769
9

Europarlementariër PvdD

Anja Hazekamp (1968) is lid van het Europees Parlement voor de Partij voor de Dieren. Voorheen was zij Tweede Kamerlid en Statenlid in de provincie Groningen, beide voor de Partij voor de Dieren. Als bioloog deed Hazekamp onderzoek naar het welzijn van genetisch gemanipuleerde dieren bij de afdeling Dierproefvraagstukken van de Universiteit Utrecht. Daarna was ze achtereenvolgens als beleidsmedewerker werkzaam bij de Dierenbescherming, de Zeehondencrèche en stichting AAP.

Niet genoeg voor ieders hebzucht

Dieren worden nog te vaak slechts als object beschouwd dat altijd ondergeschikt is aan de belangen van de mens en voor al die belangen gebruikt mag worden

Het leven op aarde manifesteert zich in tal van vormen. Het aantal diersoorten bedraagt al meer dan een miljoen. Iedere levensvorm tracht zichzelf optimaal in stand te houden, ook als dat ten koste gaat van andere levensvormen. Alle levensvormen maken deel uit van het wereldwijde ecosysteem dat zich van oorsprong in een natuurlijk, dynamisch evenwicht bevindt. Het leven op aarde is daardoor geen vredig paradijs, maar een permanente strijd die bij alle betrokkenen leed veroorzaakt, tot aan de dood toe.

Door: Anja Hazekamp en Karen Soeters

De mens heeft echter de unieke mogelijkheid tot het maken van moreel ethische afwegingen, en is hierdoor in staat om met andere levensvormen in een harmonieuze omgang te verkeren, zonder schade te berokkenen. Respect voor de integriteit van alle levensvormen op aarde vormt de basis voor een meer vreedzame wijze waarop mensen met elkaar, met de dieren en met de natuur in het algemeen kunnen omgaan. Het geluk van de mens wordt mede bepaald door de harmonie met zijn  leefomgeving.

Belangen
Respect voor het leven is onder mensen onvoldoende ontwikkeld. De mens is in staat zijn eigen belangen ten koste van andere levensvormen intensiever en grootschaliger te behartigen dan welk ander levend wezen ook. Daardoor verdwijnen in hoog tempo natuurgebieden, sterven diersoorten uit, wordt het mondiale ecosysteem zwaar belast en ontwricht, en wordt zelfs het leven op aarde in haar voortbestaan bedreigd.
Het is moreel onacceptabel dat de mens de natuur zo intensief exploiteert dat hierdoor de leefomstandigheden op aarde dramatisch veranderen en de biotoop van de mens zelf en van andere levensvormen verslechtert, kleiner wordt of zelfs verdwijnt. Toekomstige generaties zullen met de gevolgen hiervan nog meer geconfronteerd worden dan de huidige generatie.

Het is daarom van groot belang dat de mens zichzelf ecologische beperkingen oplegt. Alleen al het verlies aan biodiversiteit wordt voor 30% veroorzaakt door de veehouderij. We zullen het gebruik van ruimte, grondstoffen, energie, planten en dieren drastisch moeten beperken. Recent onderzoek van de universiteit van Minnesota leert dat met het huidig landbouwareaal 11 miljard mensen gevoed zouden kunnen worden, wanneer we de akkerbouwgewassen niet meer omzetten in veevoer en biobrandstof.

Respect en mededogen in de omgang met dieren behoren een aparte doelstelling te vormen, ook uit (over)levensbelang voor de mens zelf. Wreedheden tegen door de mens gehouden dieren moeten worden voorkomen en jacht- en vismethoden die extreem, langdurig of onnodig lijden veroorzaken, dienen te worden verboden.

De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht.

Dieren moeten als zwakste bewoners van onze planeet niet alleen met respect behandeld worden, maar het zonder noodzaak doden van een dier en elke beslissing die hiertoe leidt, kan als een misdaad tegen het leven gekwalificeerd worden. Plezierjacht en de sportvisserij moeten om die reden afgewezen worden, dierproeven moeten vervangen worden door alternatieven zonder dieren.

Dieren worden nog te vaak slechts als object beschouwd dat altijd ondergeschikt is aan de belangen van de mens en voor al die belangen gebruikt mag worden. De exploitatie van dieren en van hun biotoop heeft, ook al vindt die op een duurzame wijze plaats, altijd onvermijdelijk negatieve gevolgen voor de dieren en eindigt meestal zelfs met hun dood.

Afweging
Bij iedere vorm van omgang met en gebruik van dieren moet daarom steeds een zorgvuldige afweging plaatsvinden tussen de zwaarte van de menselijke belangen en de gevolgen voor het dier. Naarmate het menselijk belang minder noodzakelijk is en de gevolgen voor de dieren schadelijker zijn, vermindert de morele rechtvaardiging om hun welzijn te schaden.

Het gebruik van dieren voor niet-vitale belangen van mensen kan met deze benadering worden teruggedrongen en uitgebannen. Natuurlijk geldt dat voor bontproductie, het circus, stierenvechten, hengelen en andere dieronvriendelijke vormen van vermaak met dieren. Godsdienstige en culturele tradities, die dieren in hun welzijn aantasten, moeten zich op dit punt vernieuwen. Tradities zijn immers geen onveranderlijke verschijnselen, maar kunnen zich in de loop der tijd aan de nieuwe opvattingen en morele normen van mensen aanpassen.

Ook bij het gebruik van proefdieren en van dieren voor menselijke consumptie dient steeds de ethische afweging van de verschillende belangen van mens en dier plaats te vinden. Hierbij moet ook de toepassing van alternatieven voor dierlijke producten de volle aandacht krijgen. De ontwikkeling en toepassing van deze alternatieven kan daarom ook als een ethische noodzaak voor de mensheid beschouwd worden.

Er is nog brede politieke steun voor de intensieve veehouderij. Een sector die in ons kleine land zorgt voor een mestproductie van 70 miljard kilo per jaar, grootscheepse fraude in de vleesverwerking en een ten hemelschreiende omgang met dieren- en mensenbelangen, zoals recent weer bleek uit de rapportage van de Raad voor de Veiligheid. Een sector die in Europa zorgt voor soms dagenlange veetransporten, waarbij dieren heel Europa worden doorgesleept (en verder).

Een zorgvuldige, liefdevolle omgang met de natuur en de dieren houdt tenslotte ook in dat aan mensen respect voor hun lichamelijke en mentale integriteit in de ruimste zin des woords wordt betoond. Daarom moet de politiek voorwaarden creëren waaronder de mens in vrijheid en zonder onderdrukking en geweld kan leven en zich kan ontwikkelen. Hierbij dient de mens wel rekening te houden met zijn medeschepselen. Zijn vrijheid houdt op waar die van de ander in het gedrang komt.

Helaas is daar te weinig oog voor, waardoor de aarde zucht onder tal van crises. Variërend van bankencrises tot monetaire crises, van wereldvoedselcrisis tot biodiversiteitscrisis, van grondstofcrisis tot klimaatcrisis.

Die crises zullen in samenhang moeten worden opgelost. Letterlijk als keerpunt moeten worden aangewend.

Helaas wordt de oplossing van deze crises in Europa gefrustreerd. In de eerste plaats omdat de basis van de Europese Unie, het Verdrag van Lissabon, gericht is op groei en niet oplossen van de problemen die waar de planeet mee te kampen heeft. Voor het Europese landbouwbeleid is productieverhoging zelfs een expliciete voorwaarde, evenals stabilisatie van de markt. Hierbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat oneindige groei op een eindige planeet niet mogelijk is en dat de markt door 363.000.000.000 euro landbouwsubsidies juist ernstig wordt verstoord. Daarnaast wordt de morele afweging voor onze omgang met dieren belemmert door de uitzondering die het verdrag van Lissabon maakt voor godsdienstige riten, culturele tradities en regionaal erfgoed. Hierdoor is het uitbannen van extreme wreedheden met dieren onmogelijk, wanneer deze onder de uitzondering van tradities en religie vallen.

Als het fundament niet goed is, dan is het onverstandig om het Europese huis verder uit te bouwen. Een grondige hervorming van het Verdrag van Lissabon is onontkoombaar als we de crises waar we momenteel mee te maken hebben willen oplossen. De mensgerichte politieke massa de blijft echter een haast blind vertrouwen hebben in het fundament, en de maatregelen tegen de crises bestaan uit slappe compromissen.

Politiek draait om idealen, meer dan om akkoorden en compromissen. In dat opzicht neemt de Partij voor de Dieren een unieke positie in door als eerste politieke partij ter wereld niet de kortetermijn mensenbelangen centraal te stellen, maar het algemeen belang van alle bewoners van onze planeet.

Zeven op de tien Nederlandse kiezers overweegt thuis te blijven op 22 mei. Veelal uit frustratie over de wijze waarop de politiek is omgegaan met de uitkomsten van het grondwetsreferendum uit 2005, toen een ruime meerderheid aangaf geen Europese grondwet te willen. Hij kwam er toch, vermomd als het Verdrag van Lissabon.

De EU staat nu voor nieuwe grote stappen, zoals een bankenunie, een Europese regering, Europese belastingen, een Europees leger, kortom alles wat Nederlandse kiezers eigenlijk niet willen. Thuisblijven of een blanco stem zal door de Nederlandse en Europese politici worden uitgelegd als een carte blanche, waarmee de EU trein ongehinderd kan voortdenderen. Om die reden is stemmen op 22 mei belangrijker dan ooit.

De auteurs zijn voor de Partij voor de Dieren respectievelijk lijsstrekker voor de Europese verkiezingen en directeur van het Wetenschappelijk Instituut, de Nicolaas G. Pierson Foundation.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)