1.151
20

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

NPO, reorganiseer niet je eigen bestaansrecht weg

De NPO moet haar bestaansrecht ontlenen aan haar mecenaat voor het bijzondere, het nieuwe- (of oude) onbekende; het kwetsbare dat een zetje behoeft

De NPO neemt zich voor om Radio 6 af te stoten met als gevolg dat programma’s als Vrije Geluiden verdwijnen. Zoals zoveel interessante muziek zal ook het aanbod van Radio 6 binnenkort alleen nog via internet te beluisteren zijn. Als argument zegt de Publieke Omroep “zo effectief en impactvol mogelijk te willen programmeren over alle platforms en kanalen heen”. Met een dergelijke toelichting kun je uiteraard alle kanten op en het is dan ook te hopen dat de plannen niet slechts de reorganisatie-nijd van de zoveelste manager dienen.

Veelgehoorde kritiek op de Publieke Omroep is dat het een ‘linkse hobby’ is, een elite zender waar de rijken zelf maar voor moeten betalen. De programmering zou meer moeten aansluiten bij de smaak van ‘het volk’, want het is immers de belastingbetaler die betaalt…

De NPO reageert angstig op die kritiek, door lekker veilig slechts een miniem percentage van de beschikbare platen te draaien, en die dan weer meteen 10 keer op een dag. En het zijn vrijwel altijd platen die nu in de hitparade staan, terwijl we dáár nu juist de commerciële zenders voor hebben. De Publieke Omroep zou wat mij betreft iets anders moeten doen.

Ik ben wel gevoelig voor het argument dat het vreemd is om precies datgene te subsidiëren wat de meeste mensen niet mooi vinden. Moet de overheid juist dáár geld in pompen? Wie bepaalt welke kunst ‘goed’ genoeg is voor subsidie. Die vraag laat zich gemakkelijk beantwoorden in een gesloten samenleving, omdat daar maar één esthetiek geldt. Ons cultuursubsidiestelsel stamt uit de Nazitijd, toen de overheid voorschreef wat kwaliteit had en wat niet. Maar wat subsidieer je in een open samenleving? Als je je laat leiden door de markt, subsidieer je wat dus geen subsidie meer nodig heeft. Ga je juist in tegen de markt, dan geef je het geld van de massa aan een minderheid die er best zelf voor kan betalen.

Mijn antwoord op de vraag ‘wat is nu eigenlijk de taak van de overheid als het om kunst gaat?’ is dit: Laat de overheid er zijn om ons Cultureel Erfgoed te beheren, dus ook het erfgoed van morgen, dat vandaag nog ontdekt moet worden. Het is prima als commerciële zenders draaien wat er in de hitparade staat, maar een Publieke Omroep die doodsbenauwd is voor de belastingbetaler en daarom nooit meer iets prikkelends durft uit te zenden heeft geen bestaansrecht, zeker niet als zenderhoofden en DJ’s op de Balkenende-norm of er zelfs daar boven zitten.

De NPO moet juist een podium bieden aan kunstenaars, filmers, schrijvers, musici die je (nog) níet bij de commerciëlen ziet. De NPO dient een profiel te ontwikkelen dat dusdanig verschilt van commerciële omroepen dat het unique sellingpoint duidelijk is. Ze moet niet volgen, maar leiden. Daarnaast geldt voor de NPO, zoals trouwens voor de hele overheid dat er radicaal dient te worden bezuinigd op (bestuurlijke) vergoedingen.

Overal wordt gekeken naar rendement, behalve op het hoogste niveau. Overal moeten we ‘concurrerend’ zijn en dus bezuinigen op loonkosten, maar zogenaamd toptalent willen we juist binnen halen met een hoop geld. De NPO dient uit te gaan van het volgende adagium: wie zich laat wegkopen door een commerciële zender is daar wellicht beter op z’n plek dan hier. En de NPO kan veel hipper en cooler worden dan alle anderen door te dienen als kweekvijver, waar jong talent artistieke vrijheid en toegang tot top apparatuur heeft, maar niet de Hollywood-salarissen waar Henk en Ingrid bij monde van Geert terecht over klagen.

Uiteraard hoeft de NPO ook niet lijnrecht tegen de ‘smaak des volks’ in te gaan, maar het kan een populair plaatje afwisselen met een wat minder populair nummer en de hits wat eerder uitfaden zodat er meer tijd is voor onbekender materiaal. Er kan worden afgesproken dat een plaat maximaal twee keer per dag wordt gedraaid. En alleen als ie niet al grijs wordt gedraaid bij de buren.

Dat de NPO zich beraadt op haar toekomst is verstandig, dat dat de bereidheid tot pijnlijke besluiten vergroot ook. Het is goed dat er iets wordt gedaan met het verwijt een ‘linkse hobby’ te zijn. Maar een kopie willen worden van de commerciële concurrent is een heilloos traject. De NPO moet haar bestaansrecht ontlenen aan haar mecenaat voor het bijzondere, het nieuwe- (of oude) onbekende; het kwetsbare dat een zetje behoeft.

Als bezuinigen en reorganisaties daaraan tornen tast de NPO zichzelf aan. Beter dan een ‘rechtse hobby’ (duur & dom) te willen worden, kan de NPO kritiek pareren door de voor ‘links’ versleten bezigheden grondiger aan te pakken, en goedkoper, dus tegen normale vergoedingen, ver onder de Balkenende-norm.

Geef een reactie

Laatste reacties (20)