Laatste update 25 juli 2017, 11:06
2.958
31

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Dit onderzoek naar populisme is het Wilhelmus fluiten in het donker

Nederland is een klein land en de Nederlanders vormen een klein volk maar we hebben met elkaar de zaken wel beter voor elkaar dan in de rest van de wereld. Toch?

Foto: CC Thomas van de Weerd

Deze maandag heeft De Volkskrant zijn lezers getrakteerd op een portie klassiek Nederlands nationalisme. Dwars over de voorpagina staat: ‘Nederlandse kiezer is beperkt vatbaar voor populisme, Fransen en Britten het vatbaarst’. In het artikel lezen wij dat de helft van de kiezers snakt naar een sterke leider. terwijl slechts vijftien procent van het electoraat een proteststem uitbrengt. Dat blijkt uit een groot Europees onderzoek van het internationale peilingbureau Kantar Public.

De rest maakt uit overtuiging een hokje rood. Dit stemt de politicoloog Cas Mudde, door de Volkskrant aangeduid als “populisme-expert” tot tevredenheid. Die Nederlandse kiezers bedoelen met een sterke leider volgens hem een daadkrachtige democratische politicus. Tim de Beer van Kantar Public voegt daaraan toe dat de traditionele Nederlandse politici een effectief antwoord hebben op populistische dwarsliggers. Zij nemen gewoon hun programma deels of geheel over. Lekker dan.

Toch vindt de Volkskrant dat deze cijfers heel fraai contrasteren met die in Frankrijk en Engeland, waar men minder vertrouwen in de democratie heeft, vaker een proteststem uitbrengt en meer uitziet naar sterke leiders. Wat dat betreft blijkt Duitsland de rode lantaarn te dragen: daar ziet nog geen kwart wat in zo’n figuur, waarschijnlijk omdat men er al enige ervaring heeft opgedaan met een sterke leider.

Ongetwijfeld zal menigeen zich op grond van het Kantar Public onderzoek op de borst kloppen. Het bevestigt namelijk een aantal grondstellingen van het Nederlands nationalisme zoals dat sinds de negentiende eeuw vorm heeft gekregen. Dat zit ongeveer als volgt in elkaar: Nederland is een klein land en de Nederlanders vormen een klein volk maar we hebben met elkaar de zaken wel beter voor elkaar dan in de rest van de wereld. Dat komt omdat wij verstandig zijn en ons niet laten leiden door emoties en gevaarlijke dromen zoals de Duitsers en de Fransen. Ook zijn wij zedig en houden wij afstand tot het wufte Parijs. Daarom zijn de onderdanen van de Nederlandse koloniën ook zo tevreden: wij zijn geen botte veroveraars en onderdrukkers maar voeren aldaar een ethische politiek. Voor het overige houdt Nederland zich buiten allerlei internationale conflicten. Het komt op voor vrede en vrijhandel.

De Eerste Wereldoorlog gaf aan deze vorm van nationale zelfvoldaanheid een enorme impuls. Wij waren geen slaven van ongemotiveerde haat. Wij lieten onze jongens niet massaal creperen in de loopgraven.
In de jaren 1940 -1945 betaalde Nederland leergeld: voor vrede had je gelijkgezinde landen nodig. Sindsdien maakt het deel uit van het westers bondgenootschap en ontwikkelde het zich tot stichtend lid van wat tegenwoordig de Europese Unie is. Tegelijkertijd leerden wij in de Verenigde Staten het baken van vrijheid en vredeswil zien ook al dwongen ze ons uit onverstand de koloniale ambities op te geven.

We uitten trots op de groeiende welvaart, op grote projecten zoals de Deltawerken, op de sociale voorzieningen, op het poldermodel. En ons geweldig ontwikkelingsbeleid dat de ethische politiek was opgevolgd. Nog steeds meenden de Nederlanders dat zij het beter voor elkaar hadden dan in de rest van de wereld. Als de andere landen aan ons een voorbeeld zouden nemen, dan zou het wel beter gaan met de planeet. Helaas waren wij maar een klein kikkerlandje. Wij moesten er mee leven dat niemand luisterde. Wij mochten blij zijn dat wij onder de paraplu van de Navo konden schuilen tegen de machten van het kwaad.

Uit diezelfde bron van zelfvoldaanheid komt de gedachte voort, dat de hele wereld naar Nederland onderweg is omdat je hier zo fijn kunt wonen. Dit nationalisme heeft vooral in de eenentwintigste eeuw deuken opgelopen. Bij nader inzien bleek Nederland minder volmaakt dan men altijd had geloofd. Ook hier kon een vuurwerkfabriek in een woonwijk ontploffen. Dat was niet iets dat alleen maar in Peru of China voorkwam. Ook hier kon een politicus vermoord worden. Ook hier ging de overheid tamelijk schouderophalend aan de groei van de dakloosheid voorbij. Ook hier bleek de politie minder effectief dan je van zo’n instelling mocht verwachten en ook hier werden staatslieden op zelfverrijking betrapt, terwijl grote financiële ondernemingen het publiek met vage informatie verleidden tot deelname aan zeer risicovolle beursspelletjes (wat dan bijvoorbeeld spaarbeleg heette). Ook hier waagde de overheid soldaten aan niet altijd even doordachte buitenlandse avonturen. En het aardgas, dat godsgeschenk, die grootse bodemschat, dat was bij nader inzien een vloek. Daar kwamen aardbevingen van.

Zulke vervelende feiten veroorzaakten gevoelens van onzekerheid bij veel Nederlanders. Het lijkt wel of er iets bedorven is. Dat leidt tot een jacht op zondebokken, de vliegen die de zalf bederven, om het bijbels te formuleren. Dat kunnen er een heleboel zijn: migranten en vluchtelingen, graaiers aan de top van overheid en bedrijfsleven, bijstandsgerechtigden, volgevreten babyboomers, hangjongeren, populisten, het netwerk van de kartelpartijen. Als die zondebokken maar de woestijn in gejaagd werden, dan kwam het Nederland uit onze nationalistische dromen weer terug.

Flauwekul natuurlijk. Nationalisme schept altijd een ernstig opgeleukt zelfbeeld dat maar in beperkte mate stoelt op de werkelijkheid. Het kikkerlandje met zijn interne volmaaktheid heeft op die manier nooit bestaan.

Toch blijven we ons vasthouden aan onze nationale droom. Dat blijkt uit de manier waarop de Volkskrant het onderzoek van Kantar Public interpreteert. De Nederlanders vormen een wijs en gematigd volk dat weloverwogen zijn stem uitbrengt. Anderen haken pas echt naar sterke leiders. Anderen stemmen veel meer dan wij uit protest. Anderen hebben pas weinig vertrouwen in de democratie.

Je kunt de cijfers van Kantar Public ook anders uitleggen: mensen stemmen niet zozeer uit protest op Denk, de PVV, het FvD of 50Plus maar omdat ze echt in de uitgangspunten van de leiding geloven. Het is geen frivoliteit. Het is overtuiging. En dan houden we maar vast aan de gedachte dat de roep om een sterke leider eigenlijk het verlangen is naar een bekwaam democratisch politicus. Terwijl Geert Wilders met zijn twintig zetels blijkens zijn eigen uitspraken weinig op heeft met de rechtstaat. Nederland kent fikse minderheden die uit volle overtuiging nog maar weinig op hebben met democratie. Die geloven dat vrijheid van meningsuiting betekent dat zij mogen uitschreeuwen wat ze willen terwijl andersdenkenden een toontje lager moeten zingen.

Nee, die dikke tevredenheid om het onderzoek van Kantar Public, dat is het Wilhelmus fluiten in het donker.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (31)