1.369
64

Programmeur Paradiso

Serdar Manavoglu (33) is geboren en getogen in Amsterdam. Studeerde Politicologie en Internationale betrekkingen aan de UvA en werkte daarna als beleidsmedewerker aan de UvA. Daarna ging hij werken bij de Gemeente Amsterdam en was daar o.a. Adviseur bij de Aanpak van Huiselijk- en Eergerelateerd Geweld. Sinds 2007 Werkt hij als Programmeur bij de Paradiso in Amsterdam en houdt zich daar als zakelijk leider en artistiek leider van Stichting Pera o.a. bezig met producties op het gebied van moderne dans, muziek en audiovisueel kunst uit Istanbul en Amsterdam. Het kunst en dans evenement Pink Istanbul is een van zijn projecten'.

Niets nieuws onder Turken

Ik constateer al wat langer een soort van niet gezonde romantisering van Turkije en Turken onder Turkse jongeren.

En ineens was er die ingezonden brief. Het zou slecht gaan met Turks-Nederlandse jongeren. Een bijzonder zorgwekkende toestand zou het zijn want Turkse jongeren zouden problemen hebben met arbeidsparticipatie, schooluitval, psychische gezondheid en huiselijk geweld. Bovenal zouden zij het gevoel hebben tweederangs burgers te zijn en in rap tempo de binding met Nederland te verliezen. Dat schreven tien bezorgde Turks-Nederlandse professionals in een open brief aan de Volkskrant.

De vraag is echter, wat stellen zij voor en komen zij wel met een oplossing voor het probleem dat zij constateren? Of is het alleen een waarschuwing voor een mogelijke trend? Is de situatie van Turkse jongeren nu zo anders dan 10 jaar geleden? Is dat onderzocht en vergeleken? Zijn er cijfers? Of is het geheel gebaseerd op de mogelijk toegenomen zichtbaarheid van de schrijnende gevallen (door internet en sociale media waar mensen vandaag de dag ook sneller en meer op lijken te delen? En hoe zat dat toch met huiselijk geweld? Oh ja, ook al 15 jaar bekend. Maar daardoor niet minder belangrijk. Maar goed, blijft de vraag: what’s new binnen Turks-Nederland?

Liever homo
Het eerste wat ik dacht toen ik de ingezonden brief las was, what’s new? Ik herinner mij het destijds veelbesproken artikel in het Parool van 5 jaar geleden waarin de Turkse Nederlander Hakan Kuyucu zegt; ‘Liever Homo in Turkije dan Turk in Nederland’ met een verwijzing naar de verharding in het land en het gevoel niet geaccepteerd en of gewaardeerd te worden in Nederland. Ook moest ik denken aan mijn eigen ingezonden artikel in het NRC uit 2003 getiteld; ‘Mijn beste vriend gaat terug naar Turkije’.

Het leek er op dat hij een van de eerste hoger opgeleide Turken zou worden die volgens trendwatchers ervoor koos zijn toekomst in Turkije in te richten omdat het daar beter zou zijn en er meer kansen voor hem waren in tegenstelling tot in Nederland waar hij niet geaccepteerd zou worden. En nog een artikel uit 2005, geschreven door de Turks Nederlandse journalist Erdal Balci met de titel ‘liever terug naar Turkije’ met dito strekking.

Al denkend kwam ik op een hele rits aan voorbeelden waarin de nu besproken ontwikkelingen al sinds 2003 om de zoveel tijd naar voren komen. Dus wat dat betreft nogmaals de vraag What’s New? Het is toch niet meer dan logisch dat sommigen ervoor kiezen om hun toekomst in een G20-land (zoals Turkije) in te richten? Nederland hoort niet meer in het rijtje van landen met economische kansen voor iedereen. Deels door de staat van ontwikkeling of de sterke concurrentie, maar deels ook door sociaal-politieke factoren. Dus als jij gelukkiger denkt te worden in Turkije, met alle kansen en mogelijkheden die het land te bieden heeft omdat het bijvoorbeeld in vergelijking met Nederland van redelijk ver moet komen, dan ga je er toch gewoon voor?

Toekomst
Dit heet nou keuzevrijheid om je toekomst in te richten zoals je dat zelf wil. Er zijn jaarlijks zat Nederlanders die naar andere (lees rijkere, leukere, spannendere) landen verhuizen, waar ze niet eens een culturele binding mee hebben. Is dat zorgwekkend of is dat logisch? Je pakt je kansen daar waar je ze ziet. En al helemaal als het een land is waarvan je de mores denkt te kennen, de taal al redelijk denkt te spreken en in ieder geval het weer wat vaker meezit. En dan nog, de cijfers wijzen keer op keer uit dat het wel meevalt. Heel veel Turken zeggen wel dat ze er aan denken (en dat is dus ook logisch)  maar het overgrote deel doet het vooralsnog niet. De cijfers van het CBS zijn duidelijk. Gemiddeld genomen niet meer dan 1300 mensen per jaar (r)emigreren naar Turkije. Dus, what’s new nogmaals. Op dit punt vrij weinig. Maar waarom dan zoveel Turkse jongeren die dit uberhaupt zeggen of overwegen? Dat lijkt me zinvol om te onderzoeken. Maar dan ook echt onderzoeken.

Wat zijn de redenen voor veel Turkse jongeren om steeds vaker na te denken over een toekomst in Turkije en de consequenties en of gevolgen daarvan voor Nederland, als die er al zijn. En bovenal, wat zijn dan de mogelijke oplossingen?

Laten we de ingezonden brief puntsgewijs behandelen. Het eerste wat naar voren komt zou het gebrek zijn aan rolmodellen en vertegenwoordiging in de Nederlandse politiek, in de media en in het bestuur. Hoe zit het dan met bijvoorbeeld Nebahat Albayrak en Fatma Koser Kaya en alle voorbeelden uit de regionale politiek? Hoe zit het met Turkse columnisten als Funda Mujde, Erdal Balci, Nazmiye Oral en Turkse publicisten, film en documentairemakers als Mehmet Ulger, Meral Uslu, Ozkaya en de Turkse verslaggeefster Gulden Ilmaz (toegegeven, AT5 is geen landelijke zender).

Goed
Nee, Deze figuren zijn er en ze zijn goed in wat ze doen. Ik heb nooit het idee gehad dat men politici en bestuurders van Turkse afkomt miste in Nederland. Die zijn er wel. Of deze politici volgens (Turkse) Nederlanders voldoen aan de verwachting van de (Turkse) bevolking aan de ene kant (denk aan het geforceerde kleurbekennen van Turkse politici binnen de verschillende partijen inzake de Armeense kwestie) en of deze politici worden gewaardeerd door de Nederlandse samenleving aan de andere kant (denk aan de recente loyaliteits discussies van het gedoogkabinet) is een andere vraag. Het probleem zit hem ergens anders in namelijk, wat je ook doet, hoe succesvol je ook bent als Turkse Nederlander, je bent en blijft een manifestatie van je culturele identiteit.

Hoe divers die culturele groep dan ook moge zijn. Al ben je dus staatssecretaris, militair of onderzoeker. Je bent een niet-Nederlander of je bent een Turk. Het is niet genoeg dat je hier geboren bent, de Nederlandse paspoort hebt, je leven in dit land opbouwt en ook steeds vaker hier doodgaat. En voor menig Turk is het ook niet zo dat je Nederlander bent of wordt. Je kan hoogstens als een Nederlander denken in sommige situaties, en dan val je soms  buiten de groep. Dit lijkt een belangrijkere trend te zijn dan het gebrek aan voorbeelden. Niet zozeer het aantal voorbeelden, maar de geaccepteerde en gewaardeerde diversiteit binnen die voorbeelden laat te wensen over. De Turks Nederlandse individu lijkt bijna niet te bestaan, en daarmee ook de ruimte en erkenning voor zijn of haar individuele keuzes niet.  Of je wordt gezien als Turk, of niet. Voor Turkse Nederlanders werkt dit zo, maar evenzo voor de autochtone Nederlanders.

Vangnet
En nu pleiten de 10 zoals ik ze voor het gemak even zal noemen voor een versterking van Turkse zelforganisaties met als dat nodig is ook een categorale benadering. Deze zou in het verleden gediend hebben als sociale vangnet voor leden van de eigen groep en is door stopzetting van subsidies of simpelweg falend bestuur binnen eigen kring zijn verzwakt. En mijns inziens zijn verworden tot linkse of rechtse koffiehuizen waarin alles over Turkije wordt gevolgd en Turkse thee wordt gedronken en incidenteel jongeren worden binnengehaald met het aanbod van cursussen Turkse volksdans of erger nog, bijna traditioneel te noemen quasi wetenschappelijke lezingenreeksen over het glorieuze Ottomaanse rijk. Hang hier en daar een tapijt op en je hebt een eigen club.

Inderdaad, voor sommige mensen van groot sociaal belang, maar hierin schuilt ook het gevaar dat de verwachting van de groep en ‘het politiek/ideologische en of religieuze aanbod uit Turkije’ juist weer ervoor zorgt dat de individuele ontwikkeling en visie weer tegenover de collectieve verwachting komt te staan. Zelforganisaties zijn prima en voldoen aan een bepaalde behoefte van invulling van de ontegensprekelijke bi-culturele identiteit van de 2e en 3e generatie jongeren. Maar een pre-fab ingerichte culturele en politieke identiteit, overgestraald en of ingestraald uit het internationaal en ook door Nederland zogenaamd ondergewaardeerde Turkije, is iets anders dan een sfeer creëren waarin jongeren kunnen kiezen uit verschillen, standpunten, visie, laat staan elkaars verschillen daarin leren te accepteren en daarbij weerbaar worden.

Verschillen
Dit kan alleen als de Turks Nederlandse gemeenschap zelf ruimtes creëert waarin die verschillen de ruimte krijgen en waarin nieuwe ideeën en afwijkende meningen juist worden aangemoedigd in plaats van aan de deur geselecteerd door het wel of niet delen van bepaalde emotionele of ideologische overeenkomsten. De Nederlandse overheid zou er dan ook meer werk van moeten maken juist die organisaties te steunen die er wel duidelijk voor kiezen diversiteit, vernieuwing en kritische en of creatieve ontwikkeling van het individu te stimuleren. Turks volksdansen ok, maar waarom niet met cursussen moderne dans erbij of waarom niet binnen het algemene muziek en dansschool aanbod? Lezingen over het Ottomaanse rijk door gerenommeerde Turkse historici ok, maar waarom niet als onderdeel van het universitaire aanbod?

En waarom zijn Turken (maar ook Marokkanen, en andere groepen)  toch alleen maar nieuws als het gaat om slecht nieuws? Er is toch ook iets goeds te melden, denk alleen al aan het Elsevier artikel waaruit blijkt dat Turken de meest ondernemende groep zijn in Nederland, of de cijfers van het CBS waaruit een toename van 40% blijkt in de instroom van Turken naar het VWO. De vraag ernaar is er al. Nu moeten we ervoor zorgen dat het ook binnen een sfeer van diversiteitsdenken wordt opgepakt en wordt gedeeld met meer mensen. Nu moeten Turken alleen binnen de eigen groep op zoek, met dus het gevaar dat het collectief bepaald wat het individu krijgt, denkt, doet, zingt, danst en gelooft.

Romantisering
Ik constateer ook al wat langer een soort van (mijn inziens) niet gezonde romantisering van Turkije en Turken onder Turkse jongeren. En dat uit zich de laatste tijd in een combinatie van het aloude Turkse rare nationalisme (van trots en eer) en tegelijk steeds meer een afwijzen van wat als tegenhanger daarvan wordt gezien; het Westen, Europa, Amerika etc. Daaraan gerelateerd zie ik inderdaad ook steeds meer (maar cijfers zijn er niet natuurlijk) een soort van herwaardering van de eigen collectieve culturele identiteit waar religie ook een rol in speelt. Net als onder sommige ontevreden autochtone Nederlnders (ook hier heb ik geen cijfers voor natuurlijk).

In het geval van Turkse jongeren lijkt dit zich bijvoorbeeld opeens te uiten in een soort van nieuwe verbondenheid met Palestijnen (begon met Turkse trots in Davos) gekoppeld aan een beeld van een sterker Turkije die meepraat in de wereldpolitiek ondanks het gebrek aan waardering vanuit Nederland en de EU, die alleen maar lijken te wijzen op de tekortkomingen van Turkije.  Al met al, een naar binnen gerichtheid onder Turkse jongeren zie ik ook op basis van internetfora maar ook hier en daar in gesprekken met Turkse jongeren. De Turkse media en Turkse politici werken hier keihard aan mee, het idee van Turkije als ondergewaardeerd diamant.

Viering
Maar lang niet altijd en zeker niet overal is dit het geval.  Er zijn ook net zoveel voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Turkse jongeren die zich prima voelen in Nederland, die een ander standpunt hebben dan die van de Turkse regering inzake de EU of inzake de Palestijnse kwestie of over toestanden in Turkije die eigenlijk het daglicht niet kunnen verdragen. Turkse jongeren die kiezen voor het bestuderen van de Nederlandse politiek, een studio openen voor mannenverzorging, een rock bandje beginnen of kiezen voor een dance feest met house en electro. Het is maar net waar je op wil letten en in welke kringen je verkeerd. Maar nogmaals, wat is er mis met een vrijdag avond Turkse pop-muziek  (of volksdansen) en house feesten na een college over de Ottomaanse geschiedenis binnen een studie Politicologie? Juist nu met de viering van 400 jaar betrekkingen tussen Nederland en Turkije? Waar gingen die precies over, weet u dat?

Wat heel goed zou zijn is als Turkse jongeren meer redenen en mogelijkheden zouden hebben om wellicht selectiever te kunnen zijn, kritischer of creatiever of zelfs vernieuwender te zijn in plaats van teruggrijpen naar alleen oude tradities, waarheden en gebruiken. Gevoel van eigenwaarde en trots ontlenen zij vooralsnog alleen maar in eigen (gewaardeerde) kring aan een vaak verondersteld en gekoesterde kijk op het romantische Turkije die niemand anders in Nederland met hen lijkt te (willen) delen. Hoe dat moet; tjah, met alleen inzetten op het zogenaamde gebrek aan rolmodellen (dan bevestig je weer het Turks zijn alleen) werkt dit echt niet. Je moet vernieuwing hebben, mensen die durven iets te creëren wat nieuw is, wat stof tot nadenken brengt of gewoon tof is. Je moet mensen elkaar laten ontmoeten.

Bi-cultureel
Verschillende mensen. Turken en Nederlanders, volksdansers en housers, liefhebbers van Ottomaanse en Nederlandse geschiedenis om het zo maar te zeggen. Maar vooral op plekken en in uitingen die herkenbaar en interessant zijn voor Turken en niet-Turken tegelijk. Dus niet een Turkse rolmodel alleen. Maar rolmodellen voor Turken en niet-Turken. Dat zou betekenen dat we beginnen te delen met elkaar en dat we ons opnieuw verhouden tot elkaar. De biculturele identiteit is een gegeven. Je kan een bi-culturele Nederlander zijn. Dat hebben veel Turkse jongeren en ook de Nederlandse samenleving nu veels te lang genegeerd. Discussies over paspoorten en loyaliteit, of het opdringen van religie als statische regelboekjes van mannetjes met veel te grote ego’s en veels te lange baarden zoals fundamentalisten en de PVV allebei doen, helpen hierbij allerminst! En dan ook zeker niet alleen in het geval van Turken.

Het zou goed zijn als de overheid meer verantwoordelijk neemt voor al haar burgers.

Meer Turkse, Nederlandse, Surinaamse, Indonesische Nederlanders op de buis, in de krant, op de radio, in de politiek, op de buhne, voor de klas, dat is waar, maar vooral ook met diversiteit in meningen, interesses en allerlei andere verschillen alstublieft. Blijkbaar gaat dat in Nederland niet vanzelf omdat we in Nederland voorbeelden al snel als manifestaties van een culturele achtergrond zien, en daarmee de hele groep denken te behappen. Dit kan de overheid niet alleen. Maar zij kan er wel mee beginnen.

Dit artikel is mede geïnspireerd op (e-mail) discussies tussen mij en een aantal Turkse Nederlanders waarmee ik in een informeel netwerk zit.
Allen hierin zijn op de een of andere manier bezig met schrijven, een film of muziek maken, fotograferen, organiseren en uitwisselen.
Mijn dank gaat hierbij vooral uit naar Arzu Kokeng.

Geef een reactie

Laatste reacties (64)