830
9

Freelance journalist/ tekstschrijver

John den Braber is freelancejournalist. Hij publiceert onder meer in Nieuwe Revu, Off The Record en Wieler Magazine. In een vorig leven was de Rotterdammer topsporter en nam hij als wielrenner tweemaal deel aan de Olympische Spelen.

NOC*NSF Sportgala: Represaille in de RAI

De sportprijzenshow is hét moment dat de vaderlandse A- en B-sporters afrekenen met hun aartsvijand: die verfoeide arrogante voetballertjes

Wanneer de oliebollenparty’s en champagneborrels naderen, vinden we het altijd een goed idee om de hoofdpersonen en memorabele gebeurtenissen van het voorbijgevlogen jaar in een kader te plaatsen. Wie waren de helden, de schlemielen en waar was jij toen je hoorde dat Julian Assange was opgepakt?

Een van de kenmerken van deze beoordelingsdrift, is het toekennen van allerhande prijzen. Of het nu politicus van het jaar, album van het jaar, journalist van het jaar of schoonmaakster van het jaar is, alles moet langs een appels met peren prestatielat. Iemand moet tenslotte in een bepaalde discipline de beste zijn, toch? Hoe kunnen we anders de waarde van een kalenderjaar rationeel meten?

Ook de sportwereld eert in deze donkere dagen zijn helden tijdens het NOC*NSF Sportgala, een vrij incestueus feestje waar vrijwel alleen topsporters, bestuursleden en coaches aanwezig mogen zijn. De eerlijkheid gebied te zeggen: het is ieder jaar weer een memorabel gebeuren daar in die Amsterdamse RAI. Een statige award-show met een optreden van een geinige cabaretier en daarna jezelf in rap tempo vol laten lopen, is voor niemand een straf. Zeker niet voor de doorgaans zwaar serieuze sportlieden en hun aanhang.

Maar toch is niet alleen het drankfestijn dé reden voor sportlui om in de ietwat saaie winterperiode naar dit evenement uit te kijken. De sportprijzenshow is namelijk hét moment dat de vaderlandse A- en B-sporters afrekenen met hun aartsvijand: die verfoeide arrogante voetballertjes.

De gemiddelde topsporter moet namelijk rondkomen van de aalmoes die het NOC*NSF hen biedt. Wanneer ze toch een extraatje bijverdienen, bijvoorbeeld door een particuliere sponsor, wordt dit linea recta van deze ‘uitkering’ afgetrokken. Zelfs de premie voor een gewonnen olympische medaille moet uiteindelijk worden verrekend met de sportkoepel. Een topsporter moet altijd knokken voor erkenning en het prijzengeld is meestal te verwaarlozen, of erger nog, een spuuglelijke beker.

Voetballers daarentegen hebben volgens hun karig bedeelde sportbroeders een luizenleventje. Ze krijgen veel media-aandacht, zwemmen op jonge leeftijd al in het geld en hoeven maar een uurtje per dag hun trainingspak aan te trekken om de volgende wedstrijd toch weer te schitteren en lof te oogsten. Dat steekt natuurlijk, en niet zo’n beetje ook. Op het NOC*NSF feestje is het daarom pay back time en dat voelt heerlijk voor Neerlands sporttrots.

Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat Feyenoord in 2002 niet werd verkozen tot sportploeg van het jaar. De Rotterdammers hadden dan wel de UEFA-cup gewonnen, een fenomenale prestatie van zo’n ‘klein’ clubje in de poenerige voetbalwereld, maar sportend Nederland vond de tweede plaats van de turnmeisjes tijdens het EK veel zwaarder wegen. Veel gehoord argument die avond: “Weet je wel hoeveel die vrouwen trainen?” Alsof de hoeveelheid gedane arbeid vooraf ook maar iets zegt over de geleverde internationale topprestatie.

Het lukte de afgelopen jaren slechts één ploeg om de Jaap Eden op te halen en dat was Jong Oranje. Dit was echter vooral te danken aan Foppe de Haan, niet geheel toevallig een man die bij uitstek voor ‘niet lullen maar poetsen’ staat en dat stemt vooral de beoefenaars van spartaanse sporten wel gunstig.

Deze volkomen subjectieve willekeur is in zekere zin de schuld van het NOC*NSF zelf. Zij besloten een tiental jaar geleden om de sporters hun kampioenen te laten kiezen en niet, zoals daarvoor, het oordeel te laten vellen door een ervaren vakjury. Hiermee degradeerde het evenement tot een populariteitswedstrijd en daar trekken de bullebakken nu eenmaal altijd aan het kortste eind.

Ook dit Sportgala is de uitslag weer gemakkelijk te voorspellen. Mark Tuitert en Nicolien Sauerbreij winnen de individuele prijzen, want zij hadden zo veel tegenslag in hun loopbaan en de dressuurruiters mogen de prijs voor beste ploeg ophalen. Niet dat de stemmers in de zaal echt iets weten van paardensport of ‘hoeveel je daarvoor moet trainen’, maar het houdt in ieder geval die ‘patsers met die zonnebrillen en mega koptelefoons’ van de troon.

Freek de Jonge voelde ooit tijdens een Sportgala zonder genomineerde balkunstenaars de sfeer perfect aan en opende zijn miniconference met de zin: ‘We zijn hier vanavond enkel met  topsporters…. de voetballers zijn er namelijk niet bij.’ Het leverde de komediant een buldergelach op en het feestje der doorzetters was direct een succes.

Toch is het jammer dat juist deze mentaliteit de twee sportwerelden nog meer polariseert. Daarnaast heeft de verkiezing op deze manier niets met fair play te maken, een kreet die toch iedere sporter zou moeten aanspreken. Wat het Nederlands voetbalelftal deze zomer presteerde is uniek en zal waarschijnlijk de komende twintig jaar niet meer worden geëvenaard. Goed, het was geen gouden medaille, maar die hadden de turndames acht jaar geleden ook niet.

Ik zou daarom bij dezen een oprechte –maar waarschijnlijk zinloze-  oproep willen doen aan mijn voormalige sportcollega’s. Wanneer je werkelijk vindt dat de dressuurploeg een fabuleuze prestatie heeft geleverd in de Verenigde Staten of ‘s-werelds beste zeilsters Berkhout en Westerhof de eeuwige roem verdienen, stem dan gerust op één van hen. Maar laat je alsjeblieft niet leiden door nare onderbuikgevoelens en afgunst. Daarmee doe je de helden van deze bloedstollende zomer echt te kort.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)