4.376
82

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Ongezond leven is geen keuze

Over tien jaar is de zorg onbetaalbaar door onnodige ziektes: alleen een alomvattende benadering kan het probleem oplossen

Ongezond leven wordt gezien als een individuele keuze maar het is een maatschappelijk probleem. Dat vereist dan ook geen individuele aanpak (diëten!) maar een alomvattende oplossing en daar heb je lef voor nodig, stelt Ivan Wolffers.

Ongezonde leefstijl, overgewicht, metabool syndroom, toename diabetes 2 en hart- en bloedvataandoeningen, de toename van chronisch niet overdraagbare aandoeningen, ze zijn allemaal op de een of andere manier met elkaar verbonden en ze vormen een enorme uitdaging voor politiek en zorg omdat, als we die ontwikkeling niet kunnen keren, over tien jaar de zorg failliet zal gaan. Dus wordt van alle kanten geprobeerd er iets aan te doen. Je leest er dagelijks over in je krant, je ziet het op de televisie en de digitale media maken je helemaal gek met de leuke nieuwe ideeën om het op te lossen.

How many calories?Bewegen. Meer sportscholen. Een extra uur gymnastiek op school. Schoolontbijt. Schoolfruit. Werkfruit. Diëten. Gojibesjes. Auto vaker laten staan. Kinderen op tijd naar bed. Geen junkfoodverkooppunten in de buurt van scholen. De snoepautomaat het ziekenhuis uit.

Allemaal losse dingen, maar het gaat natuurlijk uiteindelijk om het geheel. Nu kun je denken dat als er zoveel kleine initiatieven zijn en mensen dat allemaal gaan doen we veel succes zullen hebben, maar mensen doen meestal maar één ding: geen koolhydraten meer, groene thee drinken. Als we geluk hebben doen ze twee van die dingen. Meer groente eten en twee avonden in de week een stuk lopen.

Marketeers
Het lijkt er echter soms op of iedereen aan een kant aan het probleem trekt, om er een stuk uit te happen en daarmee weg te rennen om er een goed gefinancierd project voor op te zetten, of een nieuw onderzoeksvoorstel over te schrijven. Maatschappelijk gezien lijkt dat prettig te zijn: ieder zijn deel en rust in de tent. Maar vanuit de oplossing van het probleem gezien is het ongunstig want die kleine deelaanpak levert uiteindelijk te weinig op. De venters van diëten en marketeers van ‘vergeten groentes’ leiden af van de hoofdzaak. Ze vinden nieuwe schuldigen: de mensen die hun adviezen niet opvolgen. Ziekte is niet iemands schuld en een obesogene samenleving is een uitdaging voor ons allen.

We hebben het bij deze lifestyleziekten over een gemeenschappelijk probleem en we hebben een alles omvattende aanpak nodig. De eigentijdse recreatie-, eet-, transport, werk-, drink-, stressmanagement- en sportcultuur en de stad om ons heen zullen moeten veranderen. En dat moeten we samen doen. We moeten dus niet ons deel uit de lappendeken trekken, maar we moeten gaan samenwerken.

Mijn oog viel op een verslag van een workshop over systems approach van obesitas. Ik vergeef de blogger onmiddellijk het gebruik van die nieuwe-kleren-van-de-keizer-termen zoals ‘systems approach’ – lekker met deskundigen samen denken dat je met een toverwoord het probleem verandert – omdat het een goed verslag is van wat er mis kan gaan als je probeert via zo’n allesomvattende samenwerkingsaanpak te werken. 

Leren
Het gaat om een evaluatie van het Healthy Towns initiatief van de Britse overheid waarbij in 2008 30 miljoen pond beschikbaar werd gesteld voor zo’n aanpak in 9 steden. Onder die steden vinden we bijvoorbeeld Manchester waar 22,8 procent van de kinderen ernstig overgewicht hebben als ze naar de middelbare school gaan. Wat heeft men van die programma’s geleerd?

1. Dat goed begrijpen van zo’n gezamenlijke, vernieuwende aanpak minder goed verloopt in de steden waar men nog blijft hangen in de traditionele aanpak van individuele risicofactoren. Je moet af van de gebruikelijke hiërarchische aanbodstructuur in de zorg. Dat betekent ook dat je niet moet blijven hangen in de traditionele output beoordeling. Ik loop daar zelf ook vaak tegenaan: mensen die niet begrijpen dat je een behoorlijke omslag moet maken blijven maar verlangen dat je aangeeft hoeveel kinderen nu naar de gymles gaan, maar zien over het hoofd dat door de andere indeling van de ruimte en tijd kinderen wel vaker vrij buiten spelen. En ook gaat het niet om het aantal appels dat op school wordt gegeten, want je wilt bijvoorbeeld ook dat de McDonald’s om de hoek niet langer de belangrijkste plaats van samenkomst voor tieners is.
2. Zo’n algemene aanpak is moeilijk op gang te brengen. Andere initiatieven en organisaties voelen zich bedreigd. Ze gaan niet zo gemakkelijk op in een groter verband, bang dat ze niet meer zichtbaar zijn en fondsen in moeten leveren. Bij een initiatief in het islamitisch basisonderwijs, waar het doel was om de positie van de moeders te versterken zodat ze een grotere rol kunnen spelen in de totaalaanpak, waren we verbaasd hoeveel organisaties er op die scholen iets over voeding komen vertellen. Aan informatie geen gebrek. De kinderen weten het allemaal al en hun moeders meestal ook, maar de tijd en ruimte om iets met de kennis te doen is er niet omdat ze zelf onvoldoende mee hebben gedacht. Die andere organisaties vonden onze aanpak aanvankelijk daarom erg bedreigend.
3. In de eerste jaren kost het moeite om aan te tonen dat zo’n algemene aanpak werkt. Het is net de Baron van Münchhausen: zo’n project moet zichzelf uit het moeras trekken. Je moet beginnen en tegelijkertijd het bewijs verzamelen dat wat je doet werkt. Dat kan niet, want de kans dat je het onderzoek een beetje naar je hand zet is veel te groot, omdat je er in gelooft en belang bij het slagen hebt. Kijk bovendien uit voor de mensen die het allerliefst willen laten zien dat het toch niet werkt. Ze geloven dat obesitas een individuele keuze is, dat de samenleving niet maakbaar is.

Droom
In zo’n alles omvattende aanpak gaat het uiteindelijk om politieke moed en waar vind je die tegenwoordig nog? Beleidsmakers moeten het lef hebben zulke projecten de kans te geven, met vallen en opstaan zich te ontwikkelen, de initiatiefnemers vertrouwen bij het nemen van de risico’s die nu eenmaal samenhangen met dit soort projecten. Laat het ook een droom zijn en niet uitsluitend een ‘meten is weten’ opgave, waarbij meer van de middelen in onderzoek gaat zitten dan in het daadwerkelijk veranderen van een wereld waarin een gezonde leefwijze mogelijk is.

In Nederland kennen we de JOGG-projecten die op zo’n manier werken. In sommige steden worden mooie resultaten geboekt. Er valt wel af te dingen op de keuze van Danone als JOGG sponsor want wat je aan de ene kant leert, ondermijn je aan de andere kant. En het is onvoldoende, maar dat komt omdat het probleem groter en gecompliceerder is dan we denken.


Het laatste boek van Ivan Wolffers is ‘Als de tijd voor altijd stil zou staan

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Ivan schrijft voor Joop regelmatig een Gezond Weetje: 
klik hier voor een overzicht

cc-foto: maricel


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (82)