2.355
96

Voorzitter ROOD, jong in de SP

Leon Botter (1985) is voorzitter van ROOD, jong in de SP. Sinds 2006 is hij lid van de partij en haar jongerenorganisatie. In 2007 leidde hij anderhalf jaar de lokale ROOD-groep in Groningen. In Groningen voerde hij met de SP-jongeren o.a. succesvol actie tegen huisjesmelkers, voor het oplossen van de woningnood en tegen topsalarissen van universiteitsbestuurders. Vanaf 2008 is Botter algemeen bestuurlid van de landelijke vereniging en sinds het najaar van 2009 voorzitter. Hij studeerde neuropsychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen (afgestudeerd in 2007) en werkt tegenwoordig als psycholoog in een GGZ-instelling voor verslaving en psychiatrie in Rotterdam.

Niet mijn kapitalisme, vriend

De Occupybeweging heeft al één ding bereikt dat 10 jaar geleden nog ondenkbaar was: het kapitalisme staat ter discussie

Het kapitalisme is onze beste vriend. Dat beweert Willem Schramade in de NRC.next van 26 oktober. Misschien dat het een vriend voor je is als je bij Robeco werkt, maar voor de meeste mensen is het een vijand. De analyse van deze hoogleraar en beleggingsadviseur is een reactie op de Occupy-beweging die te voorspellen was. Het wordt tijd voor een serieuze evaluatie van ons economisch systeem. Zonder makkelijke retoriek.

Schramade’s voornaamste argument ter verdediging van het kapitalisme is de enorme welvaart die het ons zou hebben opgeleverd. Een verschrikkelijk slecht argument. Ironisch genoeg hetzelfde argument dat stalinisten in Rusland gebruikten om het communisme te rechtvaardigen. Noam Chomsky – volgens de NY Times de meest invloedrijke intellectueel – legde het een student in een college mooi uit: “voor de afschaffing van de slavernij hadden zwarten in Amerika het economisch beter dan na de afschaffing. Is daarmee slavernij gerechtvaardigd?” Inderdaad, het succes van een systeem kun je niet aan de totale welvaart alleen afmeten. De mate van beschaving, het democratisch gehalte en de verdeling van de welvaart zijn minstens zo belangrijk.

Dat kapitalisme per se verantwoordelijk is voor onze welvaart is nog maar de vraag. De opbouw van kapitaal vanaf de industriële revolutie heeft zeker tot economische groei geleid, maar daarmee waren we er nog niet. Steeds meer economen ontdekken dat juist een sterk systeem van sociale zekerheid economische voorspoed brengt. Niet zo gek, werknemers zijn bijvoorbeeld productiever als ze niet ieder moment door hun baas kunnen worden ontslagen. Innovatie wordt vooral mogelijk gemaakt door een toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig onderwijssysteem. Het zijn juist de landen waar het kapitalisme flink beteugeld wordt, zoals de Scandinavische landen, die het economisch goed doen én waar mensen het gelukkigst zijn.

Frappant genoeg mogen we van Schramade wel onze welvaart toeschrijven aan het kapitalisme, maar niet de bonuscultuur en de financiële crises. Dat ligt dan weer aan bepaalde individuen. In het moderne kapitalisme zijn aandeelhoudersmacht en het behalen van hoge kortetermijnwinsten verheven tot de hoogste doelen. Dan is het niet meer dan logisch dat individuen torenhoge risico’s nemen voor een dikke bonus en de snelle winst. Winst is nou eenmaal noodzakelijk voor bedrijven om te overleven en daarom belangrijker dan mens en milieu.

Waar Schramade zijn tegenstanders van populisme beticht, doet hij zelf een aardige duit in het zakje. Het communisme moet er met de haren bijgesleept worden. Dat communisme heeft inderdaad keihard gefaald, maar wat zegt dat over het kapitalisme? Helemaal niets. Hij probeert de aloude McCarthy-kaart te spelen. Er zijn maar twee smaken, je steunt het kapitalisme of ben je een commie.
Alternatieven voor het kapitalisme zonder een centraalgestuurde economie zijn er wel degelijk. Zoals een vrije, maar democratisch gestuurde economie. Bijvoorbeeld door niet het principe one dollar one vote in bedrijven te huldigen, maar one man one vote. Werknemers hebben vaak veel meer op met de langetermijnbelangen van bedrijven dan aandeelhouders. Kortom, een systeem waarin niet kortetermijnwinsten van de minderheid voorop staan, maar langetermijnwinsten van iedereen.

Een blauwdruk voor een alternatief voor kapitalisme is er niet en dat is maar goed ook. De geschiedenis leert ons dat rigide uitgevoerde utopieën snel veranderen in dystopieën. Het zou al een revolutionaire verandering zijn als er op een democratische wijze serieus over alternatieven wordt nagedacht. Ik heb voldoende vertrouwen in de creativiteit en innovativiteit van de moderne mens om een andere wereld te vorm te geven. Je kan kritiek hebben op de Occupybeweging omdat ze geen uitgedacht programma hebben. Je kan zeggen dat ze niets zullen bereiken. Maar ze hebben al één ding bereikt dat 10 jaar geleden nog ondenkbaar was: het kapitalisme staat ter discussie.

Geef een reactie

Laatste reacties (96)