420
5

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Nieuwe analyses en verse voorspellingen

De Statenverkiezingen komen eraan. Hoewel deze verkiezingen primair gaan over het Provinciebestuur, zijn er grote nationale belangen

De afgelopen maanden heb ik er met ongeveer iedere voorspelling naast gezeten. Ik dacht dat de PvdA de grootste partij zou worden, dat de PVV niet veel stemmen zou halen, dat het CDA een grote partij zou worden, dat er een middencoalitie van VVD, CDA en PvdA zou komen en dat Job Cohen het erg slecht zou doen bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Kortom: geloof me niet op mijn woord als het om de toekomst van Nederland gaat. Ook voor beleggingsadvies trouwens, kunt u beter bij een ander terecht.

Feit is dat de grootste uitdaging van de afgelopen verkiezingen, zoals gebruikelijk de nieuwe verkiezingen zijn. De Statenverkiezingen komen eraan, en dat wordt een fenomeen op zich. Hoewel deze verkiezingen primair gaan over het Provinciebestuur, zijn er grote nationale belangen: ze zijn een toetssteen voor de politieke verhoudingen van dat moment en de Staten kiezen de Eerste Kamer, waardoor bepaald wordt of de coalitie VVD-CDA-PVV ook in de eerste kamer een meerderheid zal behalen.

Door de verschillende inwonertallen van de Provincies en de omvang van de Staten, hebben in bepaalde Provincies de Statenleden veel méér stem-macht dan in andere. De strijd zal in bepaalde provincies dan ook heviger gevoerd moeten worden dan in andere. Opmerkelijk is, dat hoewel er geen landelijke lijst voor de provincies is, er landelijke “lijsttrekkers” gevonden zijn voor de politieke partijen, die het gezicht van de campagnes moeten worden om vervolgens zowel in de Provinciale als Senatorale vergetelheid te verdwijnen.

Ik neem daarom aan dat vooral het abstracte thema “wie krijgt het voor het zeggen in de Eerste Kamer” inzet zal worden voor de verkiezingen.

Maar dan: de komende Kamerverkiezingen. De grote vraag is natuurlijk wanneer die plaats zullen vinden. Ik gok zelf over een jaar of twee. Maar dat heeft te maken met hoe ik naar deze coalitie kijk.

De belangrijkste reden om op de PVV te stemmen, zo leren ons de verkiezingsonderzoeken, is niet de ontevredenheid met de Islam of de immigratie, maar de ontevredenheid met “De Politiek” die op de problemen die ermee samenhangen geen antwoord kan geven. De PVV is daarmee vooral een antisysteempartij, die vooral scoort bij groepen mensen die vroeger op het CDA stemden, in het zuiden.

De strategische meesterzet van de beste politicus van dit moment (Maxime Verhagen) is geweest deze PVV bij het systeem te betrekken: de belangrijkste reden om op de PVV te stemmen is daarmee opgeheven. De één-na-belangrijkste reden om niet meer op het CDA te stemmen (de katholieken hebben te weinig macht) is door het toetreden van Verhagen en Leers ook weg, zodat er alle reden is om aan te nemen dat zodra het CDA weer hoog staat in de peilingen, de stekker uit dit Kabinet getrokken wordt. Dat moet gebeuren op een moment dat de laatste verkiezingen lang genoeg geleden zijn, maar wel op een moment dat de volgende verkiezingen voldoende ver weg zijn om niet de laatste tijd te hoeven te overbruggen als prijsschiet-object.

Het alternatief is dat de PVV zich zal blijven manifesteren als een anti-systeempartij en bij tegenvallend resultaat de schuld op hun grote concurrenten VVD en CDA geschoven wordt, waardoor de PVV nóg verder zal groeien.

Maar goed: de verhoudingen in de kamer zijn een “zero sum game”: wat er bij de één af gaat, komt er bij de ander bij. Met andere woorden: na de komende verkiezingen zijn de huidige coalitiepartijen samen zo sterk als de oppositiepartijen zwak zijn. In dat kader is het te hopen dat de grootste oppositiepartij, de PvdA, snel weer een beetje op sterkte komt. Zonder wrijving ontstaat immers nooit glans, en met een stevige oppositie zal de coalitie nóg beter kunnen functioneren.

Het algemene gevoel was dat het optreden van Job Cohen “meeviel” bij de Algemene Beschouwingen (wat natuurlijk een beetje deemoedig klinkt), maar het met veel bombarie op twitter aangekondigde “Nationaal Woonakkoord” wordt zo slecht uitgevent, dat het denkelijk eenzelfde zachte dood zal sterven als het “Nationaal Democratie Akkoord” , dat eerder was uitgedokterd als Universeel Antwoord op Alles.

Als ik per ongeluk toch gelijk heb met mijn voorspelling dat er over een jaar of twee nieuwe verkiezingen komen, heeft de PvdA tot die tijd de tijd om uit dit diepe dal te klimmen. Daar kunnen ze vandaag al mee beginnen. Door nu eens twee of drie onderwerpen te nemen die er écht toe doen en daar een consequent een herkkenbaar standpunt over in te nemen. Door de politiek duaal in te gaan en de regering opdrachten te geven die gaan over waarden, niet over processen, en door meer politici overal een herkenbaar en politiek geluid te laten horen, in plaats van riedeltjes, stokpaardjes of non-issues.

Dit artikel is overgenomen van het weblog Baruch Blogt

Geef een reactie

Laatste reacties (5)