Laatste update 22:29
2.224
80

Rechtenstudent

Onderscheid de coronamaatregelen juist wel naar bevolkingsgroepen

We moeten het debat voeren over hoe we het praktisch gaan uitvoeren dat kwetsbaren en niet-kwetsbaren goed naast én met elkaar kunnen samenleven

cc-foto: Dirk Vorderstraße

“Juist omdat het virus onderscheid maakt, juist daarom moeten wij dat niet doen.” Dit is één van de zinnen die minister De Jonge uitsprak op de laatste persconferentie. Het ging over het wel of niet maken van onderscheid in maatregelen op basis van de risicogroepen. Ik hoorde het niet eerder op de manier waarop De Jonge het bracht.

Je bevinden in een risicogroep van COVID-19 is pech hebben. Je hebt geen invloed op of je wel of niet in een risicogroep zit. Net als dat je geen invloed hebt op je IQ. Je IQ is grotendeels afhankelijk van je genen. Maar om dan als De Jonge te stellen dat we dat natuurlijke onderscheid in leeftijd (of genen) moeten vergeten, vind ik te ver gaan.

We differentiëren als samenleving al jong: op je 12de ga je naar de middelbare school waarin je geheel op je eigen denkniveau zit. Bij mij begon het onderscheid maken al in groep 6 op de basisschool. Door plus-klasjes voor de slimmeriken en bijspijkeruurtjes voor de achterlopers. De discussie wordt gevoerd natuurlijk. In hoeverre moet je al op zo’n jonge leeftijd niveauverschillen toewijzen? Maar weinigen die het oneens zijn met de stelling dat slimmeriken en achterlopers op een voor hen passende manier onderwijs moeten volgen. En dat passende onderwijs is voor een ieder anders. Daar differentiëren we op.

De trein gaat namelijk door. En dat is in een situatie van – volledige – gelijkschakeling een zeer nadelig gegeven. Voor de slimmeriken, omdat die niet hun individuele ontplooiing maximaal kunnen benutten. En voor de achterlopers, omdat zij moe en uitgeput de trein niet kunnen halen. Dus maken we verschil. Want wanneer een intercity onverhoopt achter een stoptrein zit, mag deze intercity de stoptrein toch ook inhalen?

Ik vroeg het aan mijn Instavolgers: moeten we onderscheid maken in maatregelen op basis van risicogroepen? De uitslag onder mijn volgers was aardig gelijk verdeeld.

Tegenstanders wezen op het risico van overdracht van niet-kwetsbaren naar kwetsbaren. Een probleem dat, gelet op de ziekenhuiscijfers van de afgelopen weken, niet groot lijkt te zijn. Daarnaast zijn daar genoeg pragmatische oplossingen voor te vinden: voor wie kwetsbaren in zijn of haar directe, al dan niet huiselijke, omgeving heeft zullen – en moeten – we online mogelijkheden om bijvoorbeeld lessen te volgen aan blijven bieden. Daarmee kan de (zeer) naaste omgeving rondom kwetsbaren, net als nu, een bubbel blijven.

Een andere tegenstander reageerde op Instagram dat we een samenleving vormen en dus solidair moeten zijn. Maar waarom moet de intercity een stoptrein worden? Om welke reden is het dan solidair en een teken van samenleven om de samenleving gelijk te schakelen aan de zwakkere groep? Samenleven betekent namelijk ook het niet ontnemen van de mogelijkheid tot individuele zelfontplooiing.

In de hitte van de coronacrisis schakelden we de samenleving gelijk aan de capaciteit van de IC-bedden. Dat was de grote angst: te weinig IC-bedden en verpleegkundigen. Waarom? Anders zouden we mensen op de IC moeten weigeren, selecteren. Zoveel mogelijk levensjaren moesten gered worden. Maar, naar nu blijkt heeft het stilleggen van de reguliere zorg een factor 7 tot 20 meer aan levens gekost dan opgeleverd (Gupta Strategist, 21 mei 2020). Ook de financiële druk van de coronabehandelingen blijkt disproportioneel hoog te zijn geweest.

Voorstanders van mijn Instagram-stelling zeiden, naar mijn mening terecht, dat je niet van iedereen kan vragen niet te gaan zwemmen louter omdat een bepaalde groep niet kan zwemmen. Ook iets dat sommige OMT-leden recentelijk hebben gezegd. Want, waarom zou je besluiten de hele samenleving gelijk te schakelen aan de zwakkeren? Hoe wegen we de waarden solidariteit en individuele zelfontplooiing tegen elkaar af? Zijn er geen tussenoplossingen? Want differentiatie in de maatregelen hoeft mijns inziens niet per definitie een “twee stromensamenleving” zoals De Jonge zei te betekenen.

Bij sporten hoeft niemand meer afstand te houden en jongeren onder de 18 jaar zijn in geen enkele situatie meer verplicht 1,5 meter afstand te houden. Waarom trekken we de toch al beetje arbitraire grens van 18 jaar niet omhoog naar 30 jaar? Dan kunnen hoorcolleges weer fysiek doorgang vinden. Dan kunnen jongeren weer op reguliere wijze naar de borrel van hun studentenvereniging. Dan geven we deze jongeren hun nu mijns inziens disproportioneel afgenomen vrijheid weer terug.
Want weet: maar 1,3% van de IC-capaciteit is gebruikt door jongeren tot 30 jaar. En dat terwijl deze leeftijdsgroep ruim 34% van de populatie betreft. Ter vergelijking: 70+ namen 33% van de IC-capaciteit in en vertegenwoordigen maar 13,9% van de populatie.

Het risicoverschil is zo groot dat de coronamaatregelen op de huidige manier handhaven disproportioneel is. De coronamaatregelen wel differentiëren naar risicogroepen is een daad van solidariteit. Solidariteit van de kwetsbaren naar de niet-kwetsbaren. Zodat de gehele samenleving niet gelijkgeschakeld wordt aan de zwakste groep. We moeten het debat gaan voeren over hoe we het praktisch gaan uitvoeren dat kwetsbaren en niet-kwetsbaren goed naast én met elkaar kunnen samenleven in onze samenleving. We doen het samen, maar zonder gelijkschakeling van de hele samenleving aan de kwetsbaarsten. “De intercity spreekt hier. Stoptrein, mag ik je inhalen?”

Geef een reactie

Laatste reacties (80)