401
6

Mediamaker en communicatie-adviseur

John Verhoeven was redacteur bij o.a. Utrechts Nieuwsblad, en daarna ruim tien jaar hoofdredacteur van een maandblad. Tegenwoordig heeft hij een mediabureau en geeft hij cursussen en trainingen ‘crossmediaal bladenmaken’ en ‘visual storytelling’ aan redacteuren, onder meer bij De Redactie en de Media Academie.  
Foto © Arnaud Mooij

Occupy maakt andere wereld mogelijk

Het ontbreken van een leider en een duidelijk eisenpakket, is juist de kracht van de Occupy Wall Street-beweging

De Occupy Wall Street-beweging heeft de Nederlandse straat bereikt en kreeg daarom de afgelopen dagen veel aandacht in de media. Er was verbazing over het feit dat de demonstranten allemaal wel een andere reden leken te hebben om mee te doen. De kredietcrisis en de graaiende bankiers werden overal genoemd, maar er was nog een hele waslijst aan andere maatschappelijke klachten. Die hoorden er kennelijk ook bij.

De journalisten, op zoek naar een duidelijke agenda, werden teleurgesteld. Er was ook al geen woordvoerder die in een minuutje voor de camera kon uitleggen wat hier gaande was. Geen concreet eisenpakket, geen woordvoering, geen sturing, geen structuur. Dat was voor veel commentatoren en analisten reden om Occupy Wall Street en al haar lokale edities, een beetje te bagatelliseren. In het NRC vervulde onder andere Bas Heijne die rol. ‘Hier moet je bij zijn, ook al weet je niet precies waar je bij bent’, meent hij. Op vk.nl bleef Thomas von der Dunk, met een al even voorspelbaar verhaal, niet achter.

Jammer genoeg bestreek hun analyse niet het gedrag van de media zelf – dat van henzelf incluis. Journalisten en commentatoren willen instant-duiding: waar is het programma van eisen? Wie gaan er voor zorgen dat er wat gebeurt? En ze willen een gezicht. Bring me to your leader.

Wereld Sociaal Forum
Dat is nou juist iets wat de Occupy-beweging bewust vermijdt. Het lijkt allemaal erg op het Wereld Sociaal Forum, een reeks van jaarlijkse ontmoetingen van duizenden burgerlijke organisaties die in het vorige decennium werden gehouden. Georganiseerd door een paar grote ngo’s bood het Wereld Sociaal Forum vanaf het jaar 2001 tot eind van het decennium een open ruimte voor contact, debat en uitwisseling voor burgers die voor zichzelf en anderen een humane samenleving wilden.

Met als slogan ‘Een andere wereld is mogelijk’ trokken die bijeenkomsten gemakkelijk meer dan 100 duizend mensen, vooral uit de Derde Wereld. Het ging vaak over armoede, slecht bestuur, vrijhandel die lokale samenlevingen in de ellende stortten, privatisering van publieke diensten, etcetera. Het was een zoemende bijenkorf van duizenden grote en kleine, politieke en religieuze, fanatieke en zachtaardige clubjes.

Vakbonden, wetenschappers, politici, nonnetjes, studenten, anarchisten, idealisten en schrijvers; alles was welkom en scharrelde door elkaar. Ik heb diverse forums meegemaakt (India, Brazilië, Kenia). Het was overal hetzelfde: geen leiders of woordvoerder, tientallen grote en kleine agenda’s, veel plannen, veel samenwerking. En steevast erg weinig aandacht in de westerse media. Die konden er niet zo veel mee, leek het. Er was geen agenda, geen eisenpakket, en geen antwoord op de vraag: bring me to your leader.

Westerse stoep
Dat zien we nu ineens opduiken op onze westerse stoep. Nu gaat het om onze problemen, niet die van arme landen. Het proces is hetzelfde. Wie bepaalt er waar het met onze samenleving naar toe gaat?

Het is een elementaire vraag die niet zo simpel te beantwoorden is. Toen de Russen honderd jaar geleden doodgingen van de honger, wisten ze waar ze moesten zijn met hun klacht. Ze trokken naar het Winterpaleis in St. Petersburg. Daar zat de man die er als enige iets aan zou kunnen doen. Maar waar staat anno 2011 het Winterpaleis? Moet je naar het Torentje van Rutte? Naar de EU in Brussel? Naar Wall Street? Het Witte Huis? Naar China?

Dan kun je net zo goed op de stoep gaan zitten in je eigen hoofdstad. Als je het maar samen doet. Een beweging zonder leider is flexibeler en duurzamer dan een beweging met leider. Kijk maar naar Wikileaks en Assange. Dat media en commentatoren daar niet zo van houden, is jammer, maar het geeft niet. De gewone media spelen namelijk geen rol meer in het versterken van een beweging en de gooi naar de macht.

Gele ballon
Grappig genoeg kwam tegelijk met de mondiale Occupy-evenementen ook een andere protestactie in het nieuws: de mislukte plofkoffer van Greenpeace, bedoeld als protest tegen treinvervoer van kernafval. Justitie onderzoekt de zaak, en de arme activisten moesten naar het strand om de media te laten zien hoe lullig en onschuldig hun actie eigenlijk was: iets met een gele ballon. Bedacht om er mee in de krant te komen. Een actie uit het jaar nul.

Intussen gaat Occupy Wall Street als een veenbrand over de wereld. Ondergronds, of eigenlijk het tegenovergestelde, in de cloud, via social media. Als de kou toeslaat en de activisten weer hun warme huis hebben opgezocht, gaat Occupy door. Onzichtbaar, op vele fronten, telkens door andere mensen, lokaal afgestemd op wat de betrokken in hun hoofd hebben en haalbaar achten.

Intussen is het Wereld Sociaal Forum opgeheven. Het hoeft niet meer. Het aantal burgerorganisaties dat iets doet tegen mondiaal onrecht is in tien jaar tijd ongeveer verduizendvoudigd. Er is al veel veranderd, de agenda’s van tien jaar geleden zijn omgegooid.

Occupy Wall Street bestaat uit miljoenen mensen die zichzelf organiseren in duizenden clubjes, nieuwe of bestaande, groot of klein, vriendelijk, politiek of religieus. Ze zullen allemaal hun bijdrage leveren. Niet ondergronds, maar in de cloud. De Occupy Wall Street-acties zijn nu even zichtbaar, en straks waarschijnlijk niet meer. Dat doet aan het effect weinig af.

Dit stuk staat ook in de Volkskrant.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)