2.142
22

Activist

Activist. Schreef tot nu toe pittige artikelen over wapenhandel, onduurzame voedsel en kleding, tax injustice, racisme en het disfunctioneren van het maatschappelijk middenveld. Tot juli 2011 directeur van Fairfood International (www.fairfood.org). Frank was tevens tot juli 2011 bestuurslid van de brancheorganisatie voor ontwikkelingsorganisaties Partos (www.partos.nl). Voor Fairfood was Frank werkzaam voor Amnesty International en Fairtrade Original. Hij komt uit het bedrijfsleven waar hij jarenlang werkzaam was als management consultant.

Nog steeds bepalen hoofdzakelijk witte mannen wat goed is voor Afrika

Top in Brussel is mislukt ... Europese regeringsleiders blijven Afrikaanse leiders de les lezen vanuit het morele eigen gelijk

Vorige week kwamen 28 Europese en 54 Afrikaanse regeringsdelegaties bijeen in Brussel om te praten over de relatie tussen Afrika en Europa. Terwijl de insteek was om de relatie gelijkwaardiger te maken, bleek bij de slotverklaring dat Europa Afrika blijft zien als een continent dat geholpen moet worden. Inmiddels niet alleen met hulp, maar ook met onze bedrijven die daar zorgen voor werkgelegenheid.

Na jaren van praten over vraaggericht werken, werken dus op basis van een hulpvraag vanuit Afrika, wordt nog steeds in Brussel en Den Haag bepaald wat goed is voor Afrika, terwijl het Westen qua morele superioriteit steeds meer door de mand valt (wapenhandel, tax injustice etc). Minister Ploumen voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking gaat zelfs nog een stap verder. Ze verscherpt de regels binnen het nieuwe subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld (185 miljoen per jaar in de periode 2016 – 2020). Nog meer dan in het verleden moeten Nederlandse ontwikkelingsorganisaties in Afrika werken aan speerpunten die in Den Haag bepaald zijn. En het nieuwe bedrijvenprogramma, waar maar liefst een bedrag van 700 miljoen voor gereserveerd is, zal met name Nederlandse bedrijven in Afrika een steuntje in de rug geven. Zo’n beleid van een minister voor ontwikkelingssamenwerking zou tien jaar geleden door de ontwikkelingssector nog volledig afgebrand worden, maar nu blijft het stil. Vele Nederlandse ontwikkelingsorganisaties vinden het inmiddels goed beleid of houden hun mond omdat ze bang zijn anders de financiële boot te missen.

Zolang beleid in Den Haag bepaald wordt, zou het goed zijn om de Afrikaanse diaspora daar intensief bij te betrekken. Maar de primaire beleidsdialoog vind plaats met de ‘witte’ ontwikkelingsorganisaties. Minister Ploumen praat wel met de diaspora, maar dat doet ze apart, een stuk minder intensief en ze stelt ook nog eens veel minder geld ter beschikking aan diasporaorganisaties. Overigens is het al opmerkelijk dat er twee aparte lijnen zijn. Je zou verwachten dat er binnen de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties buitengewoon veel mensen uit de diaspora werkzaam zouden zijn, maar de ontwikkelingssector is voornamelijk wit.

De ontwikkelingssector is niet in staat een effectieve dialoog met de diaspora op te starten. Antwoorden die ik krijg als ik Nederlandse ontwikkelingsorganisaties daar naar vraag variëren van ‘We hebben dat al vaak geprobeerd’ tot ‘Als we ze uitnodigen, komen ze niet opdagen’, nauwelijks verhullend dat ze Afrikanen lui/onbetrouwbaar vinden. Onderzoek en verdieping naar waarom ze dan niet komen opdagen blijft achterwege. Zelf heb ik dat wel gedaan. De diaspora ziet geen heil meer in een dialoog met het Nederlandse maatschappelijk middenveld, omdat zij niet luistert naar de diaspora en gewoon door gaat met haar al vastgelegde programma’s. Dialoog leidt dus niet tot verandering en het is dan ook niet verwonderlijk dat de diaspora geen heil meer ziet in een dialoog. Hierdoor mengt de diaspora zich ook nauwelijks meer in discussies op het discussieplatform van de sector, Vice Versa. Zelfs op een artikel getiteld ‘De klagende migrant’ blijven reacties uit. De witte ontwikkelingssector blijft inmiddels achter met een bevestigend gevoel van het eigen gelijk.

Ik kan me goed voorstellen dat de diaspora de dialoog niet meer aangaat. Echte kritiek wordt namelijk niet geduld. Ondanks de ruimte die ik in eerste instantie kreeg op de Vice Versa website om mijn kritiek te uitten, worden er inmiddels geen artikelen meer van mij geplaatst, ongeacht de inhoud. Tevens heeft de brancheorganisatie van de ontwikkelingssector Partos aangekondigd geen klachten van mij meer in behandeling te nemen, tegen hun eigen procedures in. Dat is voor mij geen reden om de strijd voor veranderingen in de ontwikkelingssector op te geven. Meer een stimulans. De ontwikkelingssector is een loge olietanker geworden die maar moeizaam van koers veranderd. De veranderingen die al plaatsvinden, komen met name tot stand door druk van buitenaf en schandalen.

De Nederlandse ontwikkelingssector blijft een gesloten bolwerk van witte mensen, aan de top ook nog eens witte mannen. Als de directeuren van de ontwikkelingsorganisaties op 17 april weer bij elkaar komen op de halfjaarlijkse algemene ledenvergadering van de branchevereniging Partos, dan is het merendeel wit en man, in een nota bene overwegend door vrouwen bemenste sector. En dat binnen een sector die ook nog eens de mond vol heeft van gender. Deze vergadering is besloten en men praat Nederlands. Transparantie blijkt net als gendergelijkheid vooral iets waar Afrika in opdracht van ons aan moet werken, en niet iets voor de sector zelf. Praat Engels en regel een livestream, zodat Afrikanen minimaal kunnen volgen hoe er over hen gesproken wordt.

De volgende stap is uiteraard om mét Afrikanen te gaan praten. Er zijn minstens een half miljoen Nederlanders met Afrikaanse roots en daartussen zitten vast wel een paar verwesterde professionals waarmee de cultuurverschillen te overbruggen zijn. En als dat niet lukt, wat doet een ontwikkelingsorganisatie dan in vredesnaam in Afrika?

De top in Brussel is mislukt. Europese regeringsleiders blijven Afrikaanse leiders de les lezen vanuit het morele eigen gelijk. Alleen laten Afrikaanse leiders zich steeds minder de les lezen door Europa en nemen zij een steeds assertieve en soms zelf agressieve houding aan. Helaas zal alleen daardoor een gelijkwaardige relatie met Europa ontstaan. Op dezelfde manier zal de diaspora haar plaats moeten bevechten binnen de Nederlandse ontwikkelingssector. ‘We hebben soldaten nodig, geen denkers’, vertelde Babah Tarawally mij, een Nederlandse schrijver met roots uit Sierra Leone. Ik vrees dat hij gelijk heeft. Zonder confrontatie, blijven met name witte mannen gewoon bepalen wat goed is voor Afrika.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)