we  voor de duidelijkheid eerst onderstrepen dat het inderdaad verdrietig zou zijn als kinderen het Sinterklaasfeest zouden moeten missen. Maar daarover is helemaal geen discussie. De vraag is: verliest het feest met het afschminken van het zwarte gelaat van Piet zijn glans?

Om die vraag te beantwoorden helpt het om verschillende groepen kinderen voor je te zien. Een eerste groep is te jong om in Sint of Piet te geloven. Deze vrolijke dreumessen zullen een doorontwikkeling van Piet probleemloos aanvaarden. Een tweede groep gelooft helemaal niet meer in het duo. Voor deze groep is sinterklaas gewoon een leuk feest met kadootjes, snoep en surprises. Ik schat dat een verandering voor deze tieners makkelijker went dan voor volwassenen, omdat ze nog geen twintig nostalgiejaren hebben opgebouwd.

De uitdaging zit in de relatief kleine groep die voluit in de Sint gelooft. Dat is een periode die een jaar of drie duurt. Ik geef toe dat de samenleving hier risico’s loopt. Hoe voorkomen we dat deze groep over twintig jaar massaal in therapie moet omdat tijdens hun meest kwetsbare jaren Zwarte Piet van zijn identiteit werd beroofd? Het goede nieuws is dat de meeste kinderen buitengewoon buigzaam omgaan met verhalen over sint en piet. Ik heb eens gezien hoe iemand ter plekke tot Zwarte Piet werd geschminkt en vervolgens door kinderen volledig voor authentiek werd gehouden. Met een beetje begeleiding en wat geleidelijkheid kan een aanpassing ook voor deze groep meevallen, bedoel ik maar. 

4.    Het feest is zelf een kind
Dit gevoel wordt sterker naarmate het feest meer bedreigd wordt. Zeker als uitheemse krachten, zoals de Verenigde Naties, zich ermee gaan bemoeien. Het sinterklaasfeest is in al zijn kinderlijke onschuld kwetsbaar en weerloos tegen de destructieve, uitheemse krachten die het bedreigen.

Van je kind zie je de nare trekjes niet, dus kritiek is per definitie taboe. In deze argumentatielijn speelt het argument van de Zeer Oude Traditie een hoofdrol. Hoe kan iets worden afgenomen dat al zo lang bij ons is? Zwarte Piet dreigt het kind van de rekening te worden. Dat laten we dus niet gebeuren. Het is een malle Piet, maar het is wel ónze Piet.

Hier is opnieuw de redering ad consequentiam actief. Nogmaals: als de uitkomst onaangenaam is, wil dat nog niet zegen dat het argument geen hout snijdt. Ook als Zwarte Piet heel wat jaren probleemloos paste in een traditie, wil dat niet zeggen dat dit vandaag en morgen nog zo moet zijn.

5.    Het is een toverwereld, niet de echte wereld
Dit argument wordt dikwijls gebruikt om te redden wat er te redden valt. De redenering loopt als volgt: Het is allemaal een vergissing. Piet is geen zwarte man, het is een witte man die zwart ziet van de roet van de schoorsteen. Of anders een elfachtige sprookjesfiguur, die niets van doen heeft met Afrikanen of Surinamers.

Dit is een moeizaam argument omdat het bedoelingen en historische feiten als grond neemt. Het is echter in belangrijke mate irrelevant hoe het allemaal echt zit of bedoeld is. Niet hoe het is bedoeld telt, maar hoe het overkomt. En wees eerlijk: Zwarte Piet heeft nogal onhandig uitgekozen eigenschappen. Als je nu een nieuw sprookjesfiguur zou bedenken, zou je geen ongelukkigere reeks van betekenissen en connotaties kunnen verzinnen: de kleur zwart in combinatie met malle dommigheid, de gedienstigheid aan een witte gezagsdrager…(Er zou vermoedelijk meteen een aanklacht tegen je worden ingediend).

6.    Surinaamse kinderen malen er niet om!
Dit argument is een vervolg op het argument van ‘waar hebben we het over!’ Er zijn genoeg Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders die met veel plezier het sinterklaasfeest vieren, met Zwarte Pieten en alles. Het probleem wordt ze aangepraat! Over dit argument kunnen we kort zijn. Het is een combinatie van de argumenten hiervoor: door te zoeken naar tegenvoorbeelden, bewijs je dat de gekwetste gevoelens niet kloppen. En dus hoef je er geen begrip voor te hebben. Maar tegenvoorbeelden bewijzen hier niets. Het is net zoiets als een dokter die zegt dat uw zoontje geen mazelen kan hebben omdat er klasgenootjes zijn die het ook niet hebben. Bovendien werkt dit argument tegen je. Als je immers bereid bent gretig te luisteren naar verhalen van Surinamers die geen problemen ervaren, dan mag je ook luisteren naar die andere verhalen.

Harrie van Rooij is communicatieadviseur en filosoof.
Onlangs verscheen zijn boek Stop met communiceren! Waarom communicatie meestal niet werkt en hoe je daar verandering in brengt.


Laatste publicatie van HarrievanRooij

  • Stop met communiceren!

    Waarom communicatie meestal mislukt en hoe je daar verandering in brengt


Geef een reactie

Laatste reacties (116)