Laatste update 29 juni 2016, 17:10
1.391
28

VoorleesExpress-vrijwilliger

Nijntje in actie tegen achterstand

Kinderen met een taalachterstand die in de 6-8 weken zomervakantie vrijwel geen woord Nederlands (horen) spreken, gaan soms wel twee niveaus in taalontwikkeling achteruit.

Honderd meter buiten station Utrecht stond de trein stil. Twintig minuten later waren we terug op perron 20. Nu zaten we hutjemutje in de sprinter, want een intercity zou voorlopig niet rijden.
‘Vindt u het leuk als ik een verhaal vertel?’ vroeg ik, om de tijd te doden.
De dame tegenover me trok met haar schouders. ‘Ligt eraan waar het over gaat.’

Glimlachend stak ik van wal: ‘Vandaag was ik in het Centraal Museum. Ze hebben er een puike kunstcollectie en op de zolder onder de hanenbalken het originele atelier van Dick Bruna. Het museum zit in een oud klooster dat prachtig is verbouwd. In de kapel is de museumwinkel gemaakt. Daar verkopen ze entreekaartjes voor het Nijntje museum dat recht tegenover het Centraal Museum ligt. En allerlei handelswaar met Nijntje als trekpleister: boekjes, knuffels, ko-Nijntjes in alle kleuren en maten, slabbertjes, speelgoed… Je kunt het zo gek niet bedenken: overal Nijntjes.’

666757638

Het gezicht van mijn toehoorders werd zacht. Wie heeft er geen herinneringen aan de kinderboeken van Dick Bruna? Terwijl de sprinter stilhield bij een druilerig stationnetje in de polder, vervolgde ik: ‘Het toeval wil dat ik net Nijntje in de speeltuin had voorgelezen. Ik lees namelijk voor aan kinderen met een taalachterstand, voor de VoorleesExpress.’
De dame knikte. Ja, de VoorleesExpress, daar had ze wel eens over gehoord.
‘En wat lag er in de museumwinkel?’ vroeg ik mijn inmiddels geïnteresseerd luisterend publiek. ‘Nijntje in de speeltuin! Ik zag Nijntje op de schommel staan en ineens viel het kwartje.’

De echtgenoot van de dame keek me vragend aan. Ik haastte me te verduidelijken: ‘De meisjes aan wie ik voorlees, komen zelden buiten de deur. Hun ouders zijn arm en het hoort ook niet zo bij hun cultuur. Natuurlijk gaan die meisjes naar school. Maar een museum, de dierentuin, het strand, een dagje weg met de trein – dat zit er niet in. Dat is jammer voor die kinderen en een nadeel voor hun taalontwikkeling. Want wie nooit ergens komt, maakt niets mee. Die kent veel dingen niet. Die heeft geen idee hoe iets eruit ziet, wat je ermee kunt doen. En als je iets niet kent, kun je er ook niet over praten. Woorden blijven een abstractie, een half begrepen plaatje uit een boek. Dat maakt het leren van een taal, nieuwe woorden of het lezen van een boek een stuk moeilijker.’

De dame knikte. Daar kon ze zich iets bij voorstellen. ‘Bent u dan wel met ze naar de speeltuin geweest?’ vroeg ze belangstellend.
‘Niet toen we Nijntje in de speeltuin lazen,’antwoordde ik. ‘Een paar dagen later wel. We gingen voor het eerst naar de bibliotheek, want dat zit ook in het programma van de VoorleesExpress. Onderweg liepen we langs een speeltuin, de Schilderswijk zit er vol mee. De meisjes wilden er meteen naartoe. Je kon merken dat het voor hen de eerste keer in een speeltuin was. Andere kinderen rennen alle kanten op en beginnen gelijk te klauteren. Zij stonden er wat bedremmeld bij. De glijbaan kenden ze gelukkig van school. Dat ging al snel prima. Glijbaan op, glijbaan af. Gillend van plezier. Maar de schommel, daar wisten ze geen raad mee. De jongste van drie bleef op een afstand staan en keek toe hoe haar grote zus van zes op de schommel ging staan. Nog voor ik haar bij haar lurven kon pakken, gleed ze weg – shocking klem tussen het zitplankje en de rugleuning, met de schommel op haar billen. Hoe ze ook draaide of wrong, ze kwam niet meer los. Huilen natuurlijk. Je zag de paniek in haar ogen. De moeder stond erbij en keek ernaar. Die had geen idee hoe ze haar kind moest helpen.’
‘Wat zielig,’ zuchtte de dame.
‘Ja,’ beaamde ik en herinnerde me hoe ik dat sidderende, maar loodzware schaap uit haar benarde positie had getild. ‘Daarna heb ik voorgedaan hoe je schommelt. Niet op de schommel staan, maar gewoon zitten, op je bips, en dan zachtjes wiegen. Ze vond het erg spannend en verrukkelijk tegelijk.’

‘Die vergeet het woord schommel nooit meer,’ zuchtte de dame zielstevreden.
‘Maar wat zag u nou in het museum waardoor dat kwartje viel?’ vroeg haar echtgenoot.
‘In het boekje Nijntje in de speeltuin zit Nijntje niet op de schommel,’ antwoordde ik. ‘Nijntje stáát erop. Dat moeten de meisjes hebben gezien, toen ik hen voorlas. Daarom is de oudste waarschijnlijk op die schommel gaan staan. Geleerd, van Nijntje!’
‘Het zijn dus best slimme meisjes,’ concludeerden mijn reisgenoten.
‘Ja,’ zei ik. ‘En daarom is voorlezen zo belangrijk. Net als samen dingen doen.’

Zo ontstond – in dat boemeltje naar Den Haag – het idee voor een mogelijke oplossing van een welbekend probleem: kinderen met een taalachterstand die in de 6-8 weken zomervakantie vrijwel geen woord Nederlands (horen) spreken, gaan soms wel twee niveaus in taalontwikkeling achteruit. Zo jammer van alle inspanningen, in feite kapitaalvernietiging. Tragisch ook: een nieuwe achterstand op een rijdende trein. Hoe haalt zo’n kind die ooit nog in?
Dat kan anders. Stel je eens voor: een zomerlang voorlezen in combinatie met enkele uitstapjes en wat museumlessen, verzorgd door VoorleesExpress in samenwerking met de NS en alle attractieparken, dierentuinen en kindermusea van Nederland, gratis voor alle kinderen met een taalachterstand die niet met vakantie kunnen gaan. Dat zet zoden aan de dijk! En zou Minister Jet Bussemaker van Onderwijs het geld dat zij nu reserveert voor festivals die in het (regen-)water vallen, niet beter kunnen uittrekken voor het op peil houden van de taalontwikkeling tijdens de zomerstop? Mij lijkt het een voorstel dat nader onderzoek verdient. Ik voorzie niets dan winst.

Geef een reactie

Laatste reacties (28)