4.161
81

Creatief ondernemer

Ingelise de Jongste is creatief ondernemer.

Ze studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam met een specialisatie in vrouwen en politieke propagandafilms en deed een toneelopleiding in de Verenigde Staten.

Ze woonde in Frankrijk en Amerika en werkte onder andere in communicatie, als programmamaker en redacteur voor uiteenlopende organisaties en omroepen.

Tegenwoordig is ze mede-eigenaar van reclame ontwerp- en adviesbureau DG Graphic Design (www.dggraphicdesign.nl) en ze werkt daarnaast als (trainings)acteur (www.ingelise.nl). Ook is ze bestuurslid van het Johan Ferrier Fonds (www.johanferrierfonds.nl).

Niet elke kwestie verdient een voor en tegen

Vervang bij wijze van hersengymnastiek ‘racismedebat’ eens door ‘antisemitismedebat’

Het is een grote misvatting dat je bij debat altijd voor- en tegenstanders nodig hebt. Voor radio- en televisiedebatten is dat wel vaak het format. We zien gasten die op de uitersten van het spectrum zitten, met standpunten waaraan ze onwrikbaar vasthouden. Thema’s worden teruggebracht tot overzichtelijk voor/tegen zodat kijkers en luisteraars makkelijk kant kunnen kiezen. Sommige onderwerpen lenen zich hier echter totaal niet voor.

debat
cc-foto: pxfuel

Homoseksualiteit bijvoorbeeld is geen voor/tegen-kwestie. Dat was natuurlijk ooit anders want het duurde even voordat homoseksualiteit als gewoon erkend werd. Pas in de jaren tachtig werd met feiten weerlegd wat biologen voor die tijd zeiden, namelijk dat homoseksualiteit in de natuur niet voorkwam (tegenwoordig heeft Artis talloze LHBTI-stellen) en in 1973 ging homoseksualiteit pas af van de lijst met psychische stoornissen. Nu is er hier echter nauwelijks discussie meer over het bestaan ervan. Homoseksualiteit is een gegeven en tegen zijn is achterhaald en zinloos. Voor of tegen vrouwenrechten is ook een gepasseerd station. Vrouwenrechten zijn mensenrechten schrijft de VN. Uiteraard moet er nog heel veel veranderen en ontberen veel vrouwen over de hele wereld allerlei essentiële rechten, maar een debat over of vrouwen rechten moeten hebben, dat voeren we niet. Vrouwenkiesrecht of gelijke betaling voor gelijk werk is tegenwoordig geen voor/tegen-kwestie. Hóe we daar komen levert wel een potentieel interessant debat op. Stelling nemen voor/tegen antisemitisme? Het is ondenkbaar. Hetzelfde geldt voor racisme.

Een debat rondom seksisme, homofobie of racisme is vervolgens alleen boeiend, als de discussiepartners het eens zijn over de basis. Dat racisme bestaat, dat iets racistisch kan zijn al was het de intentie niet, dat racisme in velerlei alledaagse ‘kleine’ dingen zit, dat het structureel verankerd is, dat je het zelf niet hoeft te zien om te leren dat iets racistisch is, dat het belangrijk is te luisteren naar ervaringsdeskundigen en professionals. Anders is het als een debat over vrouwenkiesrecht: Zinloos.

Hoe een debat eruit ziet, wie er mee praten en waarover precies, is nu actueel: Op 12 juli staat er namelijk een anti-racismedebat gepland – door de NPO in publiciteit overigens niet anti-racisme maar racismedebat genoemd – met als stelling “Het huidige racismedebat drijft Nederland uit elkaar”. Eigenlijk staat daar dus expliciet dat het debat niet gaat over racisme, ondanks de naam van het debat, maar over het debat over racisme. Het debat gaat over het debat.

Dat thema zou inhoudelijk boeiend kunnen zijn mits alle deelnemers zelf met racisme te maken zouden hebben (deze discussie wordt overigens ook gevoerd op andere plekken), maar met wat we nu weten – over de debatleider (wit, man, niet onomstreden op dit thema) en op basis van cijfers over wie er het vaakst aan tafels meepraten (veel wit en veel man) – acht ik dat zeer onwaarschijnlijk. Kortom, we weten niet wie er uitgenodigd zijn, maar het ligt voor de hand dat over deze stelling ook mensen mee praten die niet zelf met racisme, alleen met het debat daarover, te maken hebben. Het lijkt er zelfs op dat de stelling uit die hoek voortgekomen is en dat zou betekenen dat de insteek van het debat primair degenen bedient die het debat het grootste issue vinden en niet het racisme. Hoe zonde is dat.

Het klinkt ook als een vorm van false equivalence, waarbij de stemmen van degenen die nu in Nederland het anti-racismedebat aanzwengelen voor de organisatoren van dit tv-debat even zwaar wegen als de stemmen van degenen die dat debat confronterend vinden. Alsof de aankaarters van onrecht binnen dit tv-debat een gelijke positie innemen als degenen die mogelijk aangesproken worden. Zoals de Britse Afua Hirsch zegt: Voor je het weet zit je als zwarte vrouw aan tafel weer racisme uit te leggen aan een wit iemand die bestrijdt dat dat racisme is. Het is niet voor niets dat zoveel mensen in een open brief aangegeven hebben niet aan dit debat mee te willen doen in deze vorm en met deze stelling.

Maar! Het is nog geen 12 juli en er is nog tijd. Organisatoren: neem de signalen en kritische noten serieus. Wijzig de stelling. Maak de namen van genodigden openbaar. Wijzig de naam van het debat*. Kies voor een andere moderator (Aldith Hunkar en/of Eva Jinek!). Zo kunnen we zien of dit debat wel degelijk kans biedt op vruchtbare gedachtewisseling – of dat wantrouwen gerechtvaardigd is.

*Vervang bij wijze van hersengymnastiek ‘racismedebat’ eens door ‘antisemitismedebat’.

Geef een reactie

Laatste reacties (81)