1.388
19

Journalist - Onderzoeker

Ongeveer één op de duizend Volt-leden heeft interesse in het Europese partijbestuur

De Volt-files: Een vederlicht bestuur moet de Europese partij bijeenhouden

Deze week verschenen de actuele ledencijfers van Volt Europa. In augustus had de partij ruim 16.000 leden. Volt presenteert zich graag als Europese partij, maar de werkelijkheid is anders: tweederde van de leden komt uit Nederland en is dus (ook) lid van de Nederlandse afdeling die afgelopen maart drie zetels in de Tweede Kamer veroverde.

Volt
Foto: EPA / Sem van der Wal

Je zou Volt Europa ook een Nederlandse partij met wat buitenlandse filialen kunnen noemen. Duitsland en Italië zijn daarvan verreweg het belangrijkst. De nummer vier, België, komt niet verder dan 207 leden. De aantallen lopen snel terug naar 90 in Zweden, 55 in Portugal en 53 in Luxemburg. Toch kan het altijd erger: in veel landen heeft Volt Europa zo weinig leden dat deze niet eens in de overzichten worden vermeld. Het wordt nog een hele toer om al deze landelijk georganiseerde afdelingen een steuntje in de rug te geven zodat ze even succesvol worden als die in Nederland.

Dat is de taak van het bestuur van Volt Europa. We stuiten hier direct op een probleem: voor de leek is de organisatie van Volt slecht te volgen omdat de partij Europees is georganiseerd en niet nationaal. Het uitgangspunt van Volt is een Europees programma en een Europese organisatie, aangevoerd door dat Europese bestuur. Daar hangen dan per land weer nationale besturen onder, zoals het Nederlandse bestuur dat momenteel de deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen voorbereidt. De grote vraag is: wat is het eigenlijk voor bestuur dat Volt Europa bestiert?

Een nieuw te kiezen bestuur
Deze maand biedt mooie kansen om meer over het Europese bestuur te weten te komen. In oktober komt Volt Europa bijeen om een nieuw bestuur te kiezen. Volt-leden konden zich onlangs kandideren. Dinsdagavond zitten we in een Zoom-sessie waar een aantal kandidaten zich aan de leden voorstelt. Woensdag volgt een tweede. Op de dag dat Volt Europa bekendmaakt 16.000 leden te hebben trekt deze Zoom-sessie zestien aanwezigen en daar bovenop een handjevol mensen via het eigen intranet. Eigenlijk tellen uw verslaggever, de vijf kandidaten en de twee organisatoren niet mee bij deze aantallen.

Deze minimale ledeninteresse is een veeg teken hoe het met de Europese organisatie van Volt gaat. De interesse van de leden gaat overduidelijk uit naar hun nationale afdeling, zoals die in Nederland. Men is daar erg druk met de lokale verkiezingen, het zoeken van kandidaten en het schrijven van partijprogramma’s. De Europese laag van Volt heeft nauwelijks prioriteit, terwijl het te kiezen Europese bestuur in theorie de kern van de organisatie vormt. Een vreemde situatie: het enige wat Volt uniek maakt is deze Europese constellatie maar de eigen leden halen er hun schouders over op.

In deze sessie stellen vijf jonge vrouwen van hooguit dertig zich aan ons voor. We zien hier een typisch kenmerk van Europese politiek: ze komen uit andere EU-landen en zijn mede daarom totaal onbekend. Twee kandidaten zitten al in het huidige bestuur. Ze vertellen stuk voor stuk dat ze in meerdere landen hebben gewoond en dat ze gepassioneerd zijn over Europa. Daarna praten ze over de hamvraag: hoe gaan de bestuurskandidaten ervoor zorgen dat Volt pan-Europeser wordt? Het is een verzachtende formulering voor: hoe gaan ze ervoor zorgen dat de partij minder Nederlands wordt en in meer landen iets gaat voorstellen?

Vederlicht gebabbel
Erg veel ideeën hebben ze daar niet over. Kandidaat Francesca meldt dat het heel normaal is dat landelijke afdelingen ver van het Europese niveau afstaan. Er moet meer pro-actieve communicatie komen. Kandidaat Mihaela meldt dat de pan-Europese structuur nooit af is en continu onderhoud behoeft. Ook is het erg belangrijk dat Volt met één stem spreekt. Kandidaat Sofia babbelt haar na: het is erg belangrijk te bewijzen dat pan-Europese politiek werkt en daarvoor zijn een Europese infrastructuur en dito visie nodig. Kandidaat Xenia wil dat landelijke afdelingen meer gaan samenwerken.

In theorie zet het Europees bestuur de lijnen uit: men zet een Europese structuur op, formuleert een Europese visie en stimuleert samenwerking tussen landelijke afdelingen. Het probleem laat zich raden: als de succesvolle en dus oppermachtige Nederlandse afdeling geen zin heeft in samenwerkingsprojecten of wil afwijken van de centrale ideeën, kan dat gewoon: Volt zet haar meest succesvolle afdeling niet snel bij het grof vuil, al is het maar vanwege de afdrachtsregeling. Het Europese bestuur heeft vooral iets te zeggen over afdelingen die niets voorstellen. Dat zijn alle landen behalve Nederland, Duitsland en misschien Italië.

Dit Europese bestuur doet heel interessant, maar de kandidaten komen qua niveau niet verder dan die van een gemiddeld studentendispuut. Ze praten over hun associaties bij het woord Europa, hoeveel talen ze spreken, hun favoriete Europese plek, hun laatst gelezen boek, hun favoriete keuken, de politici die ze bewonderen en hun favoriete televisieprogramma. Worden dit de bestuursleden die Volt Europa in meerdere landen tot een succes gaan maken en die de Nederlandse Kamerleden gaan vertellen dat ze zich aan de Europese visie moeten houden? De leden weten beter: ze hebben deze avond wel wat beters te doen.

Er resteert dan maar één vraag: de leden van Volt gingen bij een Europese partij, kennelijk omdat ze erg overtuigd zijn van het nut van een partij met een Europese structuur. Als ze die structuur eigenlijk irrelevant vinden: waarom werden ze dan niet gewoon lid van D66?


Laatste publicatie van Chris Aalberts

  • De Partij Dat Ben Ik

    De politieke beweging van Thierry Baudet

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (19)