718
33

Religie- en literatuurwetenschapper

Ernst van den Hemel (1981), religiewetenschapper, literatuurwetenschapper, activist. Promoveerde op religie en politiek in het werk van Johannes Calvijn. Publiceerde in 2009 Calvinisme en Politiek: Tussen Verzet en Berusting. Naast werk als academicus is hij betrokken bij verschillende activistische collectieven, waaronder Galerie Schijnheilig, Artists in Occupy Amsterdam, en verzet tegen het belachelijke concept 'de illegaal'.

Occupy en de patstelling die Nederland heet

Occupy Campaign #4: Het associëren van de Occupy beweging met bijvoorbeeld een socialistische of liberale stroming zou een terugkeer naar de patstelling betekenen: een schijnkeuze tussen het individu zonder collectief enerzijds, en het collectief zonder individu anderzijds

Dit weekend voert een uit de Occupy-beweging voortgekomen tak met de naam ‘Occupy Campaign’ actie in onder meer de Jan van Galenbuurt in Amsterdam. Dat gebeurt naar Amerikaans model: met folders, banners, een huis aan huis team en een phonebank. Zie: www.occupycampaign.nl. Joop publiceert een aantal teksten van betrokkenen over Occupy, over de maanden op Beursplein, de doelstellingen van de Occupy beweging, dilemma’s en scenario’s voor de toekomst. Hier Ernst van den Hemel over de patstelling van progressief cynisme en Occupy.

Hedendaagse bezuinigingen verraden een ideaal dat neerkomt op een kil individualisme, oppositiepartijen zijn niet in staat om meer te doen dan minimale correcties uit te voeren op dit mensbeeld of willen het beteugelen via een conservatieve staat. Internationaal is solidariteit zo mogelijk nog verder te zoeken dan landelijk waar een enkele vreemdeling, mits vernederlandst middels boerenkool, zo nu en dan nog kan rekenen op sympathie. Europa valt uit elkaar en Griekenland gaat aan haar redding ten onder. Zoals het ons wordt voorgespiegeld is de keuze die ons rest er een tussen liberale zelfredzaamheid of een conservatieve sociaaldemocratische staat. Hierdoor lijkt het onmogelijk de rol van het individu binnen het algemeen belang te verdedigen: de twee worden in het huidige debat als onverenigbare polen gepresenteerd.

Kortom, Nederland bevindt zich in een patstelling.

Meer nog dan een bezet plein is Occupy voor mij de naam van een poging deze patstelling te doorbreken. Het is een begin van een nieuwe praktijk. De uitdaging is om te voorkomen dat Occupy onder het tapijt van progressief cynisme of conservatieve agressie geveegd wordt.

Want de berichtgeving rondom Occupy was soms ronduit agressief. Dit is niet zo heel verrassend. Dat GeenStijl en de Telegraaf weinig ophebben met de bezetting van het Beursplein zal niemand verbazen. In de berichtgeving door Pownews ziet men helder hoe een aantal ideologische aannames worden toegepast. Door bijvoorbeeld consequent de aanwezigheid van daklozen bij Occupy als ridicuul af te schilderen, wordt duidelijk met wat voor dedain er naar vermeende ‘gekkies’ gekeken wordt. Dergelijke media kozen ervoor consequent alles wat met Occupy te maken had te depolitiseren. Dat dezen zij door acties rondom de bezetting als abnormaal en apolitiek gedrag van werklozen en getikte mensen te kaderen. Maar hierdoor werd het ook duidelijk dat een politieke strijd werd uitgevochten waarin het begrip ‘normaal’ een duidelijk conservatieve politieke lading kreeg. Zelfs ‘reaguurders’ viel het op met wat voor verbeten fascinatie er over Occupy bericht werd. Nu is dit in mijn optiek een goed begin. Een goed protest genereert altijd polemiek. Maar het is ook van belang om te benadrukken dat de ridiculisering door Pownews het belang van het ‘gewoon normaal doen’ bevestigd… ‘Kijk deze mensen eens gek doen.’ Zonder mensen die bereid zijn om te verklaren dat de norm doorbroken kan worden, dreigt de poging van Occupy om verandering teweeg te brengen ondergesneeuwd te raken.

Deze bovengenoemde patstelling vindt helaas ook haar weerklank in de reactie van progressieve commentatoren. Die zijn in principe natuurlijk plichtsmatig solidair met een beweging die kritisch staat tegenover een mondiale crisis, maar het lukt hen niet om uit een vastgeroeste cynische distantie te treden. Een voorbeeld hiervan is Bas Heijne. In zijn reactie op Occupy benadrukte Heijne al op 15 oktober (de bezetting van Beursplein moest nog beginnen!) dat alhoewel hij de protesten tegen marktdenken een warm hart toedraagt, het niet voldoende is om er simpelweg te staan. Er moet iets gebeuren. Er moet iets gedaan worden. Er moet eerst een helder program liggen, en een heldere analyse, en dan moet op basis daarvan effectieve actie ondernomen worden. Heijne betwijfelt of de hedendaagse maatschappij hier wel toe in staat is, hij ziet een overdaad aan scepsis die een daadwerkelijke opstand in de weg staat: “Hoe kun je in opstand komen, wanneer je niet in opstand gelooft?”

De verdediging van Occupiers tegen het verwijt dat hun actie erop gericht is ruimte te maken om over alternatieven na te denken blijft voor Heijne te vaag, en verdient het niet om politieke kritiek te mogen heten: “Ik wil ruimte om over alternatieven na te denken – dat is niet wat de bestormers van de Bastille riepen.”

Zo riskeert Occupy volgens Heijne niets meer dan een oppervlakkig modeverschijnsel te blijven. Dat deze sceptische waarschuwing al voor de bezetting van het Beursplein gepubliceerd werd is een teken aan de wand. Dat Heijne zich niet lijkt te realiseren dat dit gebrek aan geloof in daadkracht voor een belangrijk gedeelte uitgedragen wordt door commentatoren zoals hijzelf is eveneens veelzeggend.

Te vrijblijvend en te hemelbestormend, kortom. Wat dan wel een analyse zou zijn, laat staan een praktijk, die Heijne’s goedkeuring weg kan dragen blijft onduidelijk. Mij bekruipt wel eens het gevoel dat zijn roep om actie voortkomt uit een houding die dezelfde actie bij voorbaat nagenoeg onmogelijk maakt. Ik vermoed dat voor Heijne elke actie bij voorbaat niet toereikend is, net als dat niet handelen dit is. Het is een impasse waar veel mensen, inclusief ikzelf, mee te maken hebben: gewend aan het ‘kritisch’ onderuithalen van elke situatie wordt de mogelijkheid om zelf een beginpunt te denken bij voorbaat onmogelijk. Het gevaar is een gecultiveerde wens voor een betere wereld enerzijds, en het daarna onmiddellijk aandragen van punten van kritiek die deze betere wereld onmogelijk maken anderzijds. Het is in ieder geval een gegarandeerd recept voor decennialang werk als columnist.

Maar in tijden waarop de nivellerende werking van kritiek neerkomt op het bevestigen van een status-quo die egocentrisme en nationalisme bevordert is het van belang om een breuk met wat normaal gevonden wordt te bevorderen. Zolang uit kritiek geen reëel punt voortkomt hebben we weinig weerwoord tegen het ontmoedigende ‘doe eens normaal’ waarmee activisme tot gekkie en gekkie tot marge gedegradeerd wordt.

Dit artikel zou geïnterpreteerd kunnen worden als een oproep om het eens te zijn met Occupy, om de ideologie ‘Occupy’ te onderschrijven. Het zou geen recht doen aan de pogingen van de Occupy-beweging om zich niet te beperken tot één ideologie. Bovendien zou het associëren van de Occupy beweging met bijvoorbeeld een socialistische of liberale stroming een terugkeer naar de patstelling betekenen: een schijnkeuze tussen het individu zonder collectief enerzijds, en het collectief zonder individu anderzijds. Maar dit betekent niet dat de beweging ideologisch arm is. Het valt alleen niet zo makkelijk te passen in dit verouderde dualisme, dat desondanks elke nieuwe verkiezing weer weet te gijzelen.

Occupy is voor mij niet gelimiteerd tot een protest op een plein, het gaat veel verder dan dat. Het is een initiatief  dat mij in staat stelt op basis van eigen verantwoordelijkheid een gedeeld belang na te jagen. De Occupy-beweging begint bij het idee dat men zelf een actor is. Wat mij hieraan fascineert is het vertrekpunt: het nodigt mensen uit die zich met recht onderdeel van een ongerepresenteerde meerderheid voelen om te werken aan een nieuwe gemeenschappelijke basis.

Verre van een abstract verhaal is deze redenering vooral praktisch. Twee voorbeelden uit de praktijk ter illustratie:

Economische emancipatie: Het is van belang om te zien dat deze in Occupy ontwikkelde praktijk zich niet alleen op een plein afspeelt. Het move your money initiatief is hier een overtuigend voorbeeld van: het benadrukt dat iedereen een actor is in het economische proces van financiële transacties. Je geld is van jou. Door dit te benadrukken geeft het mensen een mogelijkheid om massaal een punt van dissensus te creeëren door op creatieve wijze gebruik te maken van deze eigen rol. Het overstappen van onwetendheid over je bank naar een bank die economie met sociaal bewustzijn combineert geeft een duidelijke stimulans voor andere vormen van economisch functioneren. Daarnaast is zij een beginpunt van wat onvermijdelijk de volgende emancipatiegolf moet worden waarmee het individu zich kan ontworstelen aan onderdrukking: de economische emancipatie. 

Solidariteit: Het hierboven omschreven beginpunt impliceert ook een nieuwe verbintenis tussen de eigen wereld en algemene vraagstukken. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de beeldvorming rond Griekenland, waarin de Grieken als lui worden bestempeld vanwege de financiële situatie van een land, gezien moet worden als een gedeeld fundamenteel probleem. Zo fundamenteel dat het feitelijk niets met de economische huishouding van Griekenland te maken heeft. Deze beeldvorming zal door niemand anders dan onszelf vervangen moeten worden. Vervangen door verzet tegen de vanzelfsprekendheid waarmee de democratie vernield wordt middels onbevraagde implementatie van neoliberale doctrines. Zo zijn ook het stijgende aantal mensen met betalingsproblemen met hypotheken in Nederland niet slechts een persoonlijk of overheidsprobleem, maar een gedeeld probleem. De omgang met de crisis zal door onszelf actief vormgegeven moeten worden. We zien aan Griekenland wat ons te wachten staat.

En, misschien nog wel belangrijker, Occupy nodigt uit tot het laten varen van scepsis en daagt ons uit zelf vorm te geven aan een nieuwe praktijk.

Bas Heijne concludeerde in een tweede column over Occupy:

Wil de beweging meer zijn dan een millennaristische oprisping, dan zal ze het systeem moeten uitdagen. Daar is werkelijke confrontatie voor nodig. Tot nu toe heb ik hier nog geen enkel serieus debat tussen een bankier en een betoger gezien. Het zou een begin zijn.

Wil de beweging meer zijn dan een oprisping dan zullen wij vooral onszelf moeten uitdagen over de cynisch progressieve houding heen te stappen. Tot nog toe heb ik veel overtuigende voorbeelden gezien die uit de Occupy beweging zijn voortgekomen. Maar ik heb Bas Heijne het debat tussen een bankier en een betoger nog niet zien organiseren.

Bekijk hier de Occupy Campaign website

Geef een reactie

Laatste reacties (33)