Laatste update 04:58
3.687
104

Bondgirl FNV en cao-onderhandelaar

Linda Vermeulen. Werkt bij vakbond FNV. Was voorheen journalist en studeerde Germanistiek. Zet zich in voor eerlijke verschillen. Voor een wereld waarin het normaal is dat producten en arbeid een faire prijs hebben. Dat lijkt heel simpel - en toch is dat iets waar we samen hard voor moeten vechten. Zoals Bertolt Brecht al zei: 'es ist das Einfache, das schwer zu machen ist.'

Wie heeft nou echt de sterkste schouders?

In de taal over werk maken we de verschillen die sowieso al oneerlijk zijn nóg groter

Wie heeft de sterkste schouders: een ceo of een lasser? Waarschijnlijk de lasser, want die is de hele dag in de weer met gereedschap en zware onderdelen. De lasser met zijn sterke schouders draagt ook zwaardere lasten dan de ceo; hij heeft nauwelijks zekerheid over zijn inkomen en of er volgende week nog wel werk is. Is dat wel zo eerlijk? Moeten we wel willen dat de mensen met de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen?

Cc-foto: juiciray
Cc-foto: juiciray

Taal
Met de ‘sterkste schouders’ is iets raars aan de hand. Spreekwoordelijk dichten we die vaak toe aan mensen met hogere inkomens, ofwel de mensen die vaak juist níet het zware lichamelijke werk doen. Ja, met de taal van de arbeidsmarkt (het woord alleen al) is iets grondig mis.

Nog een voorbeeld: de mensen die keukens bouwen, muren stucen en in de garage mijn auto repareren en alles weten over katalysators en schokdempers – iets wat voor mij altijd hogere wiskunde zal blijven. Toch noemen we deze vakmensen vaak ‘laagopgeleid’. Een directeur met een miljoeneninkomen noemen we een ‘topman’ of een ‘superrijke’, terwijl we het toch totaal niet top en super vinden dat hij de inkomensverschillen in zijn bedrijf zo groot laat worden. Ook zoiets: als deze directeur niet naar een hogeschool of universiteit is gegaan, dan noemen we hem niet ‘laagopgeleid’, maar ‘autodidact’.

Onderkant
Of kijk naar mijn opa Jan, die jarenlang postbode was. De foto die vroeger bij hem thuis stond – een lachende, trotse man met een PTT-pet – staat nu bij mij in de kast. Wanneer zijn we (in vredesnaam) de postbodes, de schoonmakers, de mensen die in distributiecentra werken ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ gaan noemen? Dat doet hun belangrijke werk echt geen eer aan, en het is bovendien geen benaming waar mensen trots op kunnen zijn.

Laag versus hoog, sterk versus zwak, onderkant versus top… Hoe is het voor een medewerker in een garage om steeds te horen dat hij ‘laagopgeleid’ is? Waarom hebben we het niet gewoon over praktijk- of beroepsopleidingen? En is het niet beter om iemand die veel te veel geld verdient een teveelverdiener te noemen? In de taal over werk maken we de verschillen die sowieso al oneerlijk zijn nóg groter. We maken de éne baan mooier dan die is, terwijl we te vaak laatdunkend doen over werk dat juist de basis is van onze maatschappij. Belangrijk om op te komen voor koopkracht en echte banen, én voor eerlijke taal over werkende mensen.

Geef een reactie

Laatste reacties (104)