1.203
23

Dichter/filosoof

Matthijs Ponte (1982) is dichter, filosoof, mededirecteur van het internationale literatuurfestival Read my World, voormalig coördinator van Stichting Perdu, medewerker van de werkgroep Caraïbische Letteren en onderdeel van het collectief Schijnheilig. Hij schreef stukken voor ondermeer Awater, de Reactor, Joop, Vooys en DWB en maakte programma’s voor Perdu en Schijnheilig. Samen met Joost Baars is hij producent en presentator van de podcast VersSpreken.

NL tegen de MOE-landers

Wilders' wint keer op keer, omdat zelfs zijn opponenten zijn discours overnemen in plaats van het aan te vallen. Ze laten hem bepalen wat NL is

Het succes van de politiek van Wilders moet gezocht worden in zijn geraffineerde vermogen om telkens nieuwe woorden te introduceren in het politieke debat. Steeds weet hij met die woorden nieuwe maatschappelijke tegenstellingen te creëren. In het krachteloze verzet tegen Wilders richt men zich tegen zijn denkbeelden, maar neemt men al doende die door Wilders zelf geïntroduceerde taal en het daaruit voortkomende discours over. Wilders beheerst zo het politieke debat aan alle kanten, getuige bijvoorbeeld de reacties op het ‘meldpunt Midden- en Oost-Europeanen’ en de kwalijke retoriek die GroenLinks gebruikt om een ‘kinderpardon’ te bewerkstelligen.

Dit gegeven werd andermaal duidelijk met zijn introductie van de term ‘MOE-landers’, gisteren bij de lancering van zijn nieuwste initiatief. Op Facebook schrijft iemand in reactie op de openlijk discriminerende opiniepeiling van de Partij voor de Vrijheid naar de negatieve ervaringen van Nederlanders met immigranten uit ‘Midden- en Oost-Europa’, in zijn woede dat deze “Xenofobische idioten NL naar de filistijnen helpen”. Het in deze context wel uitzonderlijk ongelukkig gekozen gezegde daargelaten, ben ik het met de strekking van deze opmerking allicht eens. Maar gelijk is het ook de vraag wat hier precies de connotatie van het logo ‘NL’ is. Want hoe graag de PVV ook wil doen geloven dat er zoiets is als een constant in verdrukking verkerende Nederlandse identiteit, wat ‘NL’ is, is natuurlijk bij uitstek maakbaar. Het is een merk: een fenomeen dat je met gerichte marketing kunt framen. Het probleem is dat de actualiteit ons keer op keer leert dat het Wilders is die aan het hoofd van het hiervoor opgerichte reclamebureau staat.

Om dit effect tegen te gaan, roepen anderen op, eveneens op Facebook, die bakermat van het hedendaagse politiek activisme, om de bijbehorende vragenlijst in te vullen en aan te geven dat er van overlast geen sprake is. Ook dat is sympathiek, maar voelt gruwelijk krachteloos. Ik ben geloof ik maar een matig overtuigd democraat. Dat wil zeggen: zo lang de democratie en de daaraan, toch vooral spreekwoordelijk, verbonden vrijheid niet volstrekt inclusief is, faalt die democratie aan haar eerste en meest fundamentele bestaansvoorwaarde te voldoen en is ze ‘up for grabs’. En dat is meer dan een kwalijk bijeffect. Het is daarom de vraag of het positief beïnvloeden van opiniepeilingen, waarin de maatschappelijke tegenstelling reeds verondersteld is, enige waarde heeft of überhaupt als een serieuze vorm van verzet kan worden gezien. Dat verzet moet fundamenteler zijn. Stringenter en dwingender ook. Zo’n verzet richt zich allereerst tegen de taal van Wilders.

Wat deze opiniepeiling van de PVV zo kwalijk maakt is niet alleen de claim die er uit spreekt: immigranten uit dit gebied vormen een homogene groep vieze, alcoholische, banen stelende, overlast veroorzakende wezens. Het gaat vooral om het (trouwens niet helemaal nieuwe) gebruik van de term ‘MOE-lander’: een specifiek identificeerbaar ongewenst subject, herkenbaar aan bovenstaande kenmerken. In het inleidende stukje wordt overigens toch vooral gesproken over de Oost-Europeanen: Polen en hun soortgenoten de Roemenen en Bulgaren. De Midden-Europeanen zijn er om diplomatieke redenen ingeschreven. En dat laat precies zien hoeveel geslepener de PVV is dan haar oppositie en hoe moeilijk het is een vuist te maken tegen het politieke discours waar de PVV voor vecht.

Een illustratief, en het meest schrijnende, voorbeeld van de bepalende talige macht van de PVV in het politieke discours werd onlangs geleverd door de recente campagne van GroenLinks om jonge asielzoekers een verblijfsvergunning te geven. Ik citeer de openingszinnen van de petitie voor een ‘kinderpardon’: “Limburgser dan Vlaai. Noord-Hollandser dan kaas. Frieser dan de Elfstedentocht. En Zeeuwser dan het meisje. Dat zijn de kinderen die ons land moeten verlaten.” Die zinnen kenmerken de inzet van de hele campagne: er zijn asielzoekers en er zijn asielzoekers die eigenlijk de facto al Nederlander zijn, maar het papiertje nog missen. De bepalende factor in de vraag of iemand zich op Nederlands grondgebied mag begeven is daarmee de mate van ‘Nederlanderschap’ die een mens bezit. De NL-factor, zeg maar. Dat is wat de restanten van kosmopolitisch links momenteel te berde weten te brengen. Geen aanval op een verwerpelijk discours, maar een overname van dat discours om als doekje te gebruiken om een enorme, schandelijke wond mee droog te deppen.

Het effect van de actie van de PVV lijkt in deze politieke context onvermijdelijk. Binnenkort heeft iedereen, voor en tegen de PVV, het over MOE-landers, die onwenselijke wezens die hier leven in strijd met de eigenlijke rechthebbende, de Nederlander. De missie was reeds bij publicatie geslaagd. En daarvoor eigenlijk ook al.

Geef een reactie

Laatste reacties (23)