744
30

Tweede Kamerlid GroenLinks

Na een studie internationaal recht in Amsterdam, vertrekt Van Tongeren naar Australië. Daar is ze directeur van organisaties voor daklozen, vluchtelingen en mishandelde vrouwen. Ook is ze oprichter en directeur van een centrum voor vreedzame conflictbemiddeling. Terug in Nederland werkt Van Tongeren bij de provincie Noord-Holland, de gemeente Amsterdam en is ze directeur van een vrouwenopvang en een vestiging van de Sociale Dienst. Sinds 2003 is Liesbeth van Tongeren directeur van Greenpeace Nederland. Naast haar werk bij Greenpeace is ze bestuurslid van Women on Top en van een onderneming in duurzaam vastgoed. Ze werd in 2010 voor GroenLinks in de Tweede Kamer gekozen.

Noord-Holland in kramp om windmolens

Provincie geeft Nederland volstrekt verkeerd voorbeeld met stop op windenergie

De provincie Noord-Holland bespreekt op dit moment een voorstel om de groei van windenergie volledig stop te zetten. Van de huidige VVD-CDA-PvdA-D66-coalitie mag er in Noord-Holland geen windmolen meer bijkomen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat juist de provincie die als geen ander is ontstaan dankzij windmolens (de grote droogleggingen uit het verleden) en die gezien de openheid en ligging aan zee (veel wind) bij uitstek geschikt is voor windenergie, hier geen toekomst in ziet? Het antwoord: luiheid en een gebrek aan regie door de overheid.

In Noord-Holland draaien op dit moment zo’n 330 windmolens, van heel verschillende capaciteit die samen ongeveer ook zo’n 330 MW aan elektriciteit produceren. Omdat in het verleden zelden naar het gebied als geheel werd gekeken en door gemeenten steeds werd gereageerd op losse, individuele aanvragen voor windmolens, is nu, na tientallen jaren, een wat ‘rommelig’ beeld ontstaan. Bovendien zijn, in een beperkt aantal gevallen, windmolens geplaatst op plekken waar dat bij nader inzien beter niet was gebeurd. Vanwege aantasting van natuur of landschap, of vanwege overlast die omwonenden ondervinden.

PVV-kretologie
Toen in de aanloop naar de laatste provinciale verkiezingen omwonenden van enkele molens die op dit moment daadwerkelijk overlast veroorzaken, luidruchtig ageerden tegen nieuwe windmolens, verving was de PVV-kreet ‘Alle windmolens Noord-Holland uit’ geboren. De VVD volgde, als electorale concurrent, en legde haar nieuw verworven inzicht “geen enkele windmolen erbij” vervolgens met succes op aan haar coalitiegenoten CDA, PvdA en D66.

Natuurlijk is het goed als partijen luisteren naar protesten van burgers. Het totalitaire ‘njet’ tegen windmolens van het provinciebestuur helpt de getroffenen echter niet. Integendeel. Bovendien slaat het alle lokale initiatieven die juist wel samen met omwonenden aan goed inpasbare projecten werken glashard in het gezicht. Overigens moet de provincie zich nog wel eens bezinnen op de werkelijke impact van haar anti windmolenbeleid. Immers voor windmolenprojecten <  5 MW zijn de gemeenten, en > 100 MW is het rijk bevoegd gezag. Als de provincie straks niet aan haar doelstellingen voldoet, kan het rijk er in Noord-Holland nog een tweede of derde windpark ala Wieringermeer bijzetten.

Milieu vs Economie? Onzin
Te vaak en te makkelijk wordt gedaan alsof natuur en milieu tegenover mensen en de economie staan. Tegenstellingen zijn altijd makkelijk in het debat of tijdens een campagne. GroenLinks bewijst keer op keer dat deze geconstrueerde tegenstellingen onzin zijn. Windmolens kunnen in bepaalde gebieden wel degelijk op een verantwoorde manier en met draagvlak onder de bevolking in het landschap worden ingepast. Zo lang de overheid ten minste bereid is om, in samenspraak met haar burgers, haar verantwoordelijkheid te nemen. Net zoals onze economie wel degelijk fundamenteel kan worden ‘vergroend’ zonder dat dit ten koste gaat van onze koopkracht of werkgelegenheid. Zoals het GroenLinks verkiezingsprogramma bewijst – aldus het CPB. Maar dan moeten politici wél een eerlijk verhaal vertellen en bestuurders niet in een electorale kramp schieten, maar hun verantwoordelijkheid nemen.

De provincie moet ruimte geven aan lokale initiatieven en lokale energieopwekking. Daarnaast moet de provincie de doelstellingen voor duurzame energie realiseren, want dat kan alleen met een groot aandeel wind op land. Voor 2020 betekent dat ongeveer een derde deel van de dan te realiseren 14% duurzame energie van wind op land moet komen). Alleen dan maken we stappen in de richting van minder afhankelijkheid van fossiele energie. En alleen dan doen we recht aan de belangen van de inwoners, natuur en landschap in Noord-Holland.
Provincie Noord-Holland: gooi dit heilloze plan snel  in de prullenbak en ga aan de slag met duurzame energie.
Titia van Leeuwen fractievoorzitter GroenLinks provinciale staten Noord-Holland
Bart Heller, oud-gedeputeerde GroenLinks Noord-Holland
Liesbeth van Tongeren, Tweede-Kamerlid GroenLinks

Geef een reactie

Laatste reacties (30)