13.283
34

Tweede Kamerlid PvdD

Esther Ouwehand (1976, Katwijk) werd op 30 november 2006 beëdigd als Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. Na een carrière in de marketing van jongerentijdschriften bij Sanoma Uitgevers is zij sinds oktober 2002 betrokken bij de PvdD, waar zij in 2004 coördinator werd van het partijbureau. In die functie heeft zij gewerkt aan de opbouw van de partijorganisatie.

Nú in de uitverkoop: de democratie!

Iedere partij die staat voor democratie en voor bescherming van publieke waarden zou allang een TTIP-alarm hebben moeten laten klinken

Hoera voor Arjen Lubach en zijn TTIP-alarm. Met een vlijmscherpe analyse van 10 minuten kreeg hij voor elkaar dat een dreigend monsterverdrag tussen Europa en de VS trending topic werd – iets wat de politiek nog niet lukte. Al is dat waarschijnlijk juist de bedoeling. Brussel bereidt immers de genadeklap voor onze democratie voor, en dan is het handiger als er niet teveel mensen meekijken. Zeker als je weet dat het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), precies één ding gaat doen: de democratische macht van de burger nog verder inperken ten gunste van het internationale bedrijfsleven.

Robert Reich, oud-minister voor werkgelegenheid onder Clinton, waarschuwt al geruime tijd. Bedrijven, zegt hij, zijn niet goed of slecht, maar per definitie amoreel. Bedrijven zijn niet uitgevonden om publieke waarden te borgen, dat is hun missie niet en dat gaan ze dus ook nooit doen.

Voor het veilig stellen van publieke belangen, zoals het behoud van een leefbare aarde voor huidige en toekomstige generaties, heb je sterke publieke instituties nodig. Het bedrijfsleven mag de regels niet bepalen, de politiek moet kaders stellen om ervoor te zorgen dat het (op zichzelf gerechtvaardigde) belang van bedrijven om winst te maken niet ten koste gaat van het algemene belang van een gezonde leefomgeving en respect voor mens en dier. Die balans is al een tijdje zoek, en niet alleen in het Amerika van Robert Reich.

De noodzaak om eindelijk werk te maken van een effectief beleid tegen de opwarming van de aarde, tegen het dramatische verlies aan biodiversiteit en de mensonterende ongelijkheid in de wereldvoedselverdeling is nijpender dan ooit. En juist nu wil de Europese Commissie ons de laatste instrumenten die we daarvoor hebben uit handen slaan. Het vrijhandelsverdrag TTIP zou een clausule moeten krijgen die bedrijven het recht geeft staten aan te klagen voor bijvoorbeeld milieumaatregelen die het bedrijfsleven schaden in het economisch belang. Dit zogenaamde arbitrage-instrument (ISDS) maakt effectief een einde aan de bevoegdheid van nationale parlementen om namens de bevolking wetten te maken tegen milieuvervuiling.

Maar hoewel ISDS de meest expliciete uiting is van de uitgeholde soevereiniteit van EU-lidstaten, zal TTIP ook zónder dat in de praktijk neerkomen op het doodslaan van welke democratische inzet voor een beter milieu, een duurzame landbouw en een beter dierenwelzijn dan ook. Nu al loopt ieder initiatief in een Europese lidstaat voor een strenger milieu- of dierenwelzijnsbeleid vast op het heilig verklaarde ‘level playing field’: we zetten alleen stappen als de rest van Europa meedoet. En dus gebeurt er niets, want Europa is niet gericht op het verbeteren van dierenwelzijn of het naleven van klimaatafspraken.

Wat binnen Europa al niet meer lukt gaan we straks dus nog een factor 10 moeilijker maken door onze normen afhankelijk te maken van de Amerikanen. Aanscherping van de regels voor milieu en dierenwelzijn zit er niet meer in. Sterker nog: Amerikaanse productiemethoden – denk aan chloorkip en hormoonvlees – zullen de standaard worden. Zonder importrestricties aan de Europese grens betekent dat een einde van onze normen voor dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. Het betekent ook het einde van de Europese boer.

De producten van onze boeren zullen immers van de markt worden gedrukt door de veel goedkopere varianten van hun Amerikaanse concurrenten. En de productie die overblijft zal nooit meer verder worden verduurzaamd – want dat kan alleen als de Amerikanen meedoen, zal de redenering zijn. Op papier zet het kabinet in op het behoud van zogenaamde beleidsvrijheid voor dierenwelzijn en milieu. In de praktijk wordt de vrijheid van nationale parlementen om nog wat te kúnnen doen voor een leefbare aarde tot vrijwel nul gereduceerd.

Het probleem is niet dat er te weinig vrijhandel zou zijn. Het probleem is dat die vrijhandel de toekomst van de aarde in gevaar brengt. Het Amerikaanse consumptiepatroon wereldwijd uitgerold vergt 4 maal de grondstoffen die onze planeet kan leveren. Vrijhandel gaat dat probleem niet oplossen, integendeel.

Iedere partij die staat voor democratie, voor bescherming van publieke waarden, voor het milieubeleid dat we aan toekomstige generaties verplicht zijn én voor onze boeren zou allang een TTIP-alarm hebben moeten laten klinken. Op enkele partijen na blijft het echter oorverdovend stil. Alleen de Partij voor de Dieren, SP en GroenLinks keerden zich tot nu toe tegen het monsterverdrag – al zou GroenLinks zich wel mogen afvragen of het nou wel zo verstandig is om te blijven pleiten voor meer Europa. TTIP illustreert immers opnieuw dat dat gelijkstaat aan vragen om minder democratie. Maar belangrijker nu: waarom zijn D66, PvdA, CDA en VVD zo enthousiast over een verdrag dat boeren, dieren, milieu én de democratie zelf in de uitverkoop zet? Omdat geld dat stom is, recht praat wat krom is?

Kijk hier de uitzending van Zondag met Lubach terug: TTIP en de chloorkip 

Geef een reactie

Laatste reacties (34)