1.414
13

campagneleider Milieudefensie

Geert Ritsema is themacoördinator bij Milieudefensie

Olie, de vloek van de Nigerdelta

Het bestrijden van armoede, geweld en ontvoeringen heeft geen zin zolang bedrijven als Shell hun olievervuiling niet opruimen

In Nederland heerst deze week opluchting over de vrijlating van drie Nederlanders en hun twee Nigeriaanse begeleiders, die gekidnapt waren in de olierijke Nigerdelta. Dit incident is echter maar het topje van een ijsberg aan ontvoeringen, gijzelingen, bende-oorlogen en andere vormen van geweld in de Nigerdelta. Een effectieve aanpak van deze problemen is volgens Geert Ritsema van Milieudefensie alleen mogelijk als er iets gedaan wordt aan de milieuvervuiling en daaruit voortvloeiende armoede in het West Afrikaanse land.

De afgelopen decennia zijn in Nigeria voor honderden miljarden dollars aan olieopbrengsten uit de bodem gehaald. Een deel van deze opbrengsten verdwijnt in de zakken van buitenlandse oliemaatschappijen, zoals Shell, ENI, Total en Chevron. Een ander deel gaat naar de – meestal corrupte – zakelijke en politieke Nigeriaanse elite.

Criminelen
De straatarme mensen die bovenop de enorme olierijkdom wonen zien er over het algemeen geen naira-cent van de terug. Sterker nog: zij hebben geen lusten maar juist heel veel lasten van de olieproductie in hun land. Hun leefomgeving en middelen van bestaan worden vernield door massale olievervuiling. Die ontstaat door een combinatie van slecht onderhoud van olieleidingen en olie-installaties, en doordat criminelen de nauwelijks bewaakte en vaak bovengronds gelegen pijpleidingen gemakkelijk kunnen saboteren om olie te stelen. In de afgelopen vijftig jaar zijn naar schatting 11 miljoen vaten olie het milieu ingelekt. Dat is twee keer zo veel als bij de ramp met de Deep Horizon in de Golf van Mexico in 2010.

Volgens een rapport van UNEP – het milieubureau van de Verenigde Naties – uit 2011 heeft de olievervuiling in Ogoniland – een gebied in het hart van de delta – ervoor gezorgd dat er daar nauwelijks meer visserij en landbouw mogelijk is. Visserij en landbouw zijn de enige middelen van bestaan voor ongeveer 80 procent van de bevolking van de Nigerdelta. Slechts dertig procent van de bevolking in de vervuilde gebieden heeft toegang tot schoon drinkwater.

Wanhoop
Wie Ogoniland bezoekt kan met eigen ogen zien tot wat voor wanhoop dit leidt. Zo zag ik eind 2012 in het dorp Goi hoe een jongetje van nog geen tien jaar oud met de moed der wanhoop in een met olie besmeurde jerrycan nog een paar piepkleine visjes had weten te vangen. De visjes stonken sterk naar olie en het jongetje klaagde de hele tijd over buikpijn. Toch had hij geen andere keuze dan de visjes op te eten: iets anders om te eten had hij niet.

Wat bijzonder schrijnend is aan de situatie in de Nigerdelta is dat de bevolking – ondanks alle gedolven rijkdom van de afgelopen vijftig jaar – alleen maar armer is geworden. Het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft is sinds de start van de grootschalige oliewinning, begin jaren ’60, verdubbeld van 30 naar ruim 60 procent. De gemiddelde levensverwachting is 41 jaar. Bejaarden zie je dan ook nauwelijks in het gebied. Kortom: olie is voor het overgrote deel van de bevolking van Nigeria geen zegen maar een vloek. En vormt een belangrijke voedingsbodem voor geweld door mensen die zijn beroofd van hun middelen van bestaan en een perspectief voor de toekomst.

Overmacht
Volgens het al eerder genoemde rapport van de Verenigde Naties uit 2011 draagt Shell – de grootste buitenlandse oliemaatschappij in Nigeria – een zware verantwoordelijkheid voor de enorme milieuvervuiling en de daaruit voortvloeiende armoede. De VN stelt onder meer dat de opruimmethode die Shell in Nigeria toepast “niet leidt tot herstel van milieuschade” en zelfs niet tot een situatie die “in overeenstemming met de wet” is.

Ter verdediging beroept Shell zich vaak op sabotage en overmacht. Dat argument is echter in januari 2013 door de rechtbank in Den Haag van tafel geveegd. Die stelde – in een zaak die door Milieudefensie en vier Nigeriaanse boeren tegen Shell was aangespannen – dat oliemaatschappijen verplicht zijn om hun installaties afdoende tegen sabotage te beveiligen en dat Shell dit in het dorp Ikot Ada Udo – een van de drie dorpen die in de rechtszaak van Milieudefensie aan de orde komen – onvoldoende had gedaan. Bovendien is Shell altijd verplicht om olie op te ruimen, ongeacht de oorzaak van lekkages. Met andere woorden: Shell voert sabotage ten onrechte aan als excuus om de uit haar installaties gelekte olie niet op te ruimen.

Shell verdient naar schatting twee miljard euro per jaar aan de oliewinning in Nigeria. Die winst verdwijnt op dit moment bijna in zijn geheel naar Nederland. In plaats van zich op schaamteloze wijze te blijven verrijken, zou Shell een deel van die winst moeten investeren in het schoonmaken van de Nigerdelta en het helpen van de Nigeriaanse bevolking. De kans is groot dat het geweld en het ontvoeringsrisico in de regio dan sterk zullen afnemen.

Geert Ritsema is campagneleider energie en grondstoffen bij Milieudefensie en was de afgelopen jaren regelmatig in de Nigerdelta

Geef een reactie

Laatste reacties (13)