311
4

Leerkracht basisonderwijs

Maddy Hulshof is leerkracht, ze schrijft regelmatig over het opgroeien van haar zoon Gijs (16 PDD-NOS). Over mooie verrassende momenten maar ook over moeilijke keuzes. Gijs zit in het examenjaar van het regulier voortgezet onderwijs.

Offertjes

Ik ben zo bang dat mijn Gijs in het putje terecht komt. Je kunt niet besparen en vernieuwen tegelijk.

‘Is het mijn schuld?’ Ik kijk op van de zaterdagkrant, Gijs zit met gebogen hoofd tegenover me. ‘Is het mijn schuld dat ze ontslagen wordt, omdat ze mij meer aandacht geeft?’ Ik kan alleen maar ‘nee’ schudden. De essentie van de bezuiniging op onderwijs in een warrig kinderhoofd. Ik wil hem op schoot trekken, maar ja: 186 cm, 13 jaar en autisme, dat knuffelt niet goed.

‘Ach gut’ zegt mijn man, hij heeft vaak niet zoveel woorden nodig. Mijn man werkt in een fabriek waar het zijn taak is ervoor te zorgen dat mens en machine zo goed mogelijk op elkaar zijn afgestemd. Soms komt er een nieuwe machine, daarvan is dan nog niet zeker of hetzelfde hoogwaardige product er van af komt. Mijn man laat dan beide machines tegelijk draaien. De oorspronkelijke machine blijft in bedrijf zodat de nieuwe machine ‘fouten’ mag maken. Want er valt altijd wel iets van de band, of de machine loopt vast. Of mensen moeten iets opzoeken in de handleiding. Geen probleem: vernieuwing mag wat kosten. Dat wat op de grond ligt wordt in het putje geveegd, de nieuwe machine anders afgesteld. Je kunt niet besparen en vernieuwen tegelijk.

En dat is precies wat er in onderwijsland gaat gebeuren. Kinderen in een nieuw systeem waarbij mens en machine nog niet zijn afgesteld. Ik ben zo bang dat mijn Gijs van de band valt en in het putje terecht komt. En als het Gijs niet is, dan is het een ander kind. Want daar heeft de minister rekening mee gehouden ‘als blijkt dat het niet werkt, dan stel ik bij’. Als blijkt dat het niet werkt: hoeveel kinderen moeten er hoelang in het putje voor er wordt bijgesteld. Dat kan jaren duren.

In de tussentijd moeten we verder, ik heb nagedacht wat ik kan doen. ‘Bali’ schiet steeds door mijn hoofd. Jaren geleden waren we daar met onze kinderen. Gijs had daar de tijd van zijn leven: net als de Balinezen bracht hij de hele dag ‘offertjes’: gevlochten palmblad met daarop wat rijst, een bloem, geurende wierook en soms geld. Alles om de goden gunstig te stemmen, zij zorgen voor jou zodat je zelf van het leven kon genieten. Gijs bracht 5 x per dag een offer en ging daarna weer verder met het dirigeren van de oceaan, en alles was goed. Bali en bezuinigingen.

Ik moet de komende tijd ‘offertjes’ brengen. School van Gijs: ik breng u mijn kind, schoongepoetst; goedgekleed; frisruikend en tot het bot gemotiveerd, zorgt u alstublieft dat alles goed komt. Zeg me wat u nodig heeft, ik zal het u brengen. Het leert me ‘nederigheid’, tot nu toe niet een van mijn sterke punten.

Ik buig mijn hoofd, net als Gijs en net als de minister tijdens de stemming over passend onderwijs. Die duurde maar 20 seconden. Niet genoeg tijd voor schuld en offertjes. Maar ik kan niet in de put blijven: ik moet mijn kind oppoetsen.

Dit is Nederland en het land van melk en honing is verder weg dan ooit.

Verscheen ook op het weblog van Maddy

Geef een reactie

Laatste reacties (4)