3.407
125

Maatschappelijk werker

Tom Ribbens (1963) is afgestudeerd maatschappelijk werker (1992) en heeft daarna zijn weg gevonden in het werken met uitkeringsgerechtigden in Tilburg. Eerst met stichting Met hart en ziel die samen met uitkeringsgerechtigden verschillende projecten ontwikkelden en later met WerkWaardig die de afgelopen 10 jaar meer dan 200 mensen heeft begeleid die op zoek waren naar werk.
Tom Ribbens heeft samen met zijn vrouw Gebi Rodenburg een eigen praktijk Mens&Groei, waarbij mensen met een psychologische beperking individueel en in groep worden begeleid. www.mensengroei.nl

Ons systeem is hufterig

'In ons systeem is geen plaats voor medemenselijkheid,' zegt Tom Ribbens. Volgens hem kan en moet dit anders

Het is niet toevallig dat Mark Rutte, de baas van ons systeem, begon met het woord hufterig en het is ook geen toeval dat hij dit woord in verband bracht met uitkeringsgerechtigden. Uitkeringsgerechtigden zijn in ons systeem, waarin betaald werk de sleutel vormt, de paria’s, de hufters. Labbekakken. En het kan in dit neoliberale tijdperk nog gewoon gezegd worden ook. Daarna riep diezelfde Rutte op tot een debat in de Tweede Kamer, een debat over het moraal van dit kabinet, van de politiek, van onze samenleving.

De moraal van een neoliberaal systeem is eigenlijk heel simpel; eigenbelang eerst, het ego eerst. Ik kom op voor mezelf, want niemand anders zal dat doen. En dit is niet een moraal die toevallig is ingesleten, nee, die is heel simpel door een systeem geschapen dat geld, materie en economie in zo’n beetje alle leefgebieden op de allereerste plaats zet. Het is ook alleen in dit economisch kader dat Rutte zijn moraal definieert. Een hufter is in zijn vocabulaire iemand die niet zijn stinkende best doet om mee te komen in dit economisch systeem. 

In dit systeem is geen plek voor medemenselijkheid, voor kwetsbaarheid, voor compassie, voor solidariteit. Het systeem gaat om macht, waarbij menselijke waarden ondergronds zijn gegaan, zoals vroeger het verzet tegen de onderdrukker die van buiten kwam. Nu komt de onderdrukking van binnenuit, vanuit ons eigen systeem en we staan het als makke lammetjes toe. In slaap gesust door de materiële welvaart die we hebben en sluiten onze ogen voor de slachtoffers, de vluchtelingen, die om wat voor reden dan ook aan ons fort kloppen. Het enige waar het dit systeem en zijn vertegenwoordigers om gaat is het behoud van dit systeem en de eigen positie en welvaart. 

Dat dit ten koste gaat van steeds meer medemensen in en buiten onze eigen landsgrenzen, dat is dan op z’n neoliberaals gezegd: hun eigen dikke schuld. Dat zijn de hufters, de labbekakken. Het gaat dit systeem niet om het bewustzijn dat de zwakste schakel de kracht van de ketting bepaalt, nee het gaat dit systeem om het elimineren van deze zwakke schakel. Door individuen als hufters te beschouwen, zet het systeem mensen tegen elkaar op en groeit het wantrouwen naar elkaar. Achter elke boom kan een hufter schuilen, pas op! Nog even en dan komt er een huftermeldlijn, waarbij de brave burgers hufters kunnen aanmelden bij het systeem. Die worden dan opgepakt en naar een hufterkamp gestuurd. 

De kern van ons systeem werd onlangs op sterke wijze verwoord door Willem Vermaat, docent milieuwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Hij schreef een artikel in de Volkskrant, waarbij hij de fundamentele vraag stelde: waarom mogen wij dieren gebruiken als instrument van ons eigen doel? 

En hoe zit het dan met onszelf als mens, dacht ik direct. Waarom mogen wij een ander mens als instrument gebruiken voor ons eigen doel? Hierbij zijn uitkeringsgerechtigden weer een goed voorbeeld. We gaan met hen om alsof zij geen eigen wil hebben, geen eigen keuze. We ontnemen hun het eigen recht op zelfbeschikking, enkel en alleen omdat ze geen werk hebben, geen betaalde baan. Ze worden kanten opgestuurd op straffe van korting van hun al geringe uitkering, zonder dat er werkelijk naar hen geluisterd wordt, naar wat zij zelf willen met hun talent en kwaliteiten. 

Ik heb dat nooit begrepen. Het is de fundamentele hufterigheid in ons eigen systeem, die we rechtvaardigen met het beeld van de uitkeringsgerechtigde als in principe lui, misbruik makend van, schuldig. Zo maakt het systeem een karikatuur van de “vijand”. Dáár had het debat in de Tweede Kamer over moeten gaan: over de fundamentele onmenselijkheid in ons systeem. Maar zoals altijd gaat de aandacht uit naar individuen of groepen die de schuld krijgen, geen geld opleveren en blijft het systeem buiten beschouwing.

Een systeem zou volgens mij niet gericht dienen te zijn op zelfbehoud, maar op transformatie. Omdat de mens in zijn kern in staat is tot compassie, tot mededogen, tot meer dan eigenbelang en ikke eerst. Ons systeem dat gericht is op egoïsme en eigenbelang, is niet het eindstation. Het is het begin van een vorm van samenleven dat mensen insluit en niet langer discrimineert en uitsluit. Een belangrijke stap in die richting zou het basisinkomen kunnen zijn en het vrijwillig mogen aanvragen van dit basisinkomen door iedere burger. Veel mensen maken namelijk keuzes, omdat ze bang zijn hun baan te verliezen en houden op die manier dit onmenselijke systeem in stand. 

Een basisinkomen zou dit fundamenteel kunnen veranderen. Het zou het onderscheid tussen mensen met en zonder baan doen verdwijnen, want de ene mens draagt bij aan de samenleving met baan, de ander zonder baan. Ze zouden elkaar kunnen versterken en daarmee de ongelijkwaardigheid doen verminderen. Het zou de individuele vrijheid en keuzevrijheid vergroten en het zou de solidariteit en medemenselijkheid weer een plek geven in de samenleving. Het zou ons systeem minder hufterig maken dan dat het nu is.

Geef een reactie

Laatste reacties (125)