839
6

Freelance journalist/fotograaf

Peter Edel (1959) is freelance journalist/fotograaf en woont in Istanbul. Zijn artikelen en foto's zijn onder andere verschenen in de Engelstalige Turkse krant TodaysZaman. Ook is Peter Edel schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).

Obama laat zich niet gek maken door Erdogan

 Rationeel denken lijkt momenteel ver te zoeken in Ankara

Het barst nog van de onduidelijkheden over de op 22 juni voor de Syrische kust neergehaalde Turkse F-4 Phantom. Waarom waren de Syriërs zo schietgraag? Met een waarschuwingsschot had het Turkse gevechtsvliegtuig zich zeker uit de voeten gemaakt. Een uitnodiging aan Ankara om eens lekker samen in een totale oorlog te belanden kan het in ieder geval niet zijn geweest. Daarvoor is het regime van Bashar al-Assad te hard bezig met het onderdrukken van de opstand binnen de eigen grenzen. Mogelijk handelden de Syriërs uit paniek. Ook een Syrische kat kan in het nauw rare sprongen maken.

Onduidelijkheden zijn er ook aan Turkse zijde. De regering houdt vol dat de F-4 in internationaal luchtruim met een raket werd beschoten, maar tegenstrijdigheden zijn er legio. Ondertussen is het toestel gevonden en zijn de piloten geborgen. Met hulp van het Amerikaanse onderzoeksschip Nautilus. De kapitein daarvan stond voor een raadsel toen hij de lichamen op de zeebodem vond.  ‘Nadat de helmen en laarzen van de piloten waren gevonden, meende ik dat zij zich in Syrische gevangenschap bevonden’ zei hij. De kapitein heeft een punt. Op zich is het niet merkwaardig dat er helmen en laarzen zijn gevonden, maar gezien de impact van de beschieting en de crash in zee had het logisch geweest dat zich daar hoofden en benen in hadden bevonden.

Opnamen van de wrakstukken van het vliegtuig bewijzen volgens de Turkse legerleiding niet dat het met een raket werd neergehaald. Sterker, men liet in alle eerlijkheid weten geen explosief materiaal op de wrakstukken te hebben aangetroffen. Zeer merkwaardig, want dat suggereert een ongeluk in plaats van beschieting. Ook zou vastgesteld zijn dat het systeem waarmee een F-4 zich tegen luchtafweerraketten kan verdedigen niet heeft gewerkt. Opvallend overigens dat de militairen nu al dergelijke voorlopige conclusies wereldkundig maken, want het onderzoek is nog niet afgerond.

Een Turkse luchtmachtgeneraal beweerde dat de F-4 vanaf een schip werd beschoten met een korteafstandsprojectiel dat niet op een radar te zien is. Op dezelfde dag gaf de generale staf reden tot meer onzekerheid met de zinsnede dat ‘Syrische woordvoerders claimen dat Syrië het vliegtuig heeft neergehaald’. Eerder schreven de militairen nog vol overtuiging dat ‘het vliegtuig door Syrië was neergehaald’. In Turkije wordt dat geïnterpreteerd als zouden de militairen de mogelijkheid openhouden dat het vliegtuig door een andere land is beschoten. Is in theorie mogelijk, evenals een ongeluk. Maar in beide gevallen is het vreemd dat de Syriërs toegaven verantwoordelijk te zijn. Er is gesuggereerd dat zij een claim legden op het neerhalen van de F-4 om aan te tonen dat hun luchtafweersysteem nog werkt. Kortom, een ding staat vast: de affaire rond de F-4 wordt een waar rariteitenkabinet.

Debka file

De Turkse president Gül toont zich onzeker. Deze week riep hij andere landen op radarinformatie te leveren. Het lijdt geen twijfel dat de VS, Groot-Brittannië en Israël het incident nauwgezet hebben gevolgd, maar iedereen houdt de lippen op elkaar. Een Amerikaanse regeringswoordvoerder verklaarde dat Washington precies weet hoe het zit, maar dat men er niet over peinst de media te informeren. Ook premier Erdogan zei dat de VS meer weten, meer zelfs dan Turkije. Eerder sprak de Wall Street Journal (WSJ) met een anonieme vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering. Die bevestigde de lezing van Damascus dat het toestel in het Syrische luchtruim werd beschoten. Het Amerikaanse State Department toonde haar ongenoegen over het lekken naar de WSJ, maar om nu te zeggen dat men daar in alle toonaarden tegensprak wat die krant schreef is weer iets anders.

Er verschenen wereldwijd artikelen waarin Turkije met de F-4 poogde het Syrische luchtafweersysteem af te tasten. Daarbij werd de indruk gewekt dat een grote NAVO-operatie tegen al-Assad op handen was. Volgens een bericht op Debka file zat het anders. Informanten van die nieuwssite wisten dat premier Erdogan op 26 juni, vier dagen na het incident met de F-4, telefoongesprekken voerde met de Amerikaanse president Obama. Het was Erdogan die het nummer van Obama intoetste. Op zich lag het voor de hand dat Obama contact zou opnemen met Erdogan om te zien hoe het zat. Te meer omdat er geen slechte verstandhouding tussen beiden bestaat. Maar een woordvoerder van de Amerikaanse regering benadrukte dat in een verkiezingsjaar de belangen van Israël voorop staan en dat al het andere onder die omstandigheden irrelevant is. Wat dat betreft heeft Obama zijn handen vol, want terwijl hij niet op de eis van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in wil gaan om Iran aan te vallen, moet hij de indruk wekken net zo begaan te zijn met Israël als zijn Republikeinse tegenstrever Mitt Romney. Een zeurende Turkse premier kan Obama er nu even niet bij hebben. Hij was echter wel zo vriendelijk om op te nemen toen Erdogan aan de telefoon hing.

Volgens Debka file vormde het incident met de F-4 voor Erdogan de ideale opening tot een grootschalig westers-islamitisch-Arabisch offensief tegen Syrië. Om militaire doelen aan te vallen, no-fly zones te creëren, zowel als een bufferzone voor Syrische vluchtelingen en rebellen. Volgens Erdogan stonden leger, luchtmacht en marine in Turkije paraat voor onmiddellijke actie. Maar de VS moesten het voortouw nemen, daar stond hij op. Obama antwoordde dat de tijd niet rijp was voor een directe militaire interventie. Hij gaf de voorkeur aan het voortzetten van de covert operations die de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk en Turkije al langer uitvoeren in Syrië. Erdogan hield vol dat al-Assad zo niet op de knieën kan worden gedwongen, maar hij kon Obama niet overtuigen. Debka file verklaart aldus de tegenstrijdige verklaringen van Erdogan, die aanvankelijk verhaal wilde halen in Syrië, maar vervolgens zei geen oorlog te zullen beginnen. Natuurlijk is Debka file maar één bron, maar Turkse kranten hebben ondertussen ook met Amerikaanse regeringsinsiders gesproken en ook zij bevestigen  een verschil van mening tussen Turkije en de VS over een openlijke interventie in Syrië.

Free Syrian Army

Er is natuurlijk al langer een soort oorlog gaande in Syrië. Met aan de ene kant al-Assad, die zich gesteund weet door Iran, China en vooral Rusland. Aan de andere kant staat het door Saoedi-Arabië, Qatar, Turkije en de NAVO gesteunde Free Syrian Army (FSA). Begrijp me goed, niemand zal mij horen zeggen dat al-Assad zich niet schuldig maakt aan zeer bloedige repressie. Syrië is ook danig toe aan democratisering, dat staat vast. Alleen is het zeer twijfelachtig of het ongeregelde zootje van het FSA een garantie biedt voor verbetering van de mensenrechtensituatie in Syrië. Al is het maar omdat het al-Qaeda-gehalte van het FSA erg hoog is en omdat de beweringen van deze rebellenclub in twijfel worden getrokken door VN-onderzoekers. Aan de andere kant: zolang het westen zich beperkt tot steun aan het FSA en geheime operaties in Syrië blijft het risico van een oncontroleerbare escalatie beperkt. Dat wil zeggen, het risico op een langdurige oorlog met misschien zelfs de contouren van een beperkte wereldoorlog. Want de Oost-West tegenstelling die zich in Syrië manifesteert komt verdomd bekend voor. Obama weet heel goed dat Rusland tegen iedere prijs vast zal houden aan haar marinebasis in het Syrische Tartus. De Russen zagen recentelijk weliswaar af van nieuwe wapenleveranties aan Syrië, maar voerden de aanwezigheid van hun marinevloot in de Middellandse Zee vervolgens drastisch op. Dat soort boodschappen gaan niet voorbij aan Washington. Overigens heeft ook Israël haar marinevloot uitgebreid in de Middellandse Zee, al houdt dat officieel verband met de aardgaswinning aldaar. Toch ligt het voor de hand dat ook in Israël twijfels bestaan over het FSA en het perspectief van een fundamentalistisch soennitisch regime in Syrië. Dan liever al-Assad. Hij heeft weliswaar banden met Iran, maar hij is seculier en je weet wat je aan hem hebt. Als hij vertrekt moet je maar afwachten wat er voor hem in de plaats komt. 

Wat bezielde Erdogan?

Blijft de vraag waarom Erdogan bij Obama aandrong op een totale oorlog tegen al-Assad. Anders gesteld, wat zouden de gevolgen zijn voor Turkije van een langdurige oorlog tegen Syrië? Grote kans bijvoorbeeld dat het toerisme naar de Turkse rivièra er drastisch door terug zou lopen. Iedereen die weet hoe afhankelijk Turkije is van toerisme zal begrijpen dat het succesverhaal van de Turkse economie daar een gevoelige knauw door op kan lopen. Kennelijk spelen voor Erdogan hogere belangen dan de Turkse economie. Ankara noemt het gebrek aan vrijheid en democratie in Syrië. Om tranen van in de ogen te krijgen, maar vrijheid en democratie hebben voor Erdogan zelfs in eigen land geen hoge prioriteit. De mensenrechtensituatie in Syrië kon Erdogan eerder ook niet weerhouden van vriendschappelijk betrekkingen met al-Assad. Ondertussen behoren die tot het verleden, maar een paar jaar geleden waren beiden nog dikke maten. Bovendien meet Erdogan met twee maten. Want terwijl hij al-Assad een ‘bloedige dictator’ noemt kan zijn minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu het prima vinden met de Soedanese president al-Bashir, die door het Internationaal Strafhof in Den Haag is aangeklaagd voor oorlogsmisdaden in Darfur.

De mogelijkheid dat al-Assad een alliantie aangaat met de Koerdische PKK zou iets kunnen verklaren, al valt dat meer in de categorie gevolgen dan oorzaken. Opportunisme aan de kant van Erdogan speelt wellicht een grotere rol. Een Turks gezind soennitische bewind in Syrië past immers goed in de neo-Ottomaanse droom over Turkse hegemonie in de regio. Vooralsnog trachtte de regerende Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) langs diplomatieke wegen een leidende rol voor Turkije te creëren in het Midden-Oosten, maar ten aanzien van Syrië is Erdogan bereid verder te gaan. Hoeveel verder blijkt uit zijn door Debka file beschreven poging om Obama tot een grootschalige oorlog tegen al-Assad te verleiden. Gezien de daaraan verbonden risico’s voor Turkije en de rest van de wereld lijkt rationeel denken momenteel ver te zoeken in Ankara. Er valt veel op Obama aan te merken, en mijn vriend is hij zeker niet, maar je moet niet denken aan wat er op gang was gekomen als hij zich gek had laten maken door Erdogan.

Van Peter Edel verscheen onlangs De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen).

Volg Peter Edel op twitter


Laatste publicatie van PeterEdel

  • De diepte van de Bosporus

    een politieke biografie van Turkije

    2012


Geef een reactie

Laatste reacties (6)